Columns 2015

egbert-vd-weide

 

 

 

23 december

Doe de deur achter je dicht!

Het is mij ontelbare keren door mijn vader en moeder achterna geroepen toen ik kind was: doe die deur achter je dicht! En ik heb het vast ook ontelbaar vaak mijn eigen kinderen nageroepen: ben je in de kerk geboren soms? En eerlijk gezegd: als er bij ons thuis wel eens deuren open blijven staan, ben ik er meestal vlak daarvoor doorheen gegaan… Ik heb een geldig excuus! We hebben ook nogal wat tussendeuren in huis: alleen op de benedenverdieping zijn het er 7. Tussen de hal en de studeerkamer, tussen de hal en de gang, tussen de gang en de kamer, tussen de gang en de keuken, tussen de keuken en de kamer en tussen de keuken en de bijkeuken. Een wc-deur uiteraard. En dan nog drie deuren van vaste kasten. Een voordeur en een achterdeur. Een schuifdeur naar het terras. Zeg nou zelf, van al die deuren word je toch tureluurs? Geen wonder dat ik die vergeet dicht te doen. Er ligt overigens al een tijdlang een deurdranger voor de deur waarbij openstaan het meeste warmteverlies oplevert. Zou het de bedoeling zijn dat ik die dranger bevestig? Ik denk het. Vooruit, vlak na Oud en Nieuw heb ik een paar dagen vrij en dan zal het er wel van komen. Dan hebben we ondertussen de deur van het ene naar het andere jaar achter ons dicht gedaan. Soms zou je willen dat die deur open kon blijven: zoveel herinneringen die achter moeten blijven in het oude jaar, zoveel mensen met wie graag dit nieuwe jaar waren binnen gegaan… Maar andere dingen moeten beslist in het oude jaar blijven. Er is zoveel dat we echt moeten laten rusten, achter ons, zand erover. Want omkijken helpt niet echt. Wie alsmaar omkijkt, loopt overal tegenop. Laten we die deur dan toch maar achter ons dicht doen. Laten we kijken hoe vóór ons uit de herinnering aan al die mensen van voorbij, levend kan blijven. Laten we elkaar over de drempel helpen. Laten we elkaar voortduren helpen bij alles wat dit nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Laten we elkaar voor alle dagen van harte vrede en alle goeds toewensen…

ehvdweide

 

16 december

Dansen

Ik heb ooit op dansles gezeten, met mijn toenmalige vriendinnetje. Ze is nu mijn vrouw. Zo zie je maar waar dansles goed voor is. Veel dansen doen we overigens niet meer. Toen ik nog predikant was in het oosten van het land, gingen onze voetjes nog wel eens van de vloer. Op de bruiloftspartijen daar werd altijd wel gedanst. Wanneer ik bij de sneeuwbalwals nog niet naar huis was, werd ik steevast in de vierde ronde door de bruid gevraagd. Haar man kwam uiteraard eerst, dan vader en schoonvader, en dan de dominee. Maar dat is lang geleden. Ik zou niet weten wanneer ik voor het laatst gedanst heb. En dan bedoel ik: echt dansen. Chachacha, Engelse wals, quickstep, dat soort werk. De polonaise reken ik niet mee. Maar ongeweten dans ik toch. Sterker nog: we dansen allemaal, en we weten het ook. Of is u de klimaattop in Parijs ontgaan? Dat kan alleen maar wanneer je echt op een onbewoond eiland woont. Maar daar dringt het klimaatprobleem zich op een andere manier aan je op. Veel van die onbewoonde eilanden in de Stille Oceaan komen langzaam maar zeker onder water te staan. Van diverse kanten wordt geroepen dat het zo’n vaart niet zal lopen. Een blije Republikeinse afgevaardigde liet in Washington triomfantelijk een grote sneeuwbal zien. Dat kun je doen, leven en praten alsof er niks aan de hand is. Maar ik geloof dat we allemaal dansen op de rand van een vulkaan. Ook het geachte lid van het Huis van Afgevaardigden in de VS. Ook de klimaatoptimisten hier. In Parijs is besloten dat we de gemiddelde temperatuur niet verder laten oplopen dan 1,5 graad. Dat is een nobel streven. Al vraag ik me af of het zal worden gehaald. En of het genoeg is. Want ondertussen dansen we vrolijk verder. Of toch niet? Overal om mij heen zie ik mensen wakker worden. Ze proberen zuiniger te zijn met deze aarde: we hebben er maar één van. Ze leven en eten en drinken bewuster. Old-school economen fronsen hun wenkbrauwen: zij willen dat ons consumeren dom doorgaat. Maar er zijn ook nieuwe economen, die van dat bewustere leven hun werk maken. Want we willen graag dansen. Maar dan wel bij de rand van een vulkaan vandaan…

ehvdw

 

9 december

oecumene

Het woord ‘oecumene’ komt uit het Grieks. Het betekent ‘de hele bewoonde wereld’, zulks in tegenstelling tot die delen van de wereld waar geen Grieken woonden en dus geen beschaving was. Die laatste conclusie laat ik geheel voor rekening van de antieke Grieken. We komen het woord tegen in het Lucasevangelie: de hele wereld moest zich laten inschrijven. Alweer: de hele beschaafde wereld, en die was toen Romeins. Toen in later tijd de kerk uitspraken deed die voor heel de christelijke wereld geldigheid hadden,  noemde men de vergaderingen die dat deden ‘oecumenische concilies’. Nog weer later werd het woord oecumene gebruikt om de eenheid van alle Rooms-katholieken over heel de wereld aan te geven. Van daaruit is het woord langzaam maar zeker gaan betekenen: de eenheid van alle christenen. De openheid van paus Johannes XXIII en ‘zijn’ Tweede Vaticaans Concilie’ gaven die beweging vleugels. In de jaren ’70 leek het in Nederland nog maar een kwestie van tijd voordat Rooms-katholiek en de grotere Protestantse kerken elkaar voorgoed zouden vinden. Helaas is dat elan weggeëbd. Het lijkt alsof heel de wereld weer veroverd is door particulier-kerkelijk gedrag. Men lijkt zich te verschansen, aan beide zijden, achter het eigen, beproefde gelijk. Heel de wereld? Nee, één klein dorpje houdt moedig stand tegen al dat on-oecumenisch geweld. (Gelukkig gebeurt dat op meer plaatsen, maar het verhaal is spannender wanneer Noordwijkerhout het enig overgebleven oecumenisch bastion was, vindt u niet?). Eén dorpje waar het geen oecumenisch laagwater is.  Dat danken we mede aan de huidige Paus, en de andere wind die hij laat waaien. Maar het past ook bij ons dorp: we drijven de dingen niet op de spits. We zoeken naar wat bindt. Wie dat zoekt, had afgelopen zondag een topdag: in de Witte Kerk werd, ter gelegenheid van de ingebruikstelling van het gerenoveerde kerkgebouw, een gedenkbord onthuld met daarop de namen van de pastoors die aan die kerk verbonden zijn geweest tot aan de reformatie, in 1581. De namen van de dominees sinds dat jaar staan al op de borden, en daar is nu een derde bord bijgekomen. Het werd onthuld door pastoor Goumans, die samen met ds. Van der Weide voorging in deze dienst. En heel het dorp was er: oud en jong, RK en protestant. We hoeven het niet in alles eens te zijn – maar we waren wel zeer één. Dat is oecumene!

ehvdweide

 

2 december

Ballade van een omgevallen eik…

Hij had er misschien wel 80 jaar gestaan. Aanvankelijk met z’n beide drielingbroers, in een rijtje op de grens van dorp en duin. Hij had de wereld aan z’n voeten zien veranderen. Er werd een school gebouwd in z’n schaduw, en weer half en half afgebroken en nieuwgebouwd. Er was iets afgebroken tussen hem en de straat, en daar was een nieuw huis gebouwd. Hij had de bewoners zien gaan en zien komen. Verderop had hij huizen zien verrijzen en weer verdwijnen. Eén van z’n drielingbroers was al gesneuveld. En van het hele rijtje bomen restte alleen die wonderlijke symbiose van zijn stam aan deze kant van een schutting, en die van z’n broer aan de andere kant. Die schutting was ook van later datum. Over de huizen heen zag hij hier en daar nog een boom staan, de laatste restanten van een boomloos geworden dorp. O zeker, buiten de bebouwde kom stond nog volop groen. Maar het dorp om hem heen had hij zien groeien en verstenen. Omdat hij zo allenig daar stond, was hij in de loop van de jaren steeds vatbaarder geworden voor allerlei wind en weer. Z’n kruin was behoorlijk uitgedund, en hij wist dat er heel wat takken niet best meer waren. Maar hij was er nog. Daar beneden woonde iemand die zich nogal eens sterk maakte over deze of gindse boom, en hij had er goede moed op dat hij alle kaalslag zou overleven. Tot er op een dag een gek oranje karretje aan kwam rijden. Er werd een merkwaardig bakje omhooggeduwd met daarin twee mannen: de een met een vastberaden blik, de ander met een motorzaag. Tak voor tak werd hij naakter. Waar was nu z’n beschermer? Had die zich niet vastgeketend aan zijn stam met alle macht moeten verzetten? Hij hoorde iets over veel dood hout en slechte takken. Hij zuchtte – daar wist hij van. En hij snapte dat als z’n broer aan die kant zou verdwijnen, het met hem ook gedaan was. Er was ook nog iets met schaduw en zonnepanelen. Die woorden kende hij niet, maar het zou wel goed zijn. Toen z’n laatste stukken stam werden omgehaald, zag hij in een flits nog de ruimte die hij achterliet. Als daar nou maar een nieuwe boom geplant zou worden…

ehvdweide

 

25 november

Foto

Zou er een stukje Noordwijkerhout zijn dat zo vaak op de gevoelige plaat is vastgelegd als de Witte Kerk? Ik weet eigenlijk wel zeker van niet. Als de financiële mensen van die kerk van elke afdruk van het gebouw één eurocent ontvangen, dan was de restauratie al lang en breed betaald. Maar het omgekeerde is ook waar: zou zo’n fotootje geld kosten, dan was het gebouw niet half zo vaak vastgelegd. Daarbij zouden we de opbrengst moeten delen met de gemeente Noordwijkerhout, want die is eigenaresse van de toren. En de gemeente heeft het geld blijkbaar niet nodig, want de belastingen kunnen omlaag. Dus laten we het maar zo. Het fotograferen is gratis plaatjes schieten. Prijsschieten, dat ook. Vorige week was er, op de Dag van de Witte Kerk, een mooie overzichtstentoonstelling van alle foto’s die ingezonden waren voor de wedstrijd ‘Kiek je kerk’. Er waren voorwaar fraaie plaatjes bij, met liefde gemaakt. Waaruit maar weer blijkt welke plek dat kerkje onder ons inneemt. Dat het in ons volkslied bezongen wordt nog vóór het carnaval doet mijn protestantse hartje dan nog weer extra deugd…  In het VVV-pand hing een tijdlang een muurgrote foto van de kerk omstreeks de eeuwwisseling. Even terzijde: toen was de hof minstens twee keer zo groot, met drie keer zoveel bomen erin, die ook nog eens veel groter waren dan wat er nu staat. Die foto is weggehaald. Misschien om lastige vragen te vermijden? Ik weet het niet. Er hangt nu een poster met een uitvergrote tulp. Ook mooi, maar geen Witte Kerk. Des te blijer was ik dan ook toen iemand mij er op wees dat in het halletje van één van de plaatselijke supermarkten een prachtige foto van de Witte Kerk hangt. Ik ben meteen gaan kijken en jawel hoor: in volle glorie, met aanbouw en al. Men vraagt mij wel eens waarom die aanbouw niet wit is. Volgens mij is dat op last van Monumentenzorg. Maar als dat niet waar is, hoor ik het graag. Wie weet, kan dat stuk dan ook nog eens wit worden. Een nog Wittere Kerk dus. Tot die tijd is het plaatje in die supermarkt waarheidsgetrouw. Ga maar kijken.

ehvdweide

 

18 november

Groot en klein

Net terug van een kort vakantietje had ik een column willen schrijven over kleine dingetjes. Ergernisjes waar je over moet lachen, dat soort dingen. Klein leed. Maar het viel in het niet bij het nieuws, op de avond dat ik weer thuis op mijn eigen bank zat. Spullen opgeruimd, kleren in de kast of in de was, m’n kleine leven kon weer gewoon verdergaan waar het de maandag ervoor gebleven was. Totdat de berichten uit Parijs alles op slag onoverzichtelijk maakten. Ik had natuurlijk de tv uit kunnen doen en de gordijnen nog dichter, en zelf nog dieper wegduiken in het boek dat ik aan het lezen was. Maar ja, ik had mijn catechisanten aan het begin van diezelfde avond uitgelegd dat het hele christelijke geloof afhangt van twee serieuze vragen, aan het begin van de Bijbel door God gesteld. Mensenkind, waar ben je? Te midden van alle ellende van deze wereld, de miljoenen hongerlijders en de duizenden vluchtelingen en de honderden doden in Parijs? Was je aan het wegkijken? Of kijk je, raak je ontroerd en zet het je aan het denken? Dat is de eerste vraag, had ik de jongelui verteld. En de tweede, daaraan gelijk: Waar is je broer, je zus? Heb je je naaste gezien, echt gezien? Of keek je wéér weg, kop in het zand? Die makkelijke column kon ik aan mijn catechisanten niet verkopen, ik zou op slag ongeloofwaardig worden. Dus keek ik naar het nieuws en zag de beelden. Volgens de krant die ik vanmorgen las, hebben de daders eerst nog geroepen dat hun God groot was. Waarmee ze dus een geloofsdaad stelden. Ik kan natuurlijk van me afwijzen en ter eigener geruststelling zeggen ‘o, het waren dus Islamieten’. Maar de geschiedenis leert mij dat er ook in de naam van mijn God de ergste dingen gebeurd zijn, die met een vroom woord werden opgepoetst tot geloofsdaad… Dus houd ik mezelf die beide vragen maar weer voor. En ik durf ze hier óók voor te houden aan de mensen, die Allah ‘de Barmhartige’ noemen. Verdraagt zich dat met wat er in Parijs is geroepen? Nee? Neem er dan duidelijk afstand van!

ehvanderweide

 

11 november

Hard!

Er wordt genoeg gemopperd op onze bewindslieden. De premier is in tijden van nood niet zichtbaar genoeg, staatssecretarissen verslikken zich in dossiers of vinden zoveel lijken in hun kantoorkasten dat ze opstappen. Ze leven en werken ook een beetje onder een stolp, en we kijken er met z’n allen naar met een vergrootglas. Dan doe je het al gauw niet goed. Maar nu! Maar Nu! Eén van onze ministers, die van Infrastructuur, heeft haar blazoen opgepoetst door het stellen van een ferme bestuursdaad. Dat blazoen was wat gehavend: ze had het odium op zich dat ze een beetje minister van plezierritjes was, terwijl ze haar staatssecretaris liet bezwijken. Daar heeft ze met spoed wat aangedaan: binnenkort kan er op nòg meer stukken snelweg 130 kilometer per uur worden gereden. Haar argumentatie is subliem: er wordt zoveel geklaagd dat je niet harder mag rijden…  Volgens die redenatie kan dus (mits er genoeg over wordt gezeurd) de maximumsnelheid in de Dorpsstraat ook worden opgevoerd. Naar 80 kilometer per uur, bijvoorbeeld. En let ook op de prioriteiten: er lopen honderdduizenden vluchtelingen door Europa, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. Miljoenen mensen hebben gebrek aan zelfs maar het allernoodzakelijkste, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. Het wemelt van de brandhaarden in de wereld, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. We houden ons hart vast bij de spanning in het Midden-Oosten, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. De zorg staat in de kou, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. De crisis is hooguit voor de allerrijksten nog steeds geen probleem, maar op de A2 mag je tenminste 130 kilometer per uur.  De natuur in ons land is er slechter aan toe dan ooit, maar op de A2 mag je 130 kilometer per uur. De milieu-afspraken van Kyoto worden op geen stukken na gehaald, maar op de A2 mag je alvast 130 kilometer per uur. En ik maar denken dat mevrouw Schultz  van Haegen – Maas Geesteranus óók onze minister van Milieu was…

ehvdweide
4 november

Hervormingsdag

Dat opschrift zal niet tot ieders verbeelding spreken, denk ik. Maar er is een dag die zo heet: 31 oktober. Op die dag nu 498 jaar geleden spijkerde de Duitse monnik en theoloog Maarten Luther zijn bezwaren tegen de kerk van zijn dagen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg. Het was de dag vóór Allerheiligen en Allerzielen, drukke dagen in de kerk – zo zouden zoveel mogelijk mensen het lezen. Hij somde in 95 stellingen die bezwaren op: tegen de ongehoorde rijkdom van de kerk, tegen de handel in aflaten, tegen een kerkelijke hiërarchie die zich tussen God en de gelovigen had gedrongen. Zijn optreden bracht heel Europa in rep en roer. Het heeft lang geduurd voor de kerk zich iets van die kritiek aantrok. Pas 30 jaar later werden op het concilie van Trente veel misstanden rechtgezet. Maar het was te laat: de angstige paniek van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders had een kettingreactie teweeggebracht die niet meer te stoppen was. De kerk scheurde, een hopeloze verdeeldheid ontstond. Godsdienstoorlogen trokken een verwoestend spoor door Europa en deden de naam en faam van de kerk geen goed. Maar stel nou dat het anders gegaan was? Stel dat er meteen adequaat was gereageerd op Luthers terechte kritiek? Dan had de geschiedenis van de kerk sinds 1517 heel anders uitgezien. Nu kun je de geschiedenis niet terugdraaien. Of misschien toch een beetje? Paus Franciscus doet wat Luther graag wilde: hij geeft de kerk aan de mensen terug. Ook protestanten zijn daar oprecht blij om.  Wie weet komt het er nog eens van dat de banvloek, die over Luther werd uitgesproken, herroepen wordt. Zo’n procedure moet toch ten Vaticane binnen 2 jaar helemaal doorlopen kunnen zijn? Want dan vieren de protestanten 500 jaar Hervorming. Een triomfantelijke viering hoeft dat niet te worden: dat de christenheid tot op het bot verdeeld is, moet elke oprechte christen pijn doen. Maar een eerherstel voor Luther zou een schitterend cadeau zijn. Een helder signaal ook: wat ons bindt, is groter en meer dan wat ons scheidt.

ehvanderweide

 

 

 

27 oktober

Controller

Bij mijn vertrek uit Maassluis kreeg ik van de leiding van kindernevendienst en jongerenkerk een gouden controller ten geschenke. U weet wel, zo’n ding met een snoer waar je computerspelletjes mee speelt. Voor de gelegenheid was het ding goudkleurig gespoten. Een gouden controller. Dat is dan zo’n cadeau waar je enerzijds om moet grinniken en waarbij anderzijds het schaamrood je naar de wangen stijgt. Een gouden controller bij wijze van spiegel. Want ik geef het ruiterlijk toe, ik ben een control freak. Ik voel me superverantwoordelijk . Niet alleen voor m’n eigen werk, maar voor alles wat er in en rond de Witte Kerk gebeurt. Dat is leuk zult u zeggen, zoveel betrokkenheid. Ik ben natuurlijk blij dat u het zo opvat. Maar of het altijd zo goed is, weet ik niet. Daarbij komt, dat ik zo’n beetje om de andere preek wel het woordje ‘loslaten’ gebruik. Ik geloof heilig dat de kracht van het evangelie ook is, dat we leren de dingen van ons leven minder krampachtig in handen te houden. Leven met losse handen, zoiets. Dat ontspant en bevrijdt. De dingen van je leven kun je daarmee niet veranderen. Wat er gebeurt, heb je niet altijd in de hand. Probeer het dan ook niet – je hebt genoeg aan jezelf. Want je hebt wel in de hand hoe je met de dingen omgaat. Maar dat is vaak theorie: de praktijk van het leven is dikwijls anders. Ook de praktijk van een domineesbestaan. Dat cadeau is inmiddels 8 jaar oud – zolang ben ik alweer in Noordwijkerhout. Ondertussen heeft het bij een van de zoons opgewekt dienst gedaan als echte spelletjes-controller. Inmiddels heb ik ‘m terug. Want nu m’n lichaam me een beetje in de steek laat, moet ik echt leren anders te werken. Een beetje meer met losse handen. Dus werd het tijd die controller terug te vragen. Hij ligt nu in de kast van mijn studeerkamer. De goudverf is wat doffig en er hier en daar van afgesleten. Maar z’n boodschap is onverminderd dezelfde. Loslaten Egbert! En zowaar, mijn verantwoordelijkheidsklier wordt een beetje kleiner!

ehvanderweide
20 oktober

Het gras bij de buren

Voor een mooie herfst moet je in Lisse zijn. Misschien schop ik hiermee rasechte Noordwijkerhouters heel erg hard tegen de schenen, maar dat moet dan maar. Ik haast me erbij te zeggen dat ik ook zo vaak niet in Lisse kom. Ik heb er een paar gemeenteleden wonen die ik geregeld bezoek, en we doen er die paar boodschappen waarvoor we in ons eigen dorp beslist niet terecht kunnen. Verder hebben we niet zoveel te zoeken in Lisse. Nou ja, je kunt er heerlijk wandelen in de bossen van de Keukenhof. Die liggen deels op duingrond, deels op het laagvaan. De wandeling door dat laagste stuk brengt je ook nog eens in het zicht van Noordwijkerhout. En de Keukenhof zelf blijft mooi, ook voor eigenheimers. Voor de rest is Lisse gewoon Lisse. Behalve in de herfst. Dan staan, keurig in een rijtje, aan de Keukenhofdreef, de dorpsentree van hieruit gezien, een stelletje esdoorn elk najaar weer oorverdovend mooi te zijn. Alleen die paar bomen al maken een reisje naar Lisse de moeite waard in de herfst. Het dichte groene blad verkleurt van rood naar oranje naar goudgeel. Er is bijna niets zo mooi als daar op een zonnige dag in oktober langs te rijden. Bij regen is het haast net zo mooi. Toen ik er onlangs op een druilerige zaterdagochtend voorbijkwam, lukte het die boompjes mijn herfststress te verjagen door gewoon maar mooi staan te zijn aan de kant van de weg. Wie goed zoekt, vindt ook in ons eigen dorp hier en daar wel wat bomen die hun blaadjes laten sterven in schoonheid. Maar dat is nou net het probleem: je moet naar bomen zoeken in Noordwijkerhout… Iemand roept dat er in de gemeente Lisse nu eenmaal meer bomen staan. Dat is nou precies wat ik beweer. En hoe komt dat? Wat is er met onze eigen bomen gebeurd? Die zijn verdwenen. We staan natuurlijk voor joker met onze naam. We kunnen net zo goed meteen fuseren met Noordwijk. Dan krijg je Noordwijk aan Zee, Noordwijk-binnen en Noordwijk-waar-is-het-hout-gebleven…

ehvanderweide

 

 

 

13 oktober

Vallen, opstaan en weer doorgaan

Ik beweeg weer. Nou ja, niet dat ik de afgelopen 8 weken compleet stil gevallen was. Maar een beetje beperkt ben je toch wel met een gebroken sleutelbeen. Houdt de pijn je niet tegen, dan is het wel de mitella. Die voorkomt niet alleen dat anderen al te joviaal je op de schouder slaan, maar die helpt jezelf ook om nog maar een beetje voorzichtig aan te doen. Daarnaast roept zo’n draagdoek ook medeleven los. In de trein staan allerlei mensen voor je op, moeizaam balanceren met een dienblad met koffie wordt meteen gezien en verholpen door bereidwillige medemensen. Op die roltrap in Utrecht ging het haast mis: omdat ik me met rechts niet kon vasthouden, bleef ik links staan. Dat tot ergernis van een gehaaste dame die door wilde lopen en mij in plat Utrechts uitschold omdat ik haar in de weg stond. Prompt waren er twee andere roltrapbeklimmers die háár terechtwezen onder verwijzing naar mijn mitella. Trouwens, ze kon gewoon om mij heen. Maar over het algemeen roept de gehavende staat van de één toch het beste los in de ander. Buschauffeurs die netjes wachten met wegrijden tot jij zit. Toiletjuffrouwen die behulpzaam het invaliden toilet openen terwijl je daar niet eens om vraagt (want zo erg was het nou ook weer niet). Huisgenoten die de afwas deden en mijn kookbeurten vervulden. En allerlei mensen die zich aanboden mij her- en derwaarts te rijden. Waarvoor dank! Want als je alles lopend moet doen, merk je pas goed hoe uitgestrekt dit dorp is. En dan ben je nog niet eens in De Zilk. Maar nu beweeg ik weer. Ik mag weer autorijden en fietsen. Bijna op voorbreukse snelheid. Ik beloof u plechtig dat ik goed zal uitkijken en op tijd zal remmen voortaan. Een beetje voorzichtig ben ik nu toch wel. De grond is hard, heb ik gemerkt. En dat geldt niet alleen voor Marktplein, vrees ik. Zou daar trouwens niet wat aan te doen zijn? Rubberen tegels langs de routes die ik fiets?

ehvanderweide

 

 

 

6 oktober

Waarom?

Het is denk ik de meest gestelde vraag van alle. ‘Wat is dat’ komt ook ver, en lokaal heb je natuurlijk de grote vraag ‘van wie ben je er eentje?’  Maar de waaromvraag is denk ik de grootste vraag van alle. Hij begint licht. Alle kinderen doen er aan mee, als ze klein zijn. Waarom is dat? Waarom doe je dat? Waarom heet dat zo? Op dat niveau is enkel de nieuwsgierige vraag van kleine mensjes die de wereld willen ontdekken. Maar hij wordt allengs lastiger: waarom moet ik naar school/naar de tandarts/naar de kerk? Dan is die waaromvraag een slagvaardig wapen in het verzet tegen ouders en school en kerk, tegen al het heilige en minder heilige moeten. Waarom zou ik? Een zinnige vraag in een noodzakelijk stadium van de groei naar volwassenheid. Maar het zwaarst is de vraag, wanneer die zich aan ons opdringt in de heftigheid van het volle leven. De vraag naar het waarom van alle dingen, het waarom van zorg en ziekte en rampspoed. Over de oorzaak van veel kwaad weten we genoeg. Maar het nut ervan, de noodzaak, de billijkheid, die ontgaan ons. Een moeder die haar 17-jarige dochter verloor, zei eens tegen me: “Ik zie die vraag wel, dominee, ‘waarom is dit?’ Het is als een bordje waar ik 100 keer per dag langs kom – maar het is het straatnaambordje van een doodlopende steeg. Ik ga die steeg niet in.” De waaromvraag als een zeer reële, existentiële  vraag. Je kunt er niet aan voorbij. Maar het is een doodlopende vraag. Extra spannend wordt die vraag wanneer hij in de buurt komt van geloof en van God. Daar begint het helemaal te schuren en te wringen. Alleen stamelend weten we dan nog iets te zeggen. Vaak is zwijgen beter. Luisteren, behoedzaam die ander helpen om dwars door die vraag heen te gaan. En meestal komt die hulp hier op neer: zorgen dat die ander niet stukloopt op die vraag. Laat hem die vraag maar stellen, loop met haar mee zolang die vraag zo opspeelt. Maar laat haar niet alleen. Dat is het enige zinnige wat er daar en dan te zeggen valt. Ik laat je niet alleen…

ehvanderweide

 

 

 

30 september

Koninklijk

Je kunt aandelen hebben in de Koninklijke. Dan doe je iets met olie. Er is een handvol paleizen dat zo wordt genoemd. Een schouwburg in Den Haag draagt die naam, een voetbalvereniging in Haarlem en een concertgebouw in Amsterdam.
Je kunt koninklijk zwemmen, roeien, dammen, koffiedrinken, koekhappen en hoefijzers maken. Het weer wordt op koninklijke wijze verwacht in Den Bilt, en te onzent werden ooit de drenkelingen koninklijk gered –trouwens, in Noord-Holland ook.
De gloeilampen die bij een grote fabriek in het zuiden des lands worden gemaakt, zijn het ook. Er zijn koninklijke stallen en ongetwijfeld ook koninklijke stalles. In de eerste staan de beesten, in de tweede zitten ze zelf, figuren van koninklijken bloede. Die vormen samen dan weer de koninklijke familie – niet te verwarren met het koninklijk huis.
In Noordwijk kun je koninklijk vervoerd worden met de bussen van Beuk. In Noordwijkerhout is, bij koninklijk besluit, de firma JUB hofleverancier qua bollen. Maar iets echt eigen koninklijks hadden we nog niet. Maar sinds afgelopen zaterdag dus wel.
De Harpe Davids ging royal, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan. Het regende ook nog een (welverdiende) koninklijke onderscheiding. Het eeuwfeest werd overigens spetterend gevierd, met Narda Miedema, Manna, Revoice, Just for Fun, Altesa en St. Jeanne d ‘Arc. Nightlife zorgde voor de napret. We hebben vorstelijk genoten.
Allemaal? Nou, dat weet ik nog zo net niet… Want zaterdag rond 4 uur liep er een dame de plaatselijke VVV binnen. Ze vroeg om 2 kaartjes voor de Harp. Thuis had blijkbaar iemand er op aangedrongen dat ze die nou toch eindelijk eens zou gaan halen. Uiteraard kreeg ze die.
Toen ze naar buiten liep, riepen we haar na ‘fijne avond nog!’ Ze draaide zich om, wierp ons een vernietigende blik toe en zei: ‘waarom denk je dat ik ze nog steeds niet gehaald had?!’ Tja, daar is niet tegenop te zingen en te toeteren.
Allemaal min één hebben we dus een prachtige avond gehad, daar in de Schelft. En wie weet was deze dame na afloop toch ook nog wel een beetje blij dat ze die kaartjes toch maar gehaald had…

ehvanderweide

 

 

23 september

Wijsheid

Hij was 94. Pas geworden. Dat is geen prestatie en hij hoefde er dus niet trots op te zijn. Hij wist als geen ander dat je niet vanzelfsprekend oud werd. Maar hij was het wel. Zijns ondanks: had er niet om gevraagd, en veel van wat hem in zijn leven was overkomen, had hij liever niet meegemaakt misschien. Alhoewel: kon je dat wel zeggen? Hadden al die dingen, ook de verdrietige, hem niet gemaakt tot wie hij nu was? Want ontevreden of chagrijnig was hij zeker niet. Hij moest een beetje grinniken om al die oude mensjes met wie hij in een verzorgingshuis woonde. De meesten waren jonger dan hij, maar ze zuchten en kreunden alsof het een wedstrijdje was: wie van ons is het zieligst? Om aan al die bekrompenheid te ontsnappen liep hij dagelijks zijn rondje, naar het drukke stationsplein en weer terug. En ook om even niet onder het betuttelende regime van moeder-overste te vallen, met haar paladijnen. Goed bedoelde vriendelijkheid, vast wel. Maar vaak zo neerbuigend en kleinerend: ‘hebben we onze pillen al gehad, moeten we nog naar de wc…’ Nee ik niet zuster, maar als u wilt plassen mag dat, had hij ooit eens geantwoord. Dat was hem op een reprimande komen te staan. Ach ja, die meiden deden ook maar hun werk. Toch had hij af en toe wat ruimte nodig. Weg van ‘zo gezellig, die bingo!’, weg van de deprimerende gesprekken in de koffiekamer over oude kwaaltjes, wegblijvende kinderen (vind je het gek?) en dokters die niet deugden. Nee, dan liever dit plekje. Hij keek nog eens in het rond. Ginds kwam een man van middelbare leeftijd met z’n arm in een mitella, hijgend van het harde lopen in die gemankeerde toestand, en balend omdat hij net de bus naar Nieuw-Vennep had gemist. Zou die man daar wonen? Hoe erg is het dan dat je de bus mist… Over een half uur gaat er weer één. Nieuw-Vennep blijft wel liggen. En wat is een half uur op een mensenleven? Weet je wat: hij zou die man een kop koffie aanbieden. Breng eens een bloemetje onder de mensen, zong z’n vrouw vroeger vaak. Hij was 94. Wat zou dat? Je bent nooit te oud om plezier te hebben in het leven.

ehvanderweide

 

 

16 september 2015

Ver weg

Hij was de enige zoon in dat gezin. De jongste van 4 kinderen, geboren op aanzienlijke afstand van z’n jongste zus. Een beetje moeders oogappel. Ze hield van die dochters niet minder, maar van hem op een bepaalde manier een beetje meer. Niks verkeerds aan.
De zussen plaagden hem ermee en namen hun moeder niks kwalijk. Ze kwamen aan moederliefde niet tekort. Toen de zoon na z’n studie aangaf een jaar te willen backpacken in Australië en Nieuw-Zeeland, gunde zij hem dat van harte. Ze snapte best dat hij een beetje onder haar vleugels vandaan moest.
Daar werd-ie groot van, zei z’n vader. Maar tegelijk sloeg de paniek toe. Wat, als hij nou daarginds aan de onderkant van de wereld een meisje tegenkwam? Wat als dat serieus werd, en wat als hij daar nou zou blijven? Voorgoed? De wereld was groter dan Noordwijkerhout, en dat zo’n meisje uit de binnenlanden van Australië nooit in de drukke randstad zou wennen begreep ze heel goed.
Vader lachte haar bezwaren weg, het leek hem wel wat, Australische kleinkinderen. Dan kom je nog eens ergens, als opa en oma. Daar kreeg de beoogde verre-afstandsgrootmoeder het helemaal Spaans benauwd van. Zoonlief vertrok, uitgezwaaid door z’n ouders. Met bezwaard gemoed zag z’n moeder hem vertrekken.
De maanden verstreken. In de brieven en mailtjes en telefoongesprekken bleef het ‘ik’ overheersen. Geen ‘wij’ betekende: geen gevaar. Moeders vertrouwen in de goede afloop groeide met de dag. Totdat hij belde, een maand voor de beoogde thuiskomst. Hij had z’n moeder iets te vertellen: hij had verkering met een heel lief meisje en zij…
Maar nog voor hij uitgepraat was barstte moeder in tranen uit en raakte buiten zichzelf van verdriet. Hij probeerde tussen de snikken van z’n moeder door z’n verhaal af te maken, maar zij was in alle staten en hoorde niets meer. Geef pa maar even, zei hij tenslotte. Ze gaf de telefoon aan haar wederhelft en rende van ellende de tuin in om daar verder te jammeren.
Vader zette het gesprek voort: dus je hebt een meisje? Jazeker, dat had hij. Een lief meisje? Uiteraard. In Australië ontmoet? En ze woont daar ook? De zoon moest lachen: nee, ga moeder maar gauw troosten. Ze heet Bep en ze komt uit De Zilk…

ehvanderweide

 

 

9 september 2015

Hoofd

Een paar weken geleden heb ik mijn Facebookprofielfoto veranderd. De vorige foto was een jaar of 7 oud. Ik schrok er een beetje van hoeveel verschil er zat tussen mijn hoofd toen en diezelfde kop anno nu. Een verontrustende gewaarwording. Opgeteld bij de ras in aantal toenemende seniorenmomentjes en het feit, dat ik acrobatische fietstoeren die ik voorheen losjes tot stand bracht nu moet bekopen met een smadelijke val en dito gebroken ledematen, kan het maar één ding betekenen. Ik word ouder.  Natuurlijk, iedereen wordt ouder. Voor u, geachte lezer, gaan de jaren even snel als voor mij. Maar dat is slechts tot op zekere hoogte een vertroostend besef. Je eigen veroudering voel je nu eenmaal beter dan die van een ander. Ik zag het ook helemaal niet aankomen. Ik bedoel, zolang je op Facebook een foto van jezelf-als-jonge-god handhaaft, waan je je veilig. En ook na in totaal 38 jaar verkering en huwelijk was ik blijkbaar voor mijn vrouw elke ochtend weer een bekende verschijning. Zij herkende mij steevast, zij heeft het dus ook niet aan mij gezien.  Nou zegt dat niet alles. Gezichten zijn niet haar sterkste kant. Op de fotocollage die oudste zoon plus vriendin toestuurden vanuit de Zuid-Amerikaanse jungle, herkende zij haar eerstgeborene niet. Het boek ‘Ontaarde moeders’ heb ik bij een eerdere aanleiding al voor haar gekocht, anders had ik dat subiet alsnog gedaan. Van wie is die kaart, vroeg ze nietsvermoedend, en wie is die oude man aan die liaan op dat fotootje?  Moederliefde is dus blijkbaar niet blind. Maar dat terzijde. Wat mij trof, was het feit dat ook zoonlief al oud begint te worden. Toen onze kinderen klein waren, hebben we dikwijls verzucht dat je oud werd van vier kleine dreutels in huis. Maar neem van me aan: je wordt pas oud van ouder wordende kinderen. Al haast ik me te zeggen dat ìk terstond wist wie de afzenders van die junglekaart waren. Ik mag er dan wel oud uit zien, maar kippig ben ik nog niet. Of herkende ik misschien mijn zoon omdat hij zo op z’n oude vader gaat lijken…

ehvanderweide

 

 

1 september 2015

Barmhartigheid

Over de onafzienbare stroom van vluchtelingen die deze zomer Europa overspoelt, is al veel gezegd en geschreven. Al die woorden hebben in ieder geval duidelijk gemaakt dat dit probleem met woorden alléén niet op te lossen is. Men probeert het daarom in Hongarije met hekken en prikkeldraadversperringen. Oostenrijk gooit het op strenge grenscontroles in internationale treinen. In Duitsland groeit de groep die denkt dat het met intimidatie en brandbommen op te lossen is. Onverschilligheid is ook een methode, of gewoon wegkijken en wachten of het vanzelf over gaat. Misschien moet er vooral politiek iets gedaan worden. Of wie weet, gewapenderhand in conflictgebieden. Ik weet niet of het een of het ander werkt. Ik weet ook niet hoe het dan wel moet. Ik weet wel, dat het van kortzichtigheid getuigt te stellen dat het onze eigen schuld is en dat wij het dus koste wat het kost moeten oplossen. Wij Europeanen. Wij van die verguisde westerse beschaving. Maar hoe verschrikkelijk kan die beschaving zijn, wanneer duizenden hun eigen wereld ontvluchten en hier hun heil zoeken? Ze vluchten niet in de richting van hun geloofsgenoten: in Turkije en Saoedi-Arabië is ruimte genoeg voor al die mensen, maar daar willen ze niet heen. Er wordt ook opvallend weinig gedaan vanuit islamitische landen om al die vluchtelingen te helpen. Of is mij iets ontgaan? Ze kloppen bij ons op de deur. Nee, het is hier geen luilekkerland. En die kloppers, het zijn niet alleen de echte opgejaagden, er zitten ook fortuinzoekers en opportunisten bij, onruststokers en klaplopers. Voor zover dat kan, moeten die er vroeg of laat uitgehaald en teruggestuurd. Maar tot die tijd zal er voor al die mensen iets moeten worden gedaan. Je kunt ze toch niet laten doodgaan van de honger? Want als je het mij vraagt, doen al die mensen een beroep op iets wat blijkbaar in onze cultuur te vinden is. Daarom voeg ik aan die stroom van woorden één woord toe. Barmhartigheid. Hoe de definitieve oplossing er uitziet, weet ik ook niet. Maar tot die tijd: barmhartigheid.

ehvanderweide

 

26 augustus 2015

Een vliegende dominee valt niet ver naast zijn fiets.

Dat ik mij op menig plek op de voorgrond dring is genoegzaam bekend inmiddels. Het wordt door sommigen met argusogen en wantrouwen gadegeslagen. Boze tongen spreken van pauselijke ambitie. Of op z’n minst een wethouderspost.Ik laat iedereen in het ongewisse en handel mijn eigen agenda af. Die is vrij openbaar. Ik strijd met open vizier. Wie mij geregeld ziet fietsen, weet waar mijn aspiraties liggen. Ik ga voor de eerste prijs in de dikkebandenkermiswielerronde 2015.Ik fiets er hard genoeg voor en dicht mijzelf een grote kans op de overwinning toe. Terwijl ik kris-kras door het dorp mij spoed van het ene naar het andere te bezoeken adres, trek ik ter voorbereiding op het winnen van de Grote Prijs van Noordwijkerhout indrukwekkende sprintjes. Een soort vliegend evangelie.Vorige week maandag lukte het mij zowaar los te komen van de grond. Zij het anders dan gewenst. Want wat was het geval? Ik had die middag drie afspraken. Voor de eerste moest ik het Marktplein oversteken, alwaar op dat tijdstip enkele kooplieden hun waar hadden uitgestald.Uiteraard wilde ik te voet en niet te fiets passeren. Daarvoor moet je remmen en afstappen. Ik geloof dat ik het andersom deed: voor ik geremd had, stapte ik af. Enige seconden zweefde ik in de gewenste richting. Maar voordat ik kon zeggen ‘cabincrew, prepare for landing’ was ik tegen de keien gesmakt.Er viel 85 kilo dominee op slechts één schouder. Zet dat in een formule uit met de gemiddelde snelheid en je kunt uitrekenen hoe hard ik viel. Zelfs mijn vierkante schouder kon daar niet tegen. Blauwe plekken waren nog het minste gevolg.Erger was het, dat men in het ziekenhuis constateerde dat mijn sleutelbeen gebroken was. Ik loop nu met mijn arm in een mitella en het ziet ernaar uit dat ik mij terug moet trekken uit het deelnemersveld van de kermiskoers.Dat is goed nieuws voor mijn concurrenten. Minder leuk voor mij. En nog minder leuk is het commentaar dat ik krijg, wanneer men mijn kwetsuur ziet: slaag gehad? Zijwieltjes vergeten? Ik lach er maar om. Maar wel als een dominee met sleutelbeenpijn…

ehvanderweide

 

19 augustus 2015

Herfst

Deze column vindt zijn ontstaan ergens aan de zuidrand van de Veluwe. In een comfortabel hotel zijn wij daar neergestreken met geen ander doel dan enkele dagen in louter ledigheid door te brengen. Het is nog net niet all-inclusive. Maar veel reden om ver van het hotel te gaan, hebben we niet. Wij zijn niet de enigen met dat oogmerk. Anderen zijn hier met gelijke plannen.De meeste andere hotelgasten schelen aanmerkelijk met ons qua leeftijd. Die is in hoge mate middelbaarder dan de onze. Ooit was er in die lommerrijke omgeving een hotel dat adverteerde met de wel zeer onfeministische slogan ‘het hotel waar mevrouw zich uit en meneer zich thuis voelt’. De seksuele revolutie is ook in de provincie niet zonder gevolgen gebleven.Dat hotel bestaat niet meer. Maar dit zou zo’n soort hotel kunnen zijn. Zeg maar: waar heren die dat niet meer zouden moeten doen, doodleuk in korte broek aan het ontbijt verschijnen en dan met sokken in hun schoenen. Ziet u het voor u? Of liever: probeer dat maar niet te doen…De categorie mensen bestaat hier nog. Het is voor dat soort mensen een prachtige omgeving. Het leven gaat er lekker langzaam. We passen ons makkelijk aan. We luieren wat, we wandelen wat, we eten en drinken meer dan goed voor ons is. Het valt ons vooral op dat alles hier zo stralend groen nog is. Bij ons staan de bomen langzaam bruin te worden. Er is aan de kust blijkbaar veel minder regen gevallen dan hier. Dus vermeien wij ons onder reusachtige en opvallend groene beuken. Wij struinen door allerhande loof van menigerlei soort maar van eender voorzomerse kwaliteit. Met enige jaloezie denk ik aan de dorstige bomen en struiken op de schrale grond van mijn eigen dorre tuin.Maar ik bedenk dat je niet alles kunt hebben nietwaar. Hier zijn de meeste mensen er aardig herfstig aan toe. En daar steken mijn frisse vrouw en ikzelf dan weer heerlijk voorjaarsachtig bij af…

ehvanderweide

 

12 augustus 2015

Lekkerbek

De organisatie van Noordwijkerhout Culinair had alles prima op orde. Publiciteit, deelname, bezoekers: het klopte allemaal. Er was slechts één klein schoonheidsfoutje: de samenstelling van de jury. De een kwam uit Noordwijk, de ander was predikant. En vooral dat laatste was behoorlijk riskant. Voor lekker eten en uitgelezen wijnen moet je bij pastoors zijn. En dan vooral een Limburgse. Die hebben we in het dorp. Maar nee, men vroeg de dominee. Alsof je Marianne Thieme vraagt erevoorzitter te worden van de Koninklijke Nederlandse Jagersbond, of lid van de jury bij een worstenverkiezing. Dominee goes culinair. Wat weet zo’n man van lekker eten? Zulke mensen eten toch elke dag 3 keer havermout? En op zondag, bij wijze van uitspatting, boekweitgrutten met, vooruit dan maar alsof het niet op kan, een schepje suiker. En die laat je dan los op de lekkerste kooksels en baksels van de Noordwijkerhoutse horeca? Is dat geen belediging? Stelt een prijs dan nog iets voor? Had nou niemand daaraan gedacht? Of kon men niemand anders krijgen? En het gekste van het geval: de winnaars waren oprecht blij met de prijs. Alsof ze die echt uit handen van een connaisseur hadden ontvangen. Maar ja, wat ze gemaakt hadden was ook wel erg lekker…

ehvdweide

 

5 augustus 2015

Meer van hetzelfde…

Overdaad schaadt, zei mijn moeder zaliger. Ik had als kind van zoveel dingen nog wel meer gewild, maar daar had ze nog zo’n mooie spreuk voor: alles waar ‘te’ voor staat is niet goed. Later leerde ik in middelbare-school Duits: ‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’. Less is more, zeggen ze aan de overkant van de Noordzee. Ik doe er mijn voordeel mee, met al die wisecracks. Ze komen me goed van pas. Een column mag niet langer dan een x-aantal tekens, en na 15 minuten te hebben gepreekt beginnen er opvallend veel kerkgangers naar hun horloge te kijken – nog net niet demonstratief wijzend. Hoe lang het duurt voor ze dat laatste gaan doen moet nog blijken. Ik ga het eens uitproberen. Toch houd ik het liever kort, en liever geen herhaling. Toen ik dan ook op een avond voor de tv al zappend in de gids zag staan dat de film Police Academy part 18 werd uitgezonden (en meteen daarna deel 19) hoeveel kijkers zoiets in hemelsnaam nog trekt. Ik heb deel 1 al niet eens gezien destijds, en deze opgerekte en uitgekauwde sequensen lokten mij al helemaal niet. aan. Altijd jammer zoiets. Ik bedoel: bij Jaws 1 stond ik ook rechtop bij die ene uit het niets opdoemende haaie-aanval. Maar bij Jaws 33 kun je toch echt niet van de kijkers verwachten dat ze opnieuw verrast worden door meer van hetzelfde. Of neem de Rocky-reeks. Zeven films. Rambo: vijf. Of heb ik er een paar gemist? Hoever kun je succes uitrekken? Hoeveel verse melk haal je uit een uitgekauwd thema? Je moet al van goeden huize komen om dat te kunnen. Ik vind het al een hele toer om elk jaar in de Kerstnacht 15 minuten te (s)preken over Lucas 2. Overigens werkt het daar wel: al 2000 jaar een hit…

ehvanderweide

22 juli 2015

ONLINE

Dat ik een akelige digibeet ben hebben trouwe lezers van deze columns al eerder kunnen constateren. Ik ben eerlijk gezegd een beetje bang voor al die nieuwigheden. Dat is natuurlijk gewoon onwennigheid, dat weet ik best. Maar het staat allemaal zo ver van mij af. Ik heb nog leren schrijven met een kroontjespen. Dat wil zeggen: na twee weken knoeien en ploeteren werd ik gedegradeerd tot het gebruik van een potloodje. Ik vlekte teveel. Maar toch: ik schrijf nog altijd sneller dan ik typ. Nou heb ik wel sinds kort mijn eerste smartphone. Hij doet het nog niet. Ik heb een supergoedkoop abonnement dat pas 30 juli ingaat. Tenminste, als de techniek mij niet in de steek laat wordt op die dag mijn oude nummer op het nieuwe toestel van toepassing verklaard. Of hoe dat ook heet. Ik kan dan gaan appen. Eppie apt, zouden ze in Drente zeggen. Eppie is opgestuwd in de vaart der volkeren. Hij telt dan helemaal mee. In dat verband is het ook helemaal dan van deze tijd dat dit de eerste column van mijn hand is die alleen online verschijnt. De krant is een streekblad deze weken, en de column moet even wachten tot we weer onder ons zijn. Maar ja, in mijn bioritme zit het schrijven van een column wel ingebakken, na 8 jaar en ruim 300 stukjes. Dus schrijf ik deze weken gewoon door, maar dan alleen voor Blik op Noordwijkerhout. Dat maakt deze column dus uniek. Een collectors item, zogezegd. Een flitsend stukje, en alleen online te lezen!

ehvanderweide

15 juli 2015

slapstick

De humor ligt op straat. Je moet het alleen zien. Ik herinner mij dat oudere echtpaar dat boodschappen had gedaan. Zij was bezig veel te veel boodschappen in veel te kleine fietstassen te proppen. Ze deed dat met een rood hoofd want ze had zelf ook wel door dat het niet ging. Ongeduldig en een beetje bits blafte ze haar man toe: ‘nee, eerst de zeeppoeder! Nu de koffie!’ Hij stond wat sullig achter het karretje en deed braaf wat ze zei. Maar niet snel genoeg. Of niet goed genoeg. Toen hij met dat karretje iets te dicht bij haar kwam, duwde ze dat ding ruw een eind van zich af. In één beweging pakte ze tegelijk een fles wijn terug uit de fietstas, die zat niet goed, die wilde ze weer even in het karretje zetten. Maar ja, dat had ze nou net zelf weggeduwd. Ziet u het voor zich? Iemand die achter zich een hand uitsteekt met een fles wijn er in en dan die fles zomaar loslaat? Op de keien. Daar kunnen flessen niet tegen. Deze ook niet. Niet alleen de voorbijgangers schoten daarvan in de lach, maar ook haar man. Dat had-ie beter niet kunnen doen. Hij kreeg van haar domme actie de schuld, uiteraard. ‘Zet die kar dan niet zo ver weg sukkel!’ Ik kreeg bijna medelijden. Maar ja, hij was waarschijnlijk uit vrije wil met haar getrouwd. Gevallen voor haar charme die het allang begeven had. Die lag op straat. In scherven. Maar als het jezelf betreft, hoop je dat niemand het ziet. Ik wens dan ook vurig dat ik met mijn domme actie onlangs niet meer dan drie toeschouwers had. Ik liep een rondje hond, toen er vanuit een auto aan de overkant uitbundig werd gezwaaid. Drie mensen stapten juist in voor vertrek. Moeder zwaaide eerst, en ik zwaaide terug. Vader zwaaide, ik ook. Kind werd gewezen ‘kijk, de dominee!’ Kind zwaaide, en ik keek achterom om terug te zwaaien. Terwijl er vóór mij een lantaarnpaal aankwam. U raadt het al. Toine en zijn vader en moeder hadden een leuk begin van de dag. Ik lag gelukkig niet op straat. Maar de humor wel. Met mijn bult gaat het weer beter, dank u. Mijn ego is nog steeds gekwetst.

ehvanderweide

Fikkie 

8 juli 2015

Vroeger heetten alle hondjes Fikkie. Op de lijst van populaire hondennamen is die naam nu ergens onderaan te vinden. Max en Diesel en Kyra heten de trouwe viervoeters van vandaag. Ooit waren er dus meer hondjes die Fikkie heetten. Nu kennen we alleen nog maar die uitdrukking. Er zijn, in ons dorp, meer mensen die Van der Weide heten. Of Van der Weijde. Of Van der Weiden. Klinkt hetzelfde. Aan de Herenweg wonen er 2. Hun huisnummers lijken op elkaar. Ze hebben allebei een roldeur in de garage. En die beide roldeuren waren een beetje gebrekkig. De één meer dan de ander, maar er mankeerde aan beide deuren wel iets. Ik had dat in een grijs verleden doorgegeven aan onze huisbaas. Omdat het gebrek aan onze deur niet zo dramatisch was, had ik dat niet meer zo in m’n hoofd. Tot er op een middag werd aangebeld en iemand zich meldde. Hij had een voorbijganger gevraagd naar Van der Weide aan de Herenweg, en de dame had zeer behulpzaam hem naar ons verwezen: o, dan moet je bij de dominee zijn! Ben ik hier bij Van der Weide?, vroeg de man. Hoe je die naam schrijft, hoor je dan niet. En ik heet inderdaad Van der Weide. Ben ik bij de dominee? Ja, dat was zo. En doet uw roldeur het niet? Ook dat klopte, het ding bleef zeer regelmatig bij het openen op 40 centimeter boven de grond hangen. Daar pas ik alleen in tijgergang onderdoor. Verheugd dat het euvel nu verholpen zou worden, liet ik hem de deur zien, en hij ging aan het werk. Het viel een beetje tegen blijkbaar, want pas twee uur later was hij klaar. Hij had nog wel een paar vragen. Hoe dat nou zat met die motor die vastliep, en de stoppen die sprongen. Daar had hij niets van gemerkt en mij was dat ook niet van bekend. Hij liet mij het briefje zien met zijn werkopdracht. En toen kwam de aap uit de mouw. Daar stond inderdaad boven dat hij aan de Herenweg moest zijn. En ook bij Van der Weide. Met een lange IJ. En een N op het eind. Maar wel met een kaduke roldeur…

ehvanderweide (zonder ij en zonder n…)