Columns 2017

In overleg met ds. Egbert van der Weide, worden er geen nieuwe columns meer geplaatst. Op dinsdag 24 oktober is de familie Van der Weide verhuist naar Warmond.

1 november

Daar stond Joke – zij kon niet anders…

Volgens de traditie heeft de kerkreformator Maarten Luther dergelijke woorden gesproken op de Rijksdag in Worms in 1520. Nou ja, hij had het niet over Joke maar over zichzelf: hier sta ik, ik kan niet anders. Hij moest zich ten overstaan van de keizer en diens landsvorsten verantwoorden voor zijn optreden. Hij had op 31 oktober 1517 in 95 zijn bezwaren verwoord tegen de praktijk van de kerk van zijn dagen. Een snelle blik naar de datum van deze krant leert dat dat 500 jaar geleden is – op de dag af. In Duitsland met name wordt dat grotelijks herdacht. Met alle Luther-parafernalia van dien. Zelf heb ik op Lutherreis in augustus een paar sokken aangeschaft met die tekst: ‘Hier stehe ich, ich kann nicht anders.’ Ik draag ze, zeer toepasselijk, onder mijn toga. Of Luther dat echt gezegd heeft staat niet vast. Ook onder protestanten vindt legendevorming plaats. Maar die woorden geven goed weer wat hij bedoelde. Hij had geen kerkscheuring in de zin en al helemaal geen godsdienstoorlogen. Het ging hem om de bewustwording van de individuele gelovige mens. Waar sta je, mensenkind, waar sta je voor? Geen paus, geen priester en geen predikant kan die vraag voor jou beantwoorden – dat moet je zelf doen. Jij bent verantwoordelijk voor wie je bent, hoe je leeft en denkt, hoe je staat voor God (of niet), hoe je omgaat met je naaste en met je bezit. Het is de bondige samenvatting van wat ik zie als typisch protestants: hier sta ik, ik kan niet anders. Het is hoogst actueel: je kunt het nadenken over de werkelijkheid niet overlaten aan anderen. Huil niet mee met de wolven in het bos. Geloof niet grif wat anderen zeggen en twitteren en opdissen als nieuws en feit. Denk na. Neem je verantwoordelijkheid. Aan de kant staan roepen dat het allemaal niet deugt is goedkoop. Wat kun je zelf? Wat doe je zelf? U wilt nog weten wat dat met Joke te maken had? Nou, zij stond een paar weken geleden in de Witte Kerk en nam haar verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de geloofsgemeenschap daar. Ze werd ouderling. Daar was niets vanzelfsprekends aan. Maar ze deed het met volle overtuiging. Ze stond ervoor. Ze stond daar, en kon niet anders.

egbert van der weide

 

25 oktober

Supermarktmuziek

De vraag stellen is vaak: hem beantwoorden. Zo is het ook met de proefopenstelling van de winkels op zondagochtend. Wat de onderzoeksvragen waren, welke criteria er aangelegd werden en bij welke uitkomst de proef geslaagd was: het deed er niet toe. De uitkomst stond van te voren vast. De supermarkten wilden ook die 2 uurtjes de klanten bedienen. Het simpele verlangen was genoeg voor het gemeentebestuur om dat ruimhartig toe te staan. Daarbij wordt hardnekkig gesproken over ‘middenstand’, gemakshalve er aan voorbijgaand dat alleen de grootwinkelbedrijven de verruimde zondagsopening benutten. Was ik gemeentebestuurder, ik zou tevreden achterover leunen. Noordwijkerhout is geliberaliseerd, de firma Grootgrut op zijn wenken bediend, de consument zoet gehouden. Het volk wil brood en spelen. Besturen langs de weg van de minste weerstand. Niet nadenken over wat voor wereld je voor ogen hebt. Geen visie is ook een visie. Was ik de firma Van den Broek, dan zou ik beslist niets gaan bespreken met de kerkenraad van de Protestantse Gemeente. Het gemeentebestuur wil dat, maar sancties staan er niet op. Was ik Dirk, ik ging lekker m’n eigen gang. Wat kan zo’n handjevol kerkmensen mij maken? Was ik nog dominee van de Witte Kerk, dan wist ik het ook wel. Ik zou op zoek gaan naar een goeie Russische hacker. Ik zou hem de opdracht geven om een beetje te gaan rommelen op internet. De diensten in de Witte Kerk worden allemaal via het web uitgezonden. Ik denk zo maar dat de achtergrondmuziek in de plaatselijke supermarkten ook computergestuurd is. Mijn hacker zou dan de kerkomroep laten inbreken in de supermarkten. Onherleidbaar uiteraard, elke zondag langs andere duistere wegen over het wereldwijde web. In plaats van de nieuwste bonus-aanbieding zouden orgelklanken en stevig psalmgezang de paden vullen. Ik zou zondag aan zondag preken over Filippenzen 3: 19 ‘Hun buik is hun god.’ Of over Lucas 4: 4 ‘de mens leeft niet van brood alleen.’ En ik zou dat zo indringend doen dat men zich driemaal zou bedenken aleer men boodschappen deed voor de kerk uit was. Het is maar goed voor de heren supermarkthouders dat ik met emeritaat ben…

egbert van der weide

 

18 oktober

Een dominee van boter

Tien jaar lang had de stukjesschrijver een haat-liefdeverhouding met het carillon in de directe nabijheid van zijn huis. Of was het een beiaard? Het waren tenslotte meer dan vier klokjes. In het begin waren ze onzuiver van toon. Een paar klokjes weigerden mee te doen. De liedjes die ten gehore werden gebracht kwamen vals en gemankeerd over. De pennenstrijd daarover met de betrokken wethouder was alleszins goed afgelopen. Niet alleen werd zonder dralen het carillon hersteld, de stukjesschrijver mocht bovendien een aanvulling leveren voor het repertoire.  Sinds die bewuste zaterdag in september, inmiddels 7 jaar geleden, klinkt eens in de vier weken elke dag  zijn liedje. Wanneer des zaterdags om 9 u de Noordwijkerhoutse wals wordt gespeeld, weet hij al hoe laat het is: de komende week komt zij elke middag voorbij! In het weekend gaat zij pas om 17.00 u naar de botermarkt. Doordeweeks zijn ze ten gemeentehuize vroeger uit de veren, dan roept zij ons reeds om 16.00 u met zich mee. Ruim voor 5 december wordt zij ruw terzijde gesteld door aanhoudende schoenzetterij en stoombootgedram. Vrijwel direct daarna maakt ze eerbiedig plaats voor het kerstrepertoire. Maar na 6 januari is ze weer terug.  Ze heeft sinds haar verschijnen talloze malen geklonken. Op de eerste dag werd ze telkens op het halve uur gedraaid. Toen vlak daarna de stukjesschrijver 50 werd, had de koster van de Witte Kerk geregeld dat ze zelfs ieder heel uur ten gehore werd gebracht. Niet dat de schrijver haar die tien jaar lang alle keren hoorde: hij had zijn werk en zijn bezigheden. Zij trok zich van zijn aan- of afwezigheid niets aan en speelde stug door. Maar op deze oktobervrijdag was hij er speciaal voor thuisgebleven. Het was de laatste dag waarop hij vanuit zijn huis zijn lied zou horen. Over vier weken en een dag zou ze weer klinken. Maar dan was hij weg en het huis leeg. Zijn nieuwe woonplaats is carillonloos. Dat geeft rust, wat u zegt. En dat Sinterklaasrepertoire kon hem toch al gestolen worden. Maar Catootje zal hij missen. En toen het dan eindelijk 4 uur sloeg, pinkte hij stiekem een traantje weg…

egbert van der weide

 

11 oktober

Boodschappen

Mijn vrouw en ik naderen de 60. Dat is een leeftijd waarop je makkelijk kleinkinderen kunt hebben. Vrienden, zussen en zwagers, klas- en studiegenoten hebben die al. Soms al lang. Soms meer dan een. Wij nog niet. Bij voorzichtige hints in de bedoelde richting aan degenen die daar verandering in kunnen aanbrengen, hield men zich Oost-Indisch doof. Op iets duidelijker toespelingen kreeg ik als antwoord ‘doe je best.’ Nog nadrukkelijker aandringen durf ik niet. We bezitten onze ziel in lijdzaamheid – wat kun je doen, nietwaar? U hebt natuurlijk gelijk wanneer u stelt dat dit geheel en al een zaak van de jongelui zelf is. Ik haast me te zeggen dat ik het met u eens ben. Maar in een column hoef je niet per se politiek correct te zijn. Op de druilerige zaterdag dat ik deze column schrijf, is er ook nog eens een bijzonder evenement gaande bij onze boekuitlenende overburen. Daar wordt een peutermarkt gehouden. Voor dag en dauw zie ik ouders met hun kinderen naar binnen gaan. Gek genoeg komen ze even later met dezelfde kinderen aan de hand weer naar buiten. Mijn vrouw zal wel gelijk hebben wanneer ze zegt dat daar geen peuterhandel plaatsvindt. Het is een doe-evenement waar voor peuters en hun ouders van alles te beleven valt. Ik ga niet kijken of dat zo is: laat mij in mijn waan, als columnist. Stel je voor, je schaft daar een stuk of twee kleine dreumesen aan en bezorgt die bij je kinderen: ‘jullie zeiden toch ‘doe je best’?’ Een tijdje geleden kwam ik de Kinderbeurs tegen. Wordt daar verkocht of geruild? Daar is, weet ik uit ervaring, heel soms wel behoefte aan – zoals er kinderen zijn die af en toe een andere vader of moeder willen. Er bestaat ook zoiets als de Babydump, maar om een of andere reden staat die naam mij tegen. Zo lieten we in de tijd dat wijzelf nog volop aan gezinsuitbreiding deden, het Babymeubelparadijs links liggen. Wie verzint zulke namen? Ze prikkelen mijn fantasie. Of is het in dit geval de leeftijd die steekt? Ik zal het de komende week wel te horen krijgen…

egbert van der weide

 

4 oktober

Egbert goes green

Duurzaam is helemaal in de mode. Het is helemaal niet moeilijk. Je zamelt  je afval gescheiden in, je bent zuinig met licht en verwarming, je let op wat je koopt en eet. Een kind kan de was doen. Trouwens, dat kan ook duurzaam: lagere temperatuur, verantwoord wasmiddel. En hang het dan buiten te drogen, of in het trapgat. Je laat geen rotzooi slingeren, en al helemaal geen plastic: plastic wordt niet afgebroken maar het breekt zelf van alles af. Niet dat ik ecologisch een heilig boontje ben.  In de duurzame top-100 van het dagblad Trouw maak ik geen schijn van kans. Er liggen geen zonnepanelen op m’n dak en er staat geen windmolen in de tuin. De auto is nog in gebruik en af en toe gaat gewoon de open haard aan. Maar toch: je doet wat je kan. Iemand zegt: wat haalt dat aan? De grote vervuilers gaan gewoon door. Dat kan wel zijn, maar dat ontslaat je toch niet van je eigen verantwoordelijkheid? Iemand anders zegt: wat wij doen dat is maar een druppel in een oceaan. Ik zeg: wat is een oceaan anders dan een heleboel druppels? Je moet ergens beginnen. Maar nou kwam ik er zomaar achter dat ik groener ben dan ik wel dacht. Veel groener zelfs. Terwijl ik zaterdagmorgen zat bij te komen van een paar daagjes weg, las ik in de krant een advertentie voor ecologisch verantwoord reizen. Een vliegvakantie die dankzij allerlei compensatiemaatregelen CO-2 neutraal was. Daar wringt iets. Dat je met allerlei maatregelen ecologisch kunt compenseren zal wel waar zijn, maar helemaal niet vliegen is vast en zeker duurzamer. Nee, dan mijn vakantie: m’n fiets was alvast meegenomen door de buren. Zelf ging ik met de trein. Ter plekke heb ik gefietst en met het openbaar vervoer gereisd. Ik heb de restjes opgemaakt en her en der de kost opgehaald. Slechts één keer in 5 dagen draaide de vaatwasser. En als klap op de vuurpijl ben ik het hele eind met de fiets teruggekomen: 108 kilometer. Een e-bike weliswaar, maar dan nog. Ik hoef geen groen lintje. En die top-100 haal ik nog steeds niet. Maar wat hierboven staat, is best wel waar.

egbert van der weide

 

27 september

Drenthen in den Vreemde

Drenten zijn makkelijk te houden. Ze vergen weinig onderhoud. Ze zijn gemoedelijk en doorgaans een beetje tam. Je kunt ze zo’n beetje overal planten. Deze Drent bijvoorbeeld gedijde op de Kamper rivierklei, in een Twents beekdal, op de zware Zeeuwse klei en de zompige veengrond van Maassluis. Ook in dit dorpje in de duinen schoot hij makkelijk wortel. Ik zie dan ook niet op tegen m’n volgende verplanting, naar die oude strandwal, iets meer het binnenland in. Of daar meer Drenten wonen (die h is duurdoenerij, daar houden we niet van) weet ik niet. Mijn eigen Drentse schone gaat mee, maar die is aardig verhollandst. Wanneer ik vroeger, op weg naar oeze volk, bij het overschrijden van de provinciegrens met een brok in de keel het Drents volkslied aanhief, keek zij al net zo verstoord als onze arme kindertjes op de achterbank. Ik hield dan maar gauw op. Had ik doorgezongen, dan was ik onverbiddelijk na het zesde couplet op de vluchtstrook achtergelaten. Misschien is het wel erg Drents om niet al te dik over die Drentsheid te doen. In Drentse ogen overdrijf je al gauw. Met name Hollanders hebben “kuunst’n”. En geloof me, dat is geen compliment. Dat onze Groningse stamverwanten zich zo boven ons verheven hebben zien we hoofdschuddend aan. Ze schijnen daar vergeten te zijn dat hun Pronkjewail begonnen is als Drents dorpje. Zoals de Friezen niet meer weten dat ze afstammen van Drentse boeren die ver voor het begin van onze jaartelling vruchtbaarder grond zochten. Trouwens, grote delen van wat nu Groningen, Friesland en Overijsel is zijn oorspronkelijk Drents. Wij halen daar onze schouders over op: laat ze er gelukkig mee zijn. De Groot-Drentse gedachte verdraagt zich niet met onze nuchtere aard. Hoezo ‘Bartje boam’an’? Mensen komen vanzelf wel naar Drente, om te drentenieren. Dat mag. Ook Groningers die de grond onder de voeten te onvast wordt zijn van harte welkom. Friezen die het hogerop zoeken in deze natte tijden trouwens ook. We zullen ze als echte verloren zonen en dochters verwelkomen. Het gemeste kalf is dan weer wat overdreven. ’n Stukkie dreuge metworst könt ze krieg’n.. .

egbert van der weide

 

20 september

Gelegenheid maakt de dief

Dat het de laatste weken behoorlijk heeft geregend hebt u zelf waarschijnlijk wel ondervonden. Ik ook. Ik had, op een door talrijke buien geplaagde maandagmiddag, een Hele Belangrijke Bijeenkomst met een van de heren van de wet. Ik mag dan met emeritaat zijn, een beetje gewichtig ben ik nog wel. Hoewel het van ons huis naar het gemeentehuis een kippeneindje is, kun je bij voldoende neerslag behoorlijk nat worden tijdens de oversteek. Ik had daarom in de gauwigheid de makkelijkste regenscherm gepakt die we hebben: een zwart stormparapluutje, bezit van mijn dierbare echtgenote. Ik stalde het ding in de daarvoor bedoelde bak om droog te druipen. Toen ik na anderhalf uur naar huis ging was het droog. In eerste instantie vergat ik daarom die paraplu. Goed en wel thuis maakte ik de oversteek opnieuw, om dat ding alsnog op te halen. Maar iemand was mij voor geweest: in de bak stonden alleen nog een felrode paraplu en een exemplaar dat er uit zag als een tweedehands luipaardvel. Maar de mijne was weg. Meegenomen door iemand die zwart ook mooier vond dan rood of luipaardprint. Of die geen paraplu bij zich had en toch niet nat wilde worden. Ik kon mij dat alles voorstellen – maar een beetje beduusd was ik wel. Mijn plu was eenvoudig gejat. De hare eigenlijk – ik wist hoezeer mijn vrouw eraan gehecht was. Ze vatte het gelukkig laconiek op. Het was een degelijk doch voordelig gevalletje geweest, bij de ANWB met de hoogst mogelijke ledenkorting aangeschaft. Ze had natuurlijk gelijk: we zijn niet armlastig, een nieuwe is met dezelfde korting te bekomen. De ANWB kent geen rantsoenering. Trouwens, we hebben nog wel wat paraplu’s op voorraad. Ook een felrode. Ik had mij nog die luipaardparaplu kunnen toe-eigenen, maar zo ben ik niet opgevoed. Toch lukt het mij niet enig wraakgevoel geheel en al te onderdrukken. Ik hoop daarom dat de dief bitter weinig plezier van het gestolene mag ondervinden. Lekkage van de paraplu bijvoorbeeld. Of beter nog: alleen maar droge dagen!

egbert van der weide

 

13 september

Biertje, dominee?

Ik neem u niets kwalijk, laat ik dat vooropstellen. Ik had er zelf ook niet eerder van gehoord. In de veelheid aan bijzondere dagen hebt u deze dag waarschijnlijk over het hoofd gezien. Het is ook niet te doen, al die dagen bijhouden: Nieuwjaarsdag,  sciencefictiondag, wereldbrailledag, spaghettidag, slagroomdag, Driekoningen, cuddleupdag, bubbelbaddag, Wereldalfabetiseringsdag, ruimjebureauopdag – en dat zijn alleen nog maar de eerste negen dagen van januari. Er zijn op één dag soms meer thema’s. Trouwens: sommige thema’s vragen later in het jaar nog eens om aandacht en om een dag: in september is er opnieuw een alfabetiseringsdag. Hoe dan ook: door de bomen zie je niet meer welke dag het is. Dat er tussen die overdaad aan speciale dagen, ergens in het toch al zo drukke gebied tussen zomer en herfst ook nog eens ‘international buy your priest a beer day’ is, schiet er allicht bij in. Nu durf ik niet helemaal in te staan voor de legitimiteit van die dag. Ik las erover op de facebookpagina van een jonge collega. Is het fake news? Of wishful thinking? Feit is dat hij vlak voor die dag van het brave Maassluis naar het caférijke Amsterdam is verkast. Een oplettende lezer zal stellen dat met ‘priest’ niet automatisch ook dominees bedoeld zijn, maar zo iemand is een kniesoor. Een ander voert aan dat ik emeritus ben, maar ik riposteer: met behoud van alle rechten! Ik wil dat biertje. Toen ik mijn vrouw wees op de ongekende mogelijkheden die deze dag mijn beroepsgroep biedt en tegelijk mijn vermoeden uitsprak, dat wel niemand bij Van der Geest ervan op de hoogte zou zijn, zei ze doodleuk: dan pak je er toch zelf een uit de koelkast. Ja, zo lust ik er nog wel één! Terug achter de computer keek ik nog eens of niet ergens op een of andere site deze dag als waarachtig en niet te veronachtzamen vermeld stond. Ook wilde ik weten of die dag exact op deze datum valt of dat het ging om de tweede zaterdag van september (en-en zal wel niet mogen…) Maar al wat ik vond bij 9 september was dit: Wonderful Weirdos Day… Ik ga dat maar niet aan mijn vrouw vertellen. En ik hoop dat u uw woordenboek niet kunt vinden.

egbert van der weide

 

6 september

Tien jaar later…

In de nazomer van 2007 kregen we de sleutel van de pastorie. Daar moest het een en ander aan gedaan worden. Kozijnen en deuren schilderen, muren en plafonds, een nieuwe wc en badkamer, nieuwe tegels in de keuken, en overal nieuw parket, laminaat of vloerbedekking. Een hele klus. Heel wat dagen in augustus en september werden er aan besteed, met hulp van familie en vrienden en een aantal Noordwijkerhouters. We ontdekten de zaterdagse zomertoeristendrukte. En natuurlijk de kermis. Een hardhandige kennismaking was dat: je komt vrolijk aanrijden om te gaan klussen in je nieuwe huis en dan blijkt de Herenweg helemaal afgezet. Je staat te witten voor het oog van honderden voorbijgangers, op weg naar of terugkomend van de kermis. Je wilt sleutels laten bijmaken en iets te eten halen, maar de winkels zijn dicht. De muziek waarop je staat te schilderen wordt overstemd door de omroeper bij de wielerronde. Het was een vuurdoop: welcome to Noordwijkerhout! Ik ben, dat weet u, opgegroeid in een wereld waar kermis, carnaval, cafébezoek en ijsjes op zondag volstrekt not done waren. Mijn eerste column over de kermis schoot dan ook tenminste bij één dorpsgenoot in het verkeerde keelgat. Bijna was ik met pek en veren naar Staphorst of de Veluwe gejaagd. Gelukkig kon het merendeel van de Noordwijkerhouters mijn humor  beter waarderen en mocht ik blijven. Nu vertrek ik toch. Dit huis is straks voor iemand anders. Mijn vrouw heeft ooit voorgesteld de pastorie van de Witte Kerk ‘Het Witte Huis’ te noemen. Er loopt dus iemand rond die ook dat eerder hoogmoed dan humor noemt. Maar hij kan tevreden zijn: nog even en we zijn weg. Jammer voor hem dat mijn stukjes blijven. En ik, ik ben inmiddels gehecht geraakt aan alles-op-onstuur in die eerste week van september. Ik zal de kermisgangers missen, en de dranghekken, en de dinsdagavond dat je in ‘t durp moet zijn. De dame die mij ooit toevoegde “u bent geen Noordwijkerhouter!” (na een ander stukje, waarin ik schreef over ‘ons dorp’) kan ook gerust zijn. Ik verhuis. Maar ik word een echte ex-Noordwijkerhouter: ik kom terug als het kermis is!

egbert van der weide

 

30 augustus

Halve heiligen

Ik ben op bedevaart. Niet naar Lourdes of Rome of welke andere officiële bedevaartsplaats dan ook. U weet dat protestanten daar niet aan doen. Plekken en voorwerpen hebben niets heiligs an sich – ze worden geheiligd door wat we ermee doen. God is heilig. Voor Hem zijn de mensen heilig – dat lijkt me voldoende. We hebben er de handen vol aan elkaar hoog te houden. Wie ooit van mij een rondleiding in de Witte Kerk kreeg, weet wat het waardevolste voorwerp daar is: de Bijbel waar ’s zondags uit gelezen wordt. Duurder dan  € 30 is die niet. En zelfs dat boek op zich is niet heilig – dat wordt het pas wanneer je het opent en eruit leest, ernaar luistert en ernaar leeft. En toch ben ik op bedevaart. Een protestantse bedevaart. Wie weet sta ik wanneer u dit leest voor de deur van de Slotkapel in Wittenberg, waar Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen de praktijk van de kerk van zijn dagen spijkerde. Althans – volgens het verhaal. Voor veel protestanten is hij een heilige. Hooguit een halve, denk ik dan. Want wat er volgde op zijn daad was een somwijlen zeer onheilige strijd en een beschamende verdeeldheid. Waar twee vechten hebben er twee schuld. Als de kerk van zijn tijd eerlijk naar zichzelf had gekeken, als Luther tactischer was geweest – maar ja, as is verbrande turf. Wat hij teweegbracht wil ik niettemin bewaren: de kerk niet als machtsfactor, de kracht van een persoonlijk geloof, de vrijheid waarin de Bijbelse boodschap zich als het moet ook richt tegen traditie, tegen eng nationalisme, tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Ik heb goede hoop dat we als christenen vroeg of laat onze verdeeldheid te boven komen. Laten we van onze verschillen onze kracht maken. In Noordwijkerhout zijn we aardig op weg. En daarom ben ik, in dit Lutherjaar, op bedevaart. Om stil te staan bij wat onze protestantse inbreng is in die ene kerk van morgen. Mijn toga hangt dan wel aan de wilgen, maar ik wil graag blijven meedenken en – doen. Trouwens, in Warmond hebben ze behalve een goede dominee ook een goede pastoor!

egbert van der weide

 

23 augustus

Trendsetter

Doorgaans loop ik niet voorop in de nieuwste ontwikkelingen. Ik gebruik pas sinds een jaar of twee een smartphone, zeg nog net niet bij een fout gekozen nummer ‘verkeerd verbonden’ en heb meer dan eens met m’n eerste mobieltje geprobeerd de televisie te bedienen. Met een nieuwe generatie telefoons zal dat ongetwijfeld kunnen, maar ik bedoelde destijds gewoon de afstandsbediening. Die was ook zwart en had ook van die knopjes. Als tiener droeg ik nog wel eens een opvallende jas of trui, maar daarna werd het allemaal een beetje voorspelbaar. Al was de suggestie van mijn moeder (‘als je theologie gaat studeren moet je wel een paar nette terlenka-broeken kopen’) in mijn ogen en oren hopeloos belachelijk. Maar nu loop ik voor de troepen uit! Met m’n nieuwe fiets heb ik de hele discussie herenfiets ja-of-nee rechts ingehaald. Dankzij de trapondersteuning en de pientere halfautomatische versnellingsnaaf is dat fluitend en met twee vingers in de neus geschied. Die fiets was het doel van de inzamelingsactie bij mijn afscheid. U gaf gul (waarvoor nogmaals dank!) en ik zocht er eentje uit. Omdat ik niet meer zo soepel m’n been over een zadel slinger, moest het een fiets met lage instap worden. Wel weer hoog genoeg voor iemand van 1.90 m. Een heel gezoek – maar er werd wat op gevonden. Het framemodel dat in aanmerking kwam heet ‘Abdij’. De verkoper wist niet waar dat op sloeg – ik heb er zelf maar van gemaakt dat een stangloze instap handig is voor pijdragende broeders. Ik zou er dus, als ik wil, met m’n toga op kunnen rondfietsen. Wees gerust, dat wil ik niet. Al zou de diepste wens van dat Axelse gemeentelid er mee bewaarheid worden. Ze vond dat ik zó moest fietsen dat iedereen zag: daar gaat een dominee! Helaas, de snelheid die ik nu weer ontwikkel staat ook al op gespannen voet met de plechtstatigheid die zij verlangde. Maar misschien fiets ik voor u nog net langzaam genoeg om te zien dat het een fiets zonder stang is. Nog voordat heel die discussie is uitgekristalliseerd maak ik fietsend mijn statement. Ik zit er niet mee. Een echte man heeft geen herenfiets nodig…

egbert van der weide

 

16 augustus

Geen idee

Ooit hadden de woorden idee en ideologie alles met elkaar te maken. Elke ideologie begint immers met een idee hoe de wereld er uit zou moeten zien. Mensen hadden idealen: vrijheid, welvaart, veiligheid, gelijkheid en geluk. Ze hadden principes en normen en waarden waarmee ze werkten aan wat hen voor ogen stond. Maar hoe gaat dat met ideologieën: die worden gekaapt door grote leiders en machthebbers. Zij hebben zo hun eigen ideeën. Oude idealen zijn van kleur verschoten en sleets geraakt. Alle ideologieën gaan vroeg of laat verdacht veel op elkaar lijken. Zucht naar geld en macht is wat er overblijft. Dat wordt verhuld met een glimmende mantel van religie of nationalisme, en op die mantel speldt men dan, als waren het edelstenen, woorden als ‘volk en bloed en bodem en eer en trots’, of nog erger: ‘God is on our side…’ Voor je het weet botsen die woorden op de eer en de trots en het bloed en de bodem en de god van een ander volk, dat van de eigen leiders ook zo’n lelijke mantel heeft gekregen. Dan is er geen houden meer aan dit gevaarlijke spel. De grote leiders hebben er geen idee van hoe gevaarlijk hun spelletje is. Elk idee dat ten grondslag kan liggen aan verstandig beleid is vergeten, elke gedachte die hen boven zichzelf zou kunnen laten uitstijgen is ver weg. Ze slepen zichzelf mee in hun eigen retoriek. Waren die grote leiders jouw kinderen, dan zou je zeggen: jongens, ga eens lekker spelen. Potje voetbal, wedstrijdje boksen, spelletje Mens-erger-je-niet – wat dan ook, reageer even af en ga dan over tot de orde van de dag. Maar nee – deze grote leiders luisteren niet naar zulke verstandige raad. En wat het erger maakt: ze hebben elk op een hoekje van hun bureau een rode knop. Ze weten werkelijk niet meer wat er ooit gezegd is toen hen die knop werd aangewezen: nooit aankomen, hoor je me! Integendeel: die knop heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Stel je voor dat je met 1 druk op die knop je aspiraties waar kan maken. Korea first! Make America great again! Maar wij dan?

egbert van der weide

 

9 augustus

Opruiming 2

Er wordt dus geruimd in huize Van der Weide. Ergens in de loop van oktober vertrekken we uit Noordwijkerhout. Per 1 november staat dit huis klaar voor een opvolger. Leeg. Dat is nog een hele toer. Het drukst ben ik met het opruimen van alle boeken die niet mee gaan. Die beslaan tezamen al gauw zo’n 20 strekkende meter. Wees gerust: er blijft nog genoeg over. Maar er wordt het nodige afgedankt. Het heeft z’n dienst gedaan. Afgeschreven. Restwaarde: nihil. Want in tweedehands boeken zit geen handel, en naar tweedehands theologie is al helemaal geen vraag. Ontkerkelijking en digitalisering gaan hand en hand, in dezen. Sommige mensen vragen me of dat niet pijnlijk is, dat wegdoen van die boeken? Want ze weten dat ik een bibliofiel ben. Een e-reader is leuk en handig op een vliegvakantie, maar voor de rest gaat er niets boven de geur van papier en het knisperend omslaan van een mooi boek. Maar het opruimen doet me weinig, eerlijk gezegd. Alles heeft z’n tijd, zegt Prediker. En dus is er ook een tijd van boeken van de hand doen. Ze hebben volop dienst gedaan, ik heb er veel aan gehad en ik hoop anderen ook. Ze hebben hun geld opgebracht en dat was het dan. Of zit u te wachten op de Dogmatische Studiën van prof. dr. G.C. Berkouwer in 19 delen (Kok, 1958)? Nee toch?
egbert van der weide

 

2 augustus

Zo zou je het kunnen noemen, ja…

Het bedrijf waar mijn vrouw werkt is aan het automatiseren. Dat was al langer nodig, maar een recente verhuizing gaf de doorslag. Rijen mappen stonden er plaats in te nemen terwijl dat in deze tijd van megasupergigabites toch echt niet meer hoeft. De inhoud is inmiddels gedigitaliseerd en de mappen waren werkloos. Ze heeft er een paar meegenomen. Ik kan wel wat mappen gebruiken, omdat onze aanstaande verhuizing voor een groot deel een fysiek gebeuren is. Er stond al jarenlang een doos vol uitgeprinte preken te wachten op enige ordening. Ze worden naar gebruikte Bijbeltekst in een oud schriftje geregistreerd en dan in een map bewaard – ach, ik heb u heel die procedure al eens uitgelegd. Omdat we pas in oktober vertrekken naar onze nieuwe woonstee, heb ik de tijd goed na te denken over een slimme manier om alles te bewaren. Mijn vrouw denkt mee, en dat is maar goed ook. Zij bedacht dat ik de preken die al in de pc staan natuurlijk niet ook nog eens uitgeprint hoef te bewaren – dat neemt onnodig ruimte in. Desalniettemin had ik mappen nodig voor de preken die niet in mijn digitale bestand bewaard werden. Heel wat daarvan heb ik ooit ouderwets uitgetypt, andere staan ergens op een floppy of een harddisk – maar of dat allemaal compatible blijft? Kortom, die ene map met trouwpreken die ik had staan bleek te klein. Dat was een witte – tussen wat er van mijn vrouw meekwam, zaten twee mooie rode. Ik vind die kleur wel passend voor zoiets als trouwdiensten. Ik heb ze allemaal op datum gelegd en een voor een in die nieuwe rode mappen gestoken. Nou hebben die mappen op hun rug een plastic insteekhoesje, met een wit papiertje voor de naam. De meest logische nieuwe vermelding zou zijn ‘huwelijskdiensten 1’ op de ene map, en ‘huwelijksdiensten 2’ op de andere. Maar er stond al wat op – een herinnering aan hun eerdere leven. Toen ik het las, moest ik lachen. En ik besloot het gewoon te laten staan. Want zo zou je huwelijken ook kunnen noemen: “Minnelijke schikkingen”…

egbert van der weide

 

26 juli

Opruiming 1 

Ik ben aan het opruimen. Nu we een huis gevonden hebben en ergens dit najaar zullen verhuizen, weten we wat we mee kunnen nemen. En dus ook: wat er allemaal weg moet. We zijn vaker verhuisd, en altijd was dat een verhuizing die ergens tussendoor gefrommeld werd. Ik werkte tot en met de laatste week, dan was er een afscheid, en direct daarna de verhuizing. Snel alles aan kant en weer aan het werk, want de intrededienst stond alweer gepland. Dus werden dozen van de ene naar de andere zolder gesjouwd, en daar bleven ze dan staan tot de volgende verhuizing. Ooit heb ik een doos die al twee verhuizingen zo was meegegaan zonder hem te openen weggegooid. Tot op heden mis ik niks belangrijks. Nu hebben we meer tijd – en iets minder ruimte in het vooruitzicht. Dus wordt er geruimd. Ik kan u bij lange na niet vertellen hoe bevrijdend dat werkt: ontspullen. We proberen overal een goede bestemming voor te vinden: beginnende collega’s mogen neuzen tussen de boeken, een nichtje dat gaat verhuizen krijgt wat huisraad. Onze kinderen krijgen wat er nog van hen staan nu thuisbezorgd. Mogen ze er zelf op passen voortaan. Of weggooien… Voor sommige dingen is de kringloop/tweedehandsboekhandel/vuilnis/oud-papierbak/kledinginzameling verreweg de beste bestemming. Als u denkt dat hier nog een boek van u staat: wees gerust, die staan apart – maar ik wil ze wel kwijt…

egbert van der weide

 

19 juli

Bukken

Het laatste overblijfsel van de wildernis die we 10 jaar geleden om ons huis aantroffen, was een grote hulstboom. In de strijd iets groens te laten groeien op de armzalige droge duinzand, is hulst een boom van altijddurende bijstand. Deze ook. Hij stond aan het muurtje en nam het zicht een beetje weg, daarom mocht-ie blijven staan. Wat ik aan de tuinkant snoeide, groeide aan de straatkant des te harder. Wanneer ik de voorbijgangers al dieper zag bukken om die hulst te passeren, knipte ik wat boven het trottoir hing netjes bij. Dit om te voorkomen dat er hoofddoekjes, hoeden en haarstukjes in bleven hangen. Of, erger nog, dat de Jozefkerkgangers met bebloede hoofden de dienst moesten bijwonen: ‘wat is er met jou gebeurd? O, ik moest voorbij de dominee…’ Dat zou het einde van de oecumene zijn geweest. Toen de andere struiken groot genoeg waren, ging de hulst definitief om. Ik moest er even aan terug denken toen ik de tuinploeg van de Jozefkerk bezig zag overhangende takken  weg te zagen. We willen niet meer bukken. We staan op onze strepen en gaan geen duimbreed opzij. We willen niet meer wachten, we kunnen ons niet meer voegen, we willen vooral niets missen en we kunnen met tegenslag nauwelijks meer omgaan. Ooit zag ik bij gemeenteleden twee tegeltjes hangen. Op de een zat een ruiter hoog te paard, op de ander lag z´n hoed op de grond en hing hij half uit het zadel. Onder het eerste plaatje stond: ´ik had mij voorgenomen rechtop door het leven te komen…´ Op het tweede ging het verder: ‘…maar het wilde mij niet lukken, ik moest mij steeds weer bukken…’ Veel mensen leven in de waan dat alles altijd goed moet zijn. Blauwe lucht, wind mee, ruim baan. Wie heeft ons dat wijsgemaakt? We zijn al te grif gaan geloven wat snelle reclamejongens en grootwinkelbedrijven ons voorspiegelen. Het leven leert het ons wel af. De mensen bij wie die tegeltjes hingen, wisten ervan mee te praten. Zij wisten ook dat je van bukken groeit en van tegenstand sterker wordt. Ik had geloof ik die hulst gewoon moeten laten staan.

egbert van der weide

 

12 juli

Discriminatie

De winkels in Noordwijkerhout mogen ’s zondags om 10 u open. Als we de bijgevoegde redenering mogen geloven, is daarmee de economie van ons dorp gered. Als je het mij vraagt, varen  alleen de supermarktketens er wel bij. Maar wie ben ik? Niet eens meer de predikant van de Witte Kerk. Toen ik dat nog wel was, kregen de kerken de verzekering dat winkelnering en andere activiteiten op zondag pas na 12 uur zouden beginnen. Hoe vaak daarmee de hand gelicht is, is niet meer te tellen. Dan kun je net zo goed die tijd laten vallen. Naast  de omwonenden zijn ook de kerken genegeerd bij de besluitvorming. Zo’n armzalig groepje kerkgangers, de laatsten der Mohikanen – die kun je best voor het hoofd stoten. De enige christelijke partij in de gemeenteraad roept als pleister op de wonde dat er geen fanfare komt onder kerktijd. We zullen zien wat die belofte waard is. Als ik het goed begrepen heb, is er serieus iemand in ons moederdorp gaan posten om de Noordwijkerhouters te tellen die daar tussen 10 en 12 boodschappen doen op zondag. En dan nog al die mensen die voor 12 uur in de Zeestraat stonden te wachten tot ze eindelijk hun felbegeerde verse broodje konden kopen. Overigens: ik geloof dat er nog altijd meer mensen NIET naar Noordwijk gaan op dat tijdstip. Maar die zijn niet geteld. Godfried Bomans zei ooit: ‘In de democratie zit een absurditeit en dat is dat de waarheid tenslotte kwantitatief wordt bepaald.’ De meerderheid heeft gelijk – in dit geval de meerderheid van de raad. Nu hoor je niemand over een referendum. Het is merkwaardig dat je kerk verwijt dat die als meerderheid over de minderheid heerste (wat inderdaad niet netjes was), en dat je het zelf op jouw beurt net zo doet. Wat verstaan ze onder bestuurlijke vernieuwing? Dat Albert Heijn de dienst uitmaakt? Of is het gewoon nog de democratie uit pakweg 1966, maar dan nu anti-klerikaal. Want het is een discriminerend besluit: het wordt de geregelde kerkgangers onmogelijk gemaakt ’s zondagsmorgens een vers broodje te kopen. Om 10 uur zitten die in de kerk. Kan die winkel niet om 8 uur open? Of moeten we maar vaak genoeg om 3 uur ’s nachts op de winkeldeur bonzen? Zien of die dan op die tijd ook open gaat…

egbert van der weide

 

5 juli

Eilandgevoel

Een eiland is een raar verschijnsel. Het ligt los van alles zomaar ergens, meestal in een zee. Alsof er t iemand met zand en water speelde en onderweg een hoop aarde liet vallen en vergat het op te rapen. Daar ligt het dan. Wie er wil komen, moet zwemmen of vliegen of varen. Wij voeren. Zo’n klein vaartochtje is genoeg om vakantiegevoel van te krijgen. Je komt helemaal los van alles. Dat kleine besloten eiland is voor een week het middelpunt van de wereld. Van de pogingen om een kabinet-met-de-Bijbel te vormen hebben we daar hoegenaamd niets gemerkt. Nieuwsmoeheid en vakantiegevoel versterken elkaar. Facebook was wel mee. Daar las ik een reactie op de teleurstelling die mij ten deel viel toen ik ooit Ambt-Vollenhove voor het eerst aanschouwde. In een milde bui bedacht ik me dat de reageerder gelijk had: het is daar best mooi. Het zat ‘m echter in dat woordje Ambt: ik stelde mij daar iets groots bij voor, zwaar en plechtstatig. In ieder geval gewichtiger dan het zacht-liefelijke landschap rond Kadoelen en Moespot. Mocht u denken dat ik die beide uit m’n duim zuig: kijk maar op de landkaart. Pure poëzie, zulke plaatsnamen. Op de terugweg reden we grote stukken dichter langs de kust dan de hoofdweg bedoelde. Schoot niet op, maar wel mooi. Rond Beverwijk en Haarlem ben je dan even gedwongen de snelweg te nemen. De sluizen van IJmuiden zijn echt om, en het pontje bij Velzen is net te weinig voor dat vakantiegevoel. De westelijke randweg langs Haarlem is vrij rechtstreeks naar huis, en die namen we dan ook. Precies: die route van de lyrisch begaafde provincie-ambtenaar. Ook aan het andere einde van het traject Vogelenzang – Aerdenhout stond het bord met zijn prachtige verzoek. Alleen – het stond er anders dan in mijn herinnering en in mijn laatste stukje. Mooier nog: matig uw snelheid bij schemer en nacht. Prachtig binnenrijm, dat g –ch –ch, twee keer een s en aan het begin en het eind een a. Maar ja – nu zul je zien dat er allerlei mensen mailen ‘u had het verkeerd!’ Inderdaad. Fout citaat. Mea culpa. Ik trek bij voorbaat het boetekleed aan. Alhoewel: een schaamlap is genoeg…

egbert van der weide

 

28 juni

Taalkunst

 

Ik ben een talig mens. Dat is maar goed ook, want een dominee moet het van woorden hebben. De gave van het Woord hangt samen met de gave van het woord. Taal als gereedschapskist. Wat tubetjes verf zijn voor de schilder is de taal voor een predikant. Dat heeft als risico dat het praterig wordt, of erger nog, alleen maar iets van het hoofd en niet van het hart. Taal kan hoekig zijn en hard. Het Hollands heeft dat odium. De Friezen lopen ook gevaar: Frisia non cantat luidt het gezegde. Ik vertaal dat liever niet, voor je het weet staan hier allemaal boze Friezen op de stoep. De Zeeuwen hebben dat bezworen door stug te zeggen: de Zeeuwse taele is de mooiste taele van allemaele… Ik laat ze in die waene. Ik durf te zeggen dat elke taal, elk dialect mooi kan zijn. Hoe? Door er in te gaan zingen, bijvoorbeeld. Tussen haakjes: houdt u van zingen? Vanaf 30  juni is er 5 keer achter elkaar een vrijdagavondzangdienst in de Witte Kerk. Maar dat terzijde.  Ik houd het er op dat je ook sprekend en schrijvend iets met je gevoel kunt doen, dat je met woorden bij anderen iets in beroering kunt brengen. Ook in die zogenaamd lelijke Hollandse taal. Als je er maar je best mee doet. Feiten kunnen lelijk en hard zijn, de werkelijkheid en de wereld zijn dat ook vaak genoeg. Maar hoe je dat ter sprake brengt en wat je ervan zegt, dat kan zacht zijn en zachter maken. Grijs kan kleur krijgen, het gewone wordt bijzonder wanneer je er maar aandacht aan besteedt, taalkundig. Net iets meer dan niks zeggen is al genoeg. Iets gewoons als een straatnaam kan het leven veraangenamen. Het lijkt me geweldig aan de Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochterenlaan te wonen. Op de harde vraag naar je adres geef je dan een lied ten antwoord. Of neem een plaatsnaam als Vogelenzang: daar zit toch muziek in? Wie het geluk heeft daar te wonen wil er toch nooit meer weg? En als je dan toch weg wil, neem dan de weg naar Haarlem. Een poëtisch ingestelde ambtenaar bij de provincie Noord-Holland stuurt je dan op weg met deze raad: ‘Matig uw snelheid bij nevel en nacht.’ Als iemand dat zo mooi vraagt, dan wil je toch niets anders?

egbert van der weide

 

21 juni

O.L.Z.IJ.P

Vanaf het moment dat ik kon lezen, las ik kaarten. Thuis hadden we een oude King-atlas en een grote, opvouwbare wegenkaart van Caltex. Een auto hadden we niet, dus reizen deed ik in m’n hoofd en op die kaarten. Vooral namen van plaatsen en streken intrigeerden mij: het leek me geweldig daar eens  zijn, in Tweede Exloërmond of in Ambt Vollenhove. Ik ben er later geweest en geloof me, het viel een beetje tegen. He geheimzinnigst waren die 5 letters op een groot, leeg gedeelte midden in ons vaderland: O.L.Z.IJ.P. Dat stond voor ‘Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders’, de bijzondere bestuursvorm voor dat nieuwe land. Het bestaat niet meer, er zijn gemeenten en een heuse provincie voor in de plaats gekomen. Het geheimzinnige is er wel van af. Maar het lijkt me de meest adequate weergave van wat er met ‘overheid’ wordt bedoeld. Wat ik zelf kan moet ik zelf doen. Maar wat mijn macht te boven gaat en buiten mijn bereik ligt, dat wat ook anderen raakt en vooral: dat wat ons allemaal aangaat, daarvoor is er een overheid. De publieke ruimte en de openbare voorzieningen. Onderwijs, zorg, milieu, verkeer en natuur. De overheid moet daar zuinig en  bedachtzaam en verantwoord mee omgaan. Die verantwoording geldt niet de pers en ook niet schreeuwerige praatprogrammahosts, maar de burger. Leidend principe is niet het belang van de bestuurder, en helemaal niet het financieel belang van wie dan ook. Hoe minder goed iemand voor zichzelf kan zorgen, des te meer moet er iemand zijn die voor hem of haar opkomt. Je hoeft niet te pamperen en ook niet zoetsappig te zijn. Maar het belang van ieder en vooral het belang van de kleinen moet ergens veilig zijn. Een overheid die zich terugtrekt uit de openbare ruimte, geeft die ruimte letterlijk prijs aan de brutaalsten, de sterksten en de handigsten. En vooral: aan de financieel belanghebbenden. Met alle gevolgen van dien: een volgebouwd land, opgeofferde natuur, zorgen in de zorg en druk op het onderwijs. De koersen stijgen en de economie groeit. Dat moet óók. Maar wie dacht nog om de veiligheid van die flatbewoners in Londen? Wie redt hen die geen verweer hebben?

egbert van der weide

 

14 juni

Vermooipraten

Dat lijkt mij een goede Nederlandse weergave van het begrip eufemisme. Iets lelijks of vervelends in mooie woorden weergeven. Politici, bestuurders en managers zijn er goed in. Die spreken van reorganisatie wanneer ze ontslag bedoelen. Of ze zeggen: decentralisatie, maar dat betekent dan bezuiniging. En pas op wanneer ze beginnen over participatie van de burger, want dat komt meestal neer op: zoek het zelf maar uit. Dominees hebben ook nogal eens de neiging moeilijke dingen te omzeilen door er andere woorden voor te gebruiken. Dat helpt niet: voor dood en zonde en ziekte zijn gewoon geen mooiere woorden. Vermooipraten, noem ik dat. Soms doe je het ongemerkt. Zo is onze hond pas geopereerd. De gemoedsgesteldheid die daartoe dringend aanleg gaf, is ooit in een  oudejaarsconference door Wim Kan vermooipraat. Bij het zien van twee parende honden vroeg een kind hem: ‘Meneer, wat doen die hondjes?’ Hij antwoordde:  ‘Nou, dat ene hondje heeft zand in zijn oogjes gekregen, en nu duwt die andere hem naar huis…’ Kobus wilde dus om zo te zeggen alle hondjes waar hij bij kon wel naar huis duwen. Een tweetal chemische ingrepen om de uitvoering van die nobele padvindersdaad te verhinderen hielp slechts tijdelijk. Nu moest er definitief worden ingegrepen. Hij begreep het geloof ik niet helemaal. Tijdens de ingreep was hij gelukkig verdoofd, en vlak daarna keek hij wat lodderig uit z’n ogen. Toen ik hem ophaalde, zwaaide hij vertwijfeld met zijn staart en liep wijdbeens, alsof hij daar een zware last torste. Niet meer dus. Hij wilde op mijn commando wel gaan zitten, maar dat deed zo te zien zeer. En dan was er nog die merkwaardige kap die hij op z’n kop kreeg – alsof hij wat misdaan had. Maar het is allemaal voor het goede doel en als u dit leest is het meeste ongemak achter de rug. En, laten we hopen, ook dat andere ongemak. Want die andere hondjes hoefden helemaal niet geduwd, en als baasje sta je toch wat gegeneerd te kijken wanneer jouw hond zo bezig is. Maar nu komt het: wanneer iemand mij vraagt wat er gebeurd is, maak ik de dingen mooier dan ze zijn. Kobus is geholpen, zeg ik…

egbert van der weide

 

7 juni

Ontstressen in het gras

Mindfulness is nogal in de mode. Of raakt het alweer een beetje uit? Je weet het nooit met die hypes… Ik las ergens dat je voor maar liefst € 295 exclusief BTW ergens inden lande een cursus kunt volgen. Let wel: een cursus van slechts 1 hele dag. Voorzien van natje en droogje, dat dan weer wel. Begrijp me goed: ik zie het nut en de noodzaak van zoiets wel in. Onze hoofden en huizen en agenda’s zijn overvol – en ons hart is daarbij een beetje leeggeraakt. Maar ik haak altijd af wanneer er een soort religie van wordt gemaakt. En helemaal wanneer mensen er grof geld aan verdienen. Wat overblijft, is dat de meeste mensen wel wat ruimte in en om hun hoofd kunnen gebruiken. Ik ook. Ik vind het in m’n tuin. Het kost me niets. Op handen en voeten ga ik door het gras, iedere dag een half uurtje, en trek zeer gewetensvol en geduldig de ereprijs er uit. Emmers vol. Ik weet dat de Schepper het zo niet bedoeld heeft: een strak geschoren en onkruidvrij gazon is onnatuurlijk, een verleiding die de duivel ons voorhoudt om ons mee te vermoeien. Trouwens, het onderscheid tussen kruid en onkruid is van na de zondeval. Onkruid is zeer nuttig: het maakt een mens nederig en bescheiden. En het houdt je bezig. Maar nu doet zich een probleem voor: ik begin aardig te ontstressen. We moeten nog verhuizen, maar daar gaan we wel wat moois van maken. M’n bibliotheek gaat voor de helft weg, en dat is een beetje zuur omdat er totaal geen markt is voor tweedehands theologie. Maar aan de andere kant schept dat opruimen wel ruimte. Ook in m’n hoofd. Ik kan ontspannen zonder op m’n knieën over het gras te speuren naar weegbree, klaver en molsla. En het is alsof dat spul het doorheeft: het groeit tegen de klippen op. Nu heb ik het volgende bedacht: in plaats van die dure cursus te gaan volgen, meldt u zich bij mij. Geheel gratis mag u uw hoofd leeg komen maken en mijn gft-bak vol. Ik kijk alleen maar toe. Een kop koffie kan er ook nog af. Met wat lekkers. U bent van de stress af. En ik van de ereprijs…

egbert van der weide

 

31 mei

Dendrofobie

Het is op z’n zachtst gezegd merkwaardig dat er in een dorp welks naam eindigt op –hout er zo’n geweldige bomenangst bestaat. Alleen daarom al moeten we niet raar opkijken wanneer we na de gemeentelijke fusie volgend jaar opeens in Noordwijk blijken te wonen. Het hout is namelijk allang verdwenen. Er hoeft maar een takje een beetje over ons erf te hangen of we protesteren hevig en de gemeente moet er wat aan doen. Die doet dat dan ook prompt: weg boom. De burger wordt op z’n wenken bediend in het kleine, dan kun je hem in het grote gewoon negeren – dat is onze vorm van democratie. De ijver van gemeentelijke instanties om te snoeien en te kappen bevestigt en versterkt de klaagcultuur alleen maar. Al te veel herfstblad in onze strak betegelde tuintjes? Schaduw in onze doorkijkdoorzonwoning? Weg met die bomen! Mijn grootste angst bij een eventuele herinrichting van de Hof en het plein rond de Witte Kerk is dan ook niet of het muurtje standhoudt of dat het grasveld blijft – maar hoe groen het blijft. De plannen die er liggen voorzien in meer steen en minder bomen. Een onzalig streven. Ik stel dan ook voor dat B & W en andere betrokkenen een dagje gaan toeren door Nederland, om te zien hoe het ook kan. Renesse, Haamstede, Epe, zomaar wat dorpen in Nederland waar ze hebben laten zien dat terrassen, winkels en veel groen uitstekend samengaan. En rij dan even door naar Hoogeveen, waar de winkelstraat autovrij is en de bevoorrading goed geregeld. Daarvoor kun je ook dichter bij huis blijven: de drukste winkelstraat in de Bollenstreek is het Blokhuis in Lisse – en daar rijdt nooit een auto. Wie bang is voor bomen, moet natuurlijk aanstaande zondag vooral niet naar de oecumenische Pinksterviering in de tuin van de Victorkerk komen – die is ongekend groen! Een tempel van ongekorven hout. Of moet je dan juist wel komen, om die angst (en allerlei andere) te laten overwinnen? Want er kan van alles gebeuren, als je de wind hoort waaien door de bomen…

egbert van der weide

 

24 mei

What’s in a name?

Die kreet is niet van mij, maar van Shakespeare. In het toneelstuk Romeo en Julia laat hij Julia zoiets zeggen: wat zegt een naam? Hoe je je een roos ook noemt, ze blijft lekker ruiken. Tegen die steekhoudende argumentatie van mejuffrouw Capulet zaliger nagedachtenis valt niets in te brengen. Julia roept dat in het Engels. In het Nederduits overgezet zijnde is het even waar. Maar toch. Pak er het telefoonboek van Noordwijkerhout eens bij. Zoek dan naar mijn familienaam: die staat 6 keer vermeld en wordt 6 keer verschillend geschreven. Verre buurman G.A. is al eens benaderd voor een preekbeurt. Ik word wel eens voor hem aangezien, telefonisch. Het maakt dus wel degelijk uit of je Van der Weide, Van der Weiden, Van der Weijde, Van der Weijden, van der Weyden of Van der Wijden heet. Straks vragen ze mij nog in te vallen in het 1e elftal van VVSB – dat wordt natuurlijk niks, met een stok. Overigens: ook zonder stok was ik een beroerde voetballer. Maar dit terzijde. Wanneer eenvoud het kenmerk is van het ware, wint mijn versie van die naam het uiteraard: als ik aan de telefoon mijn naam moet doorgeven, zeg ik er altijd maar bij dat het de goedkoopste weide is die je kunt bedenken.  Ook dat is niet zo belangrijk, maar heeft wel alles te maken met het vervolg van dit stukje. Want die naam in z’n simpelste vorm roept allerlei associaties op met herderen. Dat was 31 jaar lang mijn corebusiness, een beetje in de lijn van de Grote Herder. Nou ben ik daar onlangs mee gestopt – dat zal u niet ontgaan zijn. Ik weid niet meer in georganiseerd verband. Ik ben om zo te zeggen uitgeweid. Mijn afscheid als predikant in actieve dienst was de aanleiding u te vragen naar een nieuwe naam voor deze column. De Witte Kerk blijft wat ons betreft de navel van de wereld, maar een andere staat des levens van uw columnist vraagt een andere naam voor dit stukje. Er kwamen maar liefst 47 reacties – dank daarvoor! En de leukste staat vanaf deze week boven mijn columns. Uitgeweid. Uitweiden, dat doe ik graag! Eens een dominee, altijd een dominee…

egbert van der weide

 

17 mei

Door het (correctie-)lint

Ook ik heb ergens een ergernisknopje. Het reageert opvallend vaak op taalvouten en aanverwante vergissingen. Ik erger me bijvoorbeeld wanneer mensen zeggen of schijven ‘ik irriteer me…’ Ik vind het prima dat mensen zichzelf zitten te vervelen of te ergeren, maar val mij daar niet mee lastig, denk ik dan geïrriteerd. Ik bedenk dat ik van ‘zich beseffen’ ook op tilt sla. En ‘ik bedenk me’ betekent heel wat anders dan ‘ik bedenk.’ Zeker nu ik probeer van m’n pensioen te genieten heb ik meer tijd voor dit soort ergernissen. Ook al een reden om maar liever wat te gaan doen. Dus ben ik weer meer gaan lezen. Maar ja, het boek dat ik voor me heb liggen is uit het Engels vertaald door iemand die dat maar beter niet had kunnen doen. De vrouw van de schrijver, lees ik in de colofon. Zo blijft het in de familie en het zal ongetwijfeld in de kosten hebben gescheeld. Beter nog: ze heeft er flink aan verdiend. Maar erg geslaagd is het niet. En weinig kritisch bovendien: de Engelse betoogtrant van manlief is haar blijkbaar zo dierbaar dat ze die veel te vaak zonder meer in het Nederlands weergeeft. Wat dan vervolgens weinig fraai Nederlands oplevert. Zal ik het boek terugsturen met al m’n rode onderstrepingen? Met een beetje geluk krijg ik m’n geld terug. Maar evenzogoed kan de uitgever bellen en zeggen: ‘doe het dan zelf.’ Durf ik dat? Ik ben op mijn beurt bang voor al die stuurlui die net als ik de beste zijn terwijl ze veilig aan wal zitten te lezen. Dus uit ik m’n ongenoegen thuis. Ik heb daar één vaste toehoorder. Ze is geduldig en ze houdt veel van mij, want de meeste van mijn geïrriteerde verzuchtingen hoort ze rustig aan. Misschien volgens het principe ‘het ene oor in en het andere oor uit’ –  voor de zekerheid vraag ik haar dat maar niet. Maar soms schiet bij haar het ergernisknopje ook op rood. Mopperend stel ik vast dat een of andere taalgril helemaal in de mode is nu. Waarop ze fijntjes zegt dat ‘nu in de mode’ dubbelop is. Ze heeft gelijk – zoals meestal. Ach, verbeter de wereld en begin bij je man.

egbert van der weide

 

10 mei

Doen ze het of doen ze het (nog) niet?

Terwijl ik dit stukje schrijf, staat de ontknoping van een wel heel bijzonder voetbalseizoen nog uit. Daarom schrijf ik twee stukjes. In stukje A heeft Excelsior, zoals dat heet, zijn sportieve plicht gedaan en stadgenoot Feyenoord verslagen. In stukje B heeft Feyenoord de satellietclub een lesje voetbal-in-het-zicht-van-de-titel gegeven. In stukje A mopper ik dat het toch onbestaanbaar is dat zo’n club die na al die jaren een heel seizoen bovenaan staat in een paar luttele wedstrijden alle kansen een voor een zelf uit handen geeft. Dat ze winnen van grote clubs en dan door Go Ahead zich op de kop laten zitten. Zoiets. In stukje B daarentegen bewierook ik de club uit de stad met de opgerolde mouwen, omdat ze zoals het een kampioen betaamt vlak voor de finish (waarvan ze zeker waren) nog even de spanning er in bracht door net te doen alsof ze een inzinking hadden. Daardoor kwam de club uit 020 bijna langszij en begonnen ze in Amsterdam weer te dromen van het kampioenschap. Let wel: begon. Bijna – want met grote zelfverzekerdheid werd de eindsprint ingezet en de zege veilig gesteld. Iemand zegt nu: met hakken over de sloot. En na al die jaren. Maar ik zeg: zelfbewust. Althans: zo staat het in stukje B. In stukje A daarentegen beklaag ik al die stumperds die veel te vroeg en voorbarig zich getooid hebben met allerlei tatoeages betreffende een kampioenschap dat in het zicht van de haven alsnog wordt weggekaapt door de ander. Zoals hier in huis ergens een  witte badjas rondzwerft getooid met een opschrift betreffende een kampioenschap dat het team waar jongste zoon in speelde dacht te zullen halen. Niet dus. In die jas hult mijn gade zich af en toe. Hij is mooi en dik en warm – maar het borduursel herinnert pijnlijk aan een domme voorbarigheid. En jawel hoor, terwijl ik nu zit te typen lijkt het stukje A te gaan worden. Ze staan 2-0 achter. Ik houd ermee op. Ik durf niet meer te kijken. Ik schrijf volgende week (hopelijk) alsnog stukje B…

ehvanderweide

 

3 mei

Dat kan alleen in Noordwijkerhout…

Het is zondagavond 30 april, 22.39 u zegt mijn beeldscherm. Het is de hoogste tijd voor mijn column, maar ik vind geen woorden. Dat is gek voor een dominee. Geef zo’n man het woord en je krijgt het niet terug. Maar nu weet ik niet goed hoe te beginnen. Het was ook zoveel: heel de dag was één groot feest. Samen met mijn vrouw heb ik bij wijze van afterparty heel de avond de lieve kaarten, briefjes en berichtjes gelezen die we vandaag hebben gekregen. Ik zal nog lang de slaap niet kunnen vatten, dat weet ik nu al. Al die  lieve woorden van deze dag zoemen nog na: de toespraken in de Jozefkerk, en dan alles wat al die mensen die naderhand voorbijkwamen te zeggen hadden. Of zonder woorden duidelijk maakte.  En dan hoe gladjes en soepel alles verliep, perfect georganiseerd door de afscheidscommissie. De gulle gastvrijheid van de Jozefkerk en de vrijwilligers daar en in de Maasgaarde. De catering, waarbij ook de lange rij wachtenden voor de kerk niet vergeten werd. En wat een geluk, voor hen in het bijzonder maar voor ons allemaal net zo goed, dat het zo’n stralende dag was. Geen wolkje, geen wanklank, geen probleem. Of het moest zijn dat het allemaal wat uitliep. Nou ja, het was zondag en ik ben met pensioen, ik heb alle tijd.  En o ja: de collectezakken scheurden steeds meer uit naarmate ze verder naar voren werden doorgegeven. Die moeten vervangen worden. Maar dat was dan ook alles. Een dag met een gouden randje. Al die mensen, van heinde en ver of gewoon uit het dorp. Heel ons leven kwam aan ons voorbij. De warme dankbaarheid van gemeente en kerkenraad. De Jozefspeld:  wat ben ik daarmee vereerd! En dan die speciale uitgave van mijn columns. Ik weet heus wel wat er bij wijze van waarschuwing staat geschreven in Spreuken 27: 2, maar daar trek ik me nu even niets van aan: ik ben er o zo trots op ‘onze dominee’ te worden genoemd. En ik ben trots op u en jou, de mensen van dit bijzondere dorp. Want zoiets als vandaag, dat kan alleen maar in Noordwijkerhout!

ehvanderweide

 

26 april

Laatste column?

Ik doe van alles voor het laatst, deze weken. Dat wil zeggen: voor het laatst als predikant in actieve dienst. Eigenlijk ben ik dat al een paar weken niet meer, maar tot mijn afscheid, komende zondag in de Jozefkerk, doe ik nog even alsof. Tot die tijd werkt mijn mailadres nog: predikant@dewittekerk.nl Let op dat ‘de’. Zonder die letters komt u in Nieuw-Vennep terecht. Ik krijg voor de laatste week de mail voor kerkenraad en moderamen. Ik bel op menig adres voor het laatst aan. Ik doe voor het laatst deze of gene kring, ik ben druk bezig met de laatste preek in die laatste dienst. En ergens is dit ook mijn laatste column. Maar als een heuse Heintje Davids kom ik in deze kolommen al meteen na mijn afscheid terug. Ik ga gewoon door met schrijven. Het is me gevraagd, ik vind het leuk. Uw mening doet er dan niet meer toe. Ik schrijf niet meer als ‘de dominee’, maar als ambteloos burger. Omdat ik ambtshalve wat verder van de Witte Kerk af kom te staan, vind ik eigenlijk dat deze column anders moet gaan heten voortaan. Maar er is mij nog geen toepasselijke nieuwe naam te binnen geschoten. Ik pieker me suf. Was het maar zo gemakkelijk als de naam van de beoogde fusiegemeente. Wat ze in Noordwijk ook roepen, wij hebben allang een heel eerlijke naam gevonden, die recht doet aan beide fusiepartners: de eerste twee lettergrepen van Noordwijk (die mogen voorop, is dat niet netjes van ons?) en de laatste twee lettergrepen van Noordwijkerhout. Ik geef toe dat ik deze oplossing niet van mezelf heb – maar hij is geniaal, nietwaar? Maar nu nog die column: als het niet meer rondom de Witte Kerk draait, waar gaat het dan nog wel om? Niet om mezelf: ik vind ‘Om de oude dominee’ wel een beetje heel erg W.G. van der Hulst klinken. ‘Om het gemeentehuis’ is ook geen optie: over een jaar of wat is dat een dependance met alleen nog een loket, en voor de rest een uitstekende nieuwe plek voor het museum van Novato. Ik leg het maar aan u als lezer voor: wie weet er een toepasselijke naam? Ik bedenk wel een leuke prijs. De jury wordt gevormd door mijzelf – want tot het laatst houd ik graag alles in handen…

ehvanderweide

 

19 april

Trug naor mien Drèense wörtels?

Wa’j hierbaom leest gao’r ik nog vertaolen, de rest daor muj maor naor raodn. A’j dit hiele stukkie noe ies rustig hardop veurleest dan kö’j te allemaole best begriep’n, liekt mie toe. En aans he’j pech. D’r stiet: terug naar mijn Drentse roots? Teminsten, zo zegt ze dat ‘ier in ‘Olland. Roots. Dat er noe wèer een stukkie in ’t plat kömp is trouw’ns oen eig’n schuld met mekare. De ien nao de aander vrög me’j: domneer, a’j noe dommit niet mèer huuft te wark’n, dan mu’j de pastorie uut. Wat gao’j dan doon? Gao’j dan wèer naor Drente hen woon? En dan zeg ik: waorumme? Wat mö’k daor doon? Mien wörtels zuukn? Maor ik weet al waor as ze ligt: achter op ’t Dwarsgat en an Jufferswieke, daor huuf ik niks niet naor te zuuk’n. Ik bin d’r ok temee al veertig jaor weg, ze’j kent me’j daor niet meer. Ze verstaot me’j ok niet: ’t moderne Drèens is veuls te veul Ollands wörden. Ze stapt ‘r niet mèer aover een zullegien, ze’j iet allange gien kaje meer. t Is daor al net as in China: ’t Mandarijns is de lingua franca. Dat is latijn. En nee, ze praot in Drente ok gien Mandarijns, maor ie begriept mie wal. ‘t  Ollands ‘ef wönn’n, op ‘e schoele, op de teevee en de radio, in de kraant’n en op facebook (zo wied bint ze daor ok al), ’t is alles Hooghaarlemmerdieks wat de klok slat. Dat is te zegg’n: wat daorveur deurgiet. Asof roots zo zuver ‘Ollaands is… Nog èem, en ’t Ollaands is een Engels dialect. Nee, ik huum niet hen Drente weerumme. We’j blieft hier in de buurte woon’n. Oonze kiender woont hier alle veiere, die bint verhollandst dat wo’j niet wèeten. En daorbe’j: de vrouwe  möt nog ’n jaor of wat blie’m wark’n. Ze’j hef heur wark in Katwiek en ze’j wol naor heur wark könn’n fiets’n. En dan bi’j van Drente naor Katwiek wal eem underweg… We’j blieft hier in de buurte. We’j keikt rustig ies um oons hèn. ’t Kan aoveral waor as nog Katwiek op de bord’n stiet. Wèl wet, misschien stiet er in de Hoogeveense polder nog wel een mooi huussie te koop…

ehvanderweide

 

12 april

Passieweek

Nederland is, naar het schijnt, het passie-land bij uitstek. Nergens ter wereld worden op zo’n klein stukje aarde in zo korte tijd door zoveel koren zoveel passies uitgevoerd als hier. Er is door de eeuwen heen allerlei passiemuziek geschreven, maar die van Bach is onbetwist favoriet. Amateurzangers kiezen voor zijn Johannespassion, professionele koren voeren met dito orkest en solisten zijn Mattheuspassion uit, en soms wagen muziekgezelschappen zich aan de minder bekende Lukaspassion. Er is door heel ons land wekenlang wel elke avond ergens een uitvoering van de muziek van de maestro te beluisteren. Of het allemaal nog veel met de inhoud en de boodschap van de grote Johann Sebastian te maken heeft valt te betwijfelen. Zeker bij dat  koor waarvan ik las dat ze in 4 weken tijd minstens 25 keer de Mattheus uitvoeren. Dat kan niet goed zijn. Technisch misschien wel, maar inhoudelijk slaat het nergens meer op. Overdaad schaadt. Dat dit koor geen maat weet te houden blijkt wel uit het feit dat ze zelfs op de avond van Eerste Paasdag sich nochmahls in Tränen niedersetzen. Overdrijven is ook een kunst. Niet het vele is goed, maar het goede is veel.  Dat je de Veertigdagentijd in ere houdt is mooi, maar als het eenmaal Pasen is geworden moet je de knop omzetten en het feestlicht weer ontsteken. Er is een mooi verhaal waarin Godfried Bomans vertelt hoe hij en zijn broertjes van het vasten een wedstrijd maakten. Een van de kinderen Bomans ging zover dat wanneer vader Bomans met tompoucen thuiskwam om het einde van de vasten te vieren, hij die vroom afwees en zo de versterving ten top voerde. De reactie van de oude Bomans was niet mals: een draai om de oren kon hij krijgen. En opeten die tompouce. Alles heeft zijn tijd, riep de Prediker al. Er is en tijd om te vasten en het lijden te gedenken. Maar met Pasen is het tijd om het leven te vieren. Dat u zich door het diepaangrijpende Erbarme dich laat ontroeren is mooi. Maar na Goede Vrijdag mag u daar gerust mee ophouden. God heeft zich over u ontfermd. Het is Pasen.

ehvanderweide

 

5 april

Kriebels

Wat een simpele helderblauwe lucht en een fris voorjaarszonnetje al niet vermogen! Zelfs de allerbooste witte mannetjes zijn er niet tegen bestand. De lente maakt betere mensen van ons. Niet dat we nu meteen allemaal veranderen in heiligen of engelen, maar licht en warmte vinden onweerstaanbaar hun weg naar ons hart. Onze tuin lijkt wel door een explosie van geel te zijn getroffen, zo nadrukkelijk staan de narcissen daar te bloeien. Onze hond, normaal gesproken van een premature bedaagdheid die helemaal niet past bij zijn leeftijd, kwispelt uitgelatenere dan anders wanneer ik hem in de vroeg ochtend van de eerste aprilzondag uitlaat. In het kader van het Kobusouderschap is hij deeltijds bij onze dochter en deeltijds bij mij. Ik zeg bij mij en niet: bij ons. Mijn vrouw heeft ten aanzien van de hond een gedoogstatus met een heus gedoogakkoord. Het onze houdt het al een stuk langer uit dan dat van Wilders en Rutte, destijds. Over onze hond kan niemand struikelen. Hij zoekt zelf ook geen ruzie. Honden die dat wel doen gaat hij heel verstandig uit de weg. Op deze lentedag huppelt hij zowaar een heel eind voor mij uit, zich niet bewust van de dreiging die er hangt boven deze mooie groenstrook tussen de Herenweg en de tennisvelden. Wat hem betreft blijft dit altijd zoals het is. Wat mij betreft ook, trouwens. Voor een tegemoetkomende fietser-met-hond houd ik hem even vast, en weg is hij weer. Een wandelende dame maakt een vriendelijk praatje. Met een hondenbezitster die ik een eindje verderop tegenkom, sta ik te turen naar de populieren langs het pad, waarin maar liefst twee bonte spechten zeer luid laten horen dat zij er ook nog zijn. Koolmezen maken de herrie die ze graag in het voorjaar maken, puttertjes dansen achter elkaar aan door de lucht, her en der de eerste vroege vlinders. En ik vraag me af of de grote mannen van deze wereld, de Erdogans en Trumps en Poetins wellicht niet ergens achter hun paleizen zo’n licht en luchtig lente-ommetje kunnen maken. Ze mogen er Kobus wel voor lenen. Want geloof me, alles ziet er anders uit op een dag als deze!

ehvanderweide

 

29 maart

Advies

Het is nog spannend wie het eerst belt: de regeringsverkenner of de KNVB. Aan beide bied ik mijn diensten aan. Ik heb alleen aan woensdagmiddagvoetbal gedaan en met pover resultaat, maar dat lijkt me geen bezwaar. Blind heeft wèl gevoetbald, en kijk wat er van komt. Dhr. Decosseau mag me bellen. Maar als Edith eerder is, vrees ik dat ik hem nee moet verkopen. Al is de vrees dat er niemand belt groter. Ik zeg het zo vaak: als men het mij nou vroeg… Maar men laat dat na, gek genoeg. Daarom hier ongevraagd mijn advies aan de nieuwe regering. Als ik mij in de regels van het voetbal heb verdiept, kom ik ook met een advies aan de nieuwe bondscoach. Dat er een nieuwe moet komen, is na Bulgarije wel duidelijk. Een nieuwe regering komt er sowieso. Laat zij haar voordeel hiermee doen. Ik hoef er niets voor te hebben, geen moeite, graag gedaan. Het is vrij simpel: de uitkomst van het regeerakkoord kunnen we wel invullen. Het gaat over dingen die met geld te koop zijn. Meer asfalt, meer huizen, meer onderwijs, meer zorg, meer veiligheid. Van andere dingen willen we minder: geweld, overlast, belastingen. Het uitgangspunt van het regeerakkoord is: hoe houden we de burgers tevreden; de houdbaarheid ervan reikt tot de volgende verkiezingen, de uitwerking wordt door geld bepaald. Ik ben dus bang dat in het toekomstige regeerakkoord opnieuw de bezieling ontbreekt, de visie, het waarom achter alle keuzes. Ooit zei een SGP-Tweede Kamerlid over Troonrede en Miljoenennota: ‘het heeft de diepgang van een bankbiljet’. Dat was in het jaar 2000. Veel veranderd is er niet. Wil je werkelijk wat betekenen voor de burgers, wil je hun boosheid begrijpen en hun ontevredenheid ombuigen in welwillendheid, dan moet je dieper vragen. Welke angst zit er achter die boosheid en ontevredenheid, wat is er te doen aan het achterdocht en wantrouwen? Wat voor land willen we zijn? Wat voor samenleving hebben we voor ogen, en hoe komen we daar? Wat bezielt ons, wat verbindt ons? Zoiets zal ik zeggen, als Schippers belt. Trouwens, de bondscoach kan er ook alvast zijn voordeel mee doen: willen we meer of minder teamgeest? Méér, méér!

ehvanderweide

 

22 maart

Dag huis, dag tuin…

Het is voor de tiende en laatste keer voorjaar in mijn tuin geworden. Begrijp me goed: het is voor zover ik dat kan weten niet het laatste voorjaar what so ever. Het hoeft dus ook niet meteen het laatste voorjaar te zijn dat als een warme bries met een kleurrijk penseel over deze tuin aan de Herenweg gaat. Maar het ziet er naar uit dat het wel het laatste voorjaar is waarin ik kan zeggen dat het ‘mijn’ tuin is. In letterlijke zin was het dat toch al niet: huis en tuin zijn eigendom van de Protestantse Gemeente te Noordwijkerhout en De Zilk, en mijn vrouw en ik kunnen hooguit aanspraak maken op 2/750e deel van dat al. Het geheel is om zo te zeggen mandelig bezit van alle gemeenteleden – al ben ik blij dat ze zich niet elke dag alle 748 met tuin en huis hebben bemoeid. In die zin is die tuin van mij. Ik heb er veel van genoten. Van de zon aan alle kanten, van de vogels en de vlinders, van bloemen en struiken, van alles wat dat lapje grond aan eetbaars opgebracht heeft: sla, tomaten, komkommers, aardappels, aardbeien, zwarte, witte en rode bessen, josta’s, frambozen, Japanse wijnbes, allerlei kruiden, radijs, wortels, bietjes, een menigte aan kruiden, appels in 3 soorten en pruimen. Ik heb er heel wat uren in gestoken en ontelbaar veel zweetdruppels in verloren. Ik vond gelukkig ook tijd om er heerlijk in te luieren. En zelfs de taaiste klussen brachten ontspanning: elk stuk zevenblad dat ik uittrok en in de gft-bak gooide, elke zaailing die ik met wortel en al rücksichtloos rooide van plaatsen waar die niet hoorde, bracht een beetje ontspanning naast het drukke werk dat nou eenmaal hoort bij dit ambt van predikant. Ik schrijf met opzet ‘bracht’. Heel dit stuk is in de bijna-verleden tijd. Want er komt per 1 april vanwege mijn gezondheid aan dat predikantschap een einde. En daarmee ook aan de tijd dat ik in dit huis woonde en van de tuin genoot. Die tuin was me eerlijk gezegd al te groot geworden. Maar met de nijvere hulp van Issa kan ik er nog één voorjaar van genieten. Nadat ik op 30 april officieel afscheid heb genomen, mag ik er nog een tijdje in wonen. Eén zomer. Eén laatste oogst. En dan is het ‘dag huis, dag tuin…’

ehvdweide

 

15 maart

Steminstructie

Om de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten Generaal optimaal te beleven volgt hier een instructie. Op de vooravond van deze dag gebruikt u liever geen koffie en beslist geen alcohol. Op de bewuste dag gaat om half 7 de wekker. Uw eerste gedachte is: ‘feest vandaag!’ Er zijn miljarden mensen naar wier mening nooit gevraagd wordt. Miljoenen anderen mogen stemmen maar hebben geen keuze. U wel. U doet dus uw zondagse kleren aan en steekt de vlag uit. Na het  ontbijt haast u zich voorzien van stempas en legitimatiebewijs naar het dichtstbijzijnde stembureau. Ruim voor openingstijd komt u daar aan. Eenmaal binnen geeft u de voorzitter een hand en knikt de secondanten vriendelijk toe. U geeft uw pas af, laat desgevraagd uw legitimatiebewijs zien en hoort vervolgens uw naam en een nummer noemen. U krijgt dan een vel met namen. Het lijkt op het vel dat u al eerder thuisbezorgd gekregen hebt en waarin u zich sindsdien avond aan avond in hebt verdiept, maar nu staat voor elke naam een zwart vierkantje met een wit rondje. Voorzien van dat vel begeeft u zich naar één van de houten hokjes die speciaal voor dit doel daar zijn neergezet. Daar hangt een rood potlood. Met uw rechterhand neemt u dat potlood en maakt één van de witte rondjes op het grote namenvel rood.  U mag dat ook met uw linkerhand doen. U mag met rechts of met links links of rechts stemmen. Geef acht dat u slechts één rondje rood maakt. U vouwt het vel weer terug en deponeert het in de gereedstaande melkbus. U groet de leden van het stembureau ten afscheid en begeeft zich gezwind naar de dichtstbijzijnde bakker. Verkiezingen zijn het feest van de democratie, zei  Trouw-redacteur Willem Breedveld zaliger: daar hoort gebak bij.  U hebt uw bedenkingen bij het functioneren van die democratie? U moppert op de regering? Dat is nou juist het kenmerk van de parlementaire democratische rechtsstaat waarin wij leven: u mag bedenkingen hebben, u mag mopperen. Zoveel anderen bekopen dat met gevangenschap of zelfs met hun leven. U niet. U bent fysiek niet in staat te gaan stemmen? Geen nood: machtig iemand om voor u te gaan stemmen en naar de bakker te gaan. Let er op dat het bestelde gebak ook bij u terecht komt. Er mag u van dit feest niets ontgaan!

ehvanderweide

 

8 maart

Brexit

De gemiddelde Nederlander zit 3 uur per dag voor (of is het achter?) de televisie. Het is meer geweest. De tijd dat heel Nederland om 20 u met een kop koffie het journaal keek is voorbij. Vooral jonge mensen kijken minder. Maar goed, dan nog is het gemiddelde ruim 3 uur. Hoewel ik dat nog niet haal, heb ik sinds ik ziek geworden ben en meer aan huis gebonden, mijn eigen langjarig gemiddelde aardig opgekrikt. Je moet toch wat, nietwaar? We zijn hier ook belijdend lid van een abonneezender. Daar schakel ik naar toe wanneer de andere 153 zenders niets te bieden hebben dat mij boeit. Geschiedenisdocumentaires zie ik graag, of een mooie film: een kostuumdrama, een psychologische film. Horror is aan mij niet besteed, daar slaap ik niet van. Liever zie ik een animatiefilm. Mijn vrouw noemt dat enigszins geringschattend tekenfilmpjes, maar u en ik weten wel beter. Ergens bovenaan staan Engelse detectives. Morse, Endeavour, Lewis, Vera, A touch of Frost, Banks, Silent Witness, The Five – en dan vergeet ik er ook nog een paar. Ik vind ze zonder uitzondering de moeite waard. Ook Wallander is in de Engelse uitvoering beter dan het Zweedse origineel. Ik vraag me al heel m’n televisiekijkend leven af waarom Britse tv zoveel beter is dan Nederlands drama. Nederlandse acteurs zijn van die houten klazen, met slechte dialogen en onwerkelijke situaties. Het Engelse werk is levensecht. Toch is het net alsof ik de laatste tijd iets teveel van deze programma’s gezien – ik houd er een vreemd gevoel aan over. Elke aflevering van een van deze series levert gemiddeld 4 moorden op. Tel al die doden per aflevering per serie bij elkaar op en vermenigvuldig ze met het totaal aantal series, en je ziet meteen dat ze aan de andere kant van de Noordzee met een groot probleem hebben. Compleet uit de hand gelopen moordcijfers. Neem het idyllische dorpje Midsummer: kleiner dan De Zilk, maar desalniettemin goed voor 5 of 6 moorden per week. U zegt: het is maar spel. Maar we hadden net geconstateerd dat het allemaal zo levensecht was. Ik heb uitgerekend dat in dit tempo de hele Britse bevolking binnen no time is uitgestorven. Kunnen we ons heel die slopende Brexitprocedure besparen…

ehvanderweide

 

1 maart

Koehandel

Ik hoorde het vanmorgen toen ik achter Dora in de melkgang liep. Ze stond als gewoonlijk wat te suffen. De boer sloeg haar vriendelijk op haar schoft en zei tegen de knecht: ze wordt geruimd, en Bertha ook – en hij wees naar mij. Ik ben Bertha. Voluit heet ik Berta 23, maar wij koeien gebruiken dat nummer nooit. Anders is het net alsof je een koning bent, of een paus. We mogen er wel wat dom uitzien met die gele dingen in het oor, we zijn niet achterlijk. Er hangt een radio in de stal, met om het hele uur nieuws berichten. Dan worden alle meiden stil, zodat ik het goed kan verstaan. Ik sta er het dichtste bij moet u weten. En ik vertel de meiden wat ik heb gehoord. Bij de woorden Brussel en landbouw spits ik altijd mijn oren. Zodoende wist ik dat het er aan zat te komen. Ik zal het u uitleggen. Ooit moesten de boeren meer koeien nemen, omdat dat goed was voor de Rabobank. Maar toen er meer koeien kwamen, kwam er teveel melk. Want ondertussen hadden ze ons (ongevraagd) ook nog eens zo geprogrammeerd dat we ongehoord veel melk produceerden. Om die  melkplas en boterberg weg te werken, bedachten ze het melkquotum. Maar vervolgens moest dat quotum weer weg. De boeren wilden weer vrij man zijn – de stumperds, slaven van de bank en de politiek zijn het. Maar goed, ze namen meer koeien en er kwam weer meer melk. Waardoor de melkprijs instortte en het mestoverschot toenam. Wij poepen teveel en te dun. Vind je ’ t gek?  Ik ben benieuwd wat er van uw stoelgang wordt wanneer u eet wat wij te vreten krijgen. Maar nu komt het: de enige oplossing die ze kunnen bedenken is: koeien ruimen… Ach, we zijn wel wat gewend: eerst word je uitgemolken en dan eindig je als kiloknaller in de uitverkoop. Ik kan met opgeheven kop en een rein geweten het slachthuis binnenlopen – alleen hoop ik wel dat ze me eerst nog melken, het loopt zo beroerd met die volle uiers. Maar voor het zover is, willen de meiden en ik u wat vragen. Hebt u al eens overwegen vegetariër te worden? En als u dan toch vlees blijft eten: denk nog eens aan ons, bij uw volgende balletje gehakt…

ehvanderweide

 

22 februari

Wachten tijdens het wachten

Volgens zeggen gaat de helft van een mensenleven heen met wachten op hetgeen in de andere helft gebeurt. Getrouwde mensen kennen hun eigen versie van deze waarheid: de helft van hun leven bestaat uit wachten op hun wederhelft. Laten we het erop houden dat wachten het meest gebezigde tijdverdrijf is onder de mensen. Ik wacht ook. M’n afnemende gezondheid heeft me in een volgende stadium van mijn leven gebracht, namelijk de wachtkamers van het keuringswezen. Wachten op oproepen, afspraken, uitslagen en volgende oproepen, afspraken en uitlagen. Geen onbekommerd wachten, eerlijk gezegd. Dus bedachten mijn vrouw en ik dat we het wachten maar wat moesten veraangenamen. We zochten en vonden een zeer geschikte aanbieding (wachten hoeft niet duur te zijn) van een aanlokkelijk hotel op de Veluwe (het hoeft ook niet ver). Men gaf daarenboven nog eens droog weer af, zelfs daar. Lekker slapen, lekker eten, dagje sauna, dagje opa, dagje stad, beetje luieren en een beetje lezen. Zo wil ik wel eventjes wachten. Het droge kuchje dat ik een dag voor vertrek opdeed, had me aan het denken moeten zetten. Maar omdat het daarbij bleef, besteedde ik er geen aandacht aan. Inpakken en wegwezen was het devies. Het was er mooi. Het was er stil, op wat opgewonden pauwen na. Het eten was goed, het personeel vriendelijk, de kamer klein maar gerieflijk. Alleen het hoesten liep wat uit de hand. Ik had per ongeluk ook de griep ingepakt en meegenomen. Ziek zijn kun je maar het beste thuis, dus na één dag reisden we weer westwaarts. Daar lag ook de koortsthermometer, die neem je doorgaans niet mee als je op reis gaat. Hij liep op tot 39,5. De geraadpleegde medisch deskundige oordeelde dat het inderdaad een griep was, hij kon er niks ernstigers van maken gelukkig.  Een gewone griep kun je maar het beste uitzieken. Met andere woorden: wachten tot het voorbij is. Nu vul ik dus het wachten op wat komen gaat in met wachten op wat voorbij moet gaan. Maar op een of andere manier voelt dat niet alsof het dubbel zo snel gaat…

ehvdweide

 

15 februari

Boze mensen

Boze witte mannen kennen we allemaal. Hun boosheid delen we, de een iets genuanceerder dan de ander. Wat je er aan kunt doen? Ga stemmen op 15 maart. Ons politieke stelsel is niet ideaal, maar al het andere is erger. Stemmen dus. En dan niet op kandidaten die in boosheid blijven steken. Daar heb je niks aan. Zoek er een die verder kijkt. En hoop maar dat hij of zij het beter doet. Maar er is ook boosheid waar u en ik zelf wat aan kunnen. Blanke boosheid van beiderlei kunnen in het gemoedelijke Noordwijkerhout. Voorbeeld 1: je wandelt rustig over het paadje achter de voetbal. Luid roepend wil een mountainbiker je passeren, en hoewel je netjes opzij stapt scheldt hij je verrot omdat je daar loopt. Ik mag daar lopen. Hij mag daar niet fietsen. Maar met z’n lange tenen is hij al te ver bij mij vandaan gefietst om daarover in discussie te gaan. Trouwens, toch zinloos. Voorbeeld 2: je loopt met je aangelijnde hond op het Bavoterrein. Iemand maakt je op niet mis te verstane wijze, aan de hand van allerlei ernstige ziektes duidelijk dat je op moet donderen want zijn hond (die losloopt) is vals. Let wel: de zijne is vals, de mijne heet Kobus. Ik bedoel: Kobus! – da’s geen hond maar een levende knuffel. Voorbeeld 3: een heetgebakerde vrouw rijdt veel te hard de Dorpsstraat in met haar bolide. Er loopt een oudere dame met haar rollator blijkbaar in de weg. ‘Opzouten oma!’, roept de chauffeuse boos, en alsof dat nog niet duidelijk genoeg is drukt ze de claxon in. Ik hoor de oude dame zachtjes maar dapper zeggen ‘ik ben je oma niet en ik blijf hier lopen’- waartoe ze het volste recht heeft, want de Dorpstraat c.a. is een woonerf. In een woonerf, zeggen de regels, ‘hebben de verblijfsfunctie (lopen, spelen, ontmoeten enzovoorts) prioriteit boven de verkeersfunctie van de weg. Je mag er alleen stapvoets rijden (maximaal 15 km per uur’- hetgeen ik voor stapvoets nog een redelijk hoog tempo vindt. Maar los daarvan, en zelfs los van wie er gelijk heeft: waarom zo onbeschoft? Waarom zo boos?

erhvanderweide

 

8 februari

De Leider

Elke dag begon T. zijn werk zo: hij zong alle coupletten van het volkslied terwijl hij hinkelend op en neer ging in z’n eivormige kantoortje. Er was een andere naam voor, maar die vergat hij telkens. Dit hele huis was trouwens een stuk kleiner dan-ie gewend was. Het paleis van E. was groter. Zoiets wilde hij ook. Later. Dat het zo klein was, was wel handig voor de Mexicaanse schoonmaaksters die M. had meegestuurd. Werkten keurig, niks op aan te merken. Hij had geleerd een beetje midden door de kamer te springen. Vorige week was hij tegen dat schilderij van Roosevelt aangevallen, dikke scheur. Met wat Donald Ducktape zag je er niks van. Daarbij, de eerste 8 jaar woonde hij hier en zou niemand het ontdekken. P. had het voor elkaar gekregen om weer terug te komen, hij zou eens vragen hoe hij dat had geflikt. Dat vallen had z’n voordelen. Gisteren struikelde hij over een Dinky Toy waar B. dit weekend mee had gespeeld. Eerst had-ie trots dit stukje Amerikaanse vakwerk in z’n handen gehouden. Totdat hij op de onderkant zag dat dit rotdingen helemaal niet uit Amerika kwamen – alleen het hoofdkantoor stond in Californië. Decreet nr. 23: er mocht in Amerika voortaan alleen speelgoed van Amerikaanse makelij worden verkocht. Terwijl hij couplet 3 neuriede (hij kende niet de hele tekst), bedacht hij dat dit hem erg beviel. Wanneer hij naar links uit balans raakte tijdens het hinkelen, haalde hij uit naar rechts: toen hij vorige week was uitgevallen over De Krim en de nieuwe nederzettingen, liep het  P. en N. dun door de broek! En toen hij laatst lelijk op z’n rechterarm viel, had-ie die opperrechter benoemd. Zo hield je de boel in evenwicht. En daarbij: divide et impera, was het devies. Wat het betekende wist hij niet, maar z’n adviseurs hadden het hem ingeprent. Hij neuriede de zesde regel van het vierde couplet, en z’n nieuwste project schoot hem te binnen. De Bijbel! Deel 1 of hoe dat heette had hij al doorgenomen. Dat stond hem wel aan. Het verbaasde hem wel dat heel het woord Amerika er niet in voorkwam. Dat moest anders. Deel 2 vond hij verschrikkelijk:  ‘de eersten zullen de laatsten zijn’, ‘zalig de zachtmoedigen’ – brrrr! Total disaster, dat boek.

ehvanderweide

 

1 februari

Excellentie, 

– tenminste, zo spreek ik u maar aan. In mijn jeugd durfden alleen cabaretiers ministers aan te spreken met Joop of Barend. Nu doet iedereen alsof-t-ie met ze geknikkerd heeft. Het lijkt mij voor iemand die leiding moet geven beter dat hij afstand bewaart. Ik houd zelf ook liever wat afstand tot u als premier. Uit respect. Excellentie dus. Laat me beginnen te zeggen dat ik u hoog heb. U lijkt me een harde werker met hart voor het ambt dat u bekleedt, voor dit land en voor de mensen die er wonen. Ik lees uw brief aan alle Nederlanders als een welgemeend pleidooi voor meer samenhang. Dat hier de staatsman en de politicus-in-verkiezingstijd onder één hoedje spelen, vind ik geen punt. Ik twijfel niet aan uw integriteit. Dat u met deze brief een ethisch appèl op ons allemaal doet waardeer ik. Maar ergens wringt er iets. We zijn de laatste decennia als burgers erg aan onszelf overgeleverd. Daarbij zijn we blootgesteld aan de ijskoude wind van de vrije markt. In het vacuüm dat een zich terugtrekkende overheid en een afbrokkelende  kerk hebben nagelaten, blijft als norm en uitgangspunt alleen ons eigen ik maar over. Geld is het leidende principe. Verbindende verhalen, idealen of een moreel kompas zijn er niet meer. Ik kan me vergissen, maar het lijkt me dat uw partij  een groot aandeel in dit proces heeft gehad. De uitkomst is helder: ieder doet wat goed is in eigen ogen. Zo wordt het ons voorgehouden en voorgedaan. Op de vraag ‘wat is normaal’ heeft ieder zijn eigen antwoord. Het lijkt me de hoogst haalbare vorm van liberalisme. Maar ik lees in uw brief tussen de regels door dat u er zelf niet blij mee bent… Ik wil niet vroom lijken, en ik wil al helemaal niet de kerk terug als Moreel Gezag. Dat recht heeft ze verspeeld, haar past bescheidenheid. Maar misschien mag ik u helpen bij de zoektocht naar wat normaal is tussen mensen onderling. Neem me niet kwalijk dat ik als gelovig christen u een paar woorden uit de Bijbel aanreik, en over uw hoofd heen aan alle mensen van goede wil. ‘Behandel  anderen zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.’  We zetten alleen die paar woorden op 7.720.787 strookjes, voor elke brievenbus in Nederland één. Ik help u met bezorgen.

ehvanderweide

 

25 januari

Zielig

Ik heb geleerd en zelf aan den lijven ondervonden dat medelijden niet helpt. Dat mensen je beklagen is even lekker, maar meer ook niet. Je blijft een beetje Calimero, wanneer je niet uit je zielige staat weet te geraken. Meeleven, dat iemand aan je denkt, iets troostends of bemoedigends zegt, kortom: iets dat je verder helpt, daar heb je meer aan. Want het ligt niet lekker, in een bed van medelijden. Er zijn wel dingen die ik heel erg zielig vind. Het is al een tijdje geleden dat Kim Kardashian in een Parijs appartementje beroofd werd van wat goud en juwelen. Een beklagenswaardige vrouw. Ze is realityster. Dat lijkt me geen vaste aanstelling. Je bent denk ik een soort zzp’er. Geen pensioenopbouw, geen arbeidsongeschiktheidsverzekering.  Een ongewis bestaan. En wanneer dan hetgeen je met je zuurverdiende centjes hebt gekocht door onverlaten wordt gejat, dan ben je zielig. Het was ook niet zo maar een kettinkje en een ringetje waarvan ze werd beroofd – nee, de boeven gingen ervandoor met een buit ter waarde van 9 miljoen euro. De onbekeerde helft van mijn boze hart vraagt zich af waarom iemand in hemelsnaam voor 9 miljoen euro aan sieraden moet hebben en die dan meeneemt voor een weekendje Parijs. Ook ben ik benieuwd hoeveel ze thuis nog heeft liggen. Maar mijn rechtvaardige helft zegt: Gij zult niet stelen, ook niet van de rijken. Want een beetje sneu blijft het. En het wordt nog zieliger: normaal lukt het niet om gestolen juwelen van die waarde te verkopen. Ze zijn bekend en vroeg of laat zouden ze wel weer opduiken. Maar nee, wat blijkt: het goud is omgesmolten en de steentjes bijgeslepen of anderszins onherkenbaar gemaakt. Voorgoed spoorloos. Ik weet niet of mw. Kardashian goed verzekerd is. Ik weet ook niet of ze een strenge vader heeft, zo eentje die zegt ‘ben jij gek met 9 miljoen aan je lijf een weekendje stappen! Neem een krantenwijk en zie maar dat je het terugverdient!’ Ik denk zomaar dat haar vader haar ook zielig vindt en dat ze allang nieuwe glimmertjes heeft. Maar wat leert ze ervan? Niets. Dat vind ik pas echt heel zielig.

ehvanderweide

 

18 januari

Huwelijksleed

Henk wilde spruiten. Net voor ze naar de supermarkt ging, had hij dat gezegd. Hij vroeg er geregeld naar. Maar ze nam ze nooit mee. Ze dacht met afgrijzen aan de zompige groene kledders in staat van ontbinding die door haar moeder werden opgeschept toen ze kind was. Eén voor elk jaar. ‘Mijn moeder kon ze lekker koken’, zei Henk dan. Alles van z’n moeder was natuurlijk beter en leuker en lekkerder. Dat bemoeizuchtige schepsel had alle vooroordelen over schoonmoeders waargemaakt. Ooit had dat mens het bestaan in haar pannen te kijken en verschrikt te roepen bij het zien van de inhoud: ‘oh maar dat lust mijn Henkie niet!’ – alsof zij hem probeerde te vergiftigen. Ze dacht aan haar eerste vriendje, Barend: die z’n moeder kon nog eens lekker koken! Laatst zag ze in de krant een foto van haar eerste verloofde, Aernout Jan. Ze had dikwijls met die dubbele naam en die rare ae gespot  – maar hij was nu gepensioneerd van de Hoge Raad. Wat verdiende die man wel niet? vast genoeg voor een eigen kok… En zij moest spruiten koken voor Henkie. Ze zuchtte. Hij had ook nog eens de rare gewoonte om de kassabon na te kijken. Niet om haar te controleren, zo was hij niet. Nee, hij verheugde zich dan op alles wat-ie de komende week te eten kreeg. Want zelf koken deed hij ook al niet. Gelukkig maar, dacht ze: er zouden elke week twee keer spruiten op tafel staan. Maar wacht eens: die kassabon! Ze kreeg een idee. Met een zucht van opluchting legde ze een netje spruiten in het wagentje. Henk had aan die kassabon genoeg: later in de week wist-ie echt niet meer wat daar gestaan had. Dan was hij de spruiten vergeten. En mocht-ie ernaar vragen, dan zou ze zeggen dat-ie ze al gehad had. Je hebt toch gezien dat ik ze gekocht heb? ’t Stond op de kassabon! Met een vilein lachje rekende ze af. Bijna fluitend deed ze de boodschappen in de fietstassen – behalve de spruiten, die liet ze in het karretje liggen. Karretje weg, muntje gauw in de zak, en naar huis. Tot opeens die meneer uit de winkel haar achterna kwam: ‘mevrouw, u vergeet iets!’ En als een padvinder die een goede daad deed, stopte hij de spruiten in haar fietstas…

ehvanderweide

 

11 januari

Pride and glory

Ik heb de preken die ik in de loop der jaren heb gemaakt en gehouden, allemaal netjes bewaard. De eerste dateert van oktober 1983. U snapt dat het sinds die tijd is uitgegroeid tot een bijna oneerbiedige hoeveelheid papier en inkt. Preken voor de zondagmorgendiensten en voor de zondagavond- of middagdiensten (die destijds nog volop in de mode waren). Preken voor doordeweekse diensten en voor feestdagen. Preken voor kerstnachten en oudejaarsavonden. Voor vespers, ochtend-middag-of-avondgebeden, wijdingen en vieringen. Preken voor trouwdiensten en voor rouwdiensten. Aanvankelijk met de hand geschreven, soms losse notities of schetsen maar meestal de hele tekst. Later uitgetypt met het befaamde één-vingersysteem dat bij predikanten van mijn generatie in de mode was. En nog weer later gemaakt op een tekstverwerker, met meer vingers en op groteresnelheid. Mijn bewaarsysteem is vanaf het moment dat de pc verscheen in huize Van der Weide dubbel: op datum in de pc (op floppy’s, diskettes en een heuse reserve harde schijf) en op Bijbeltekst in ordners. Voor ik een preek inbind, noteer ik de gegevens in een schriftje dat ook al dateert uit 1983. Een beetje dubbelop zult u zeggen. Maar ik vind het wel handig zo. Alleen loop ik wat achter met het inbinden. Omdat ik momenteel niet werk, loop ik die achterstand gestadig in. Er staan nu bijna 40 mappen met preken. Wanneer het inbinden klaar is, weet ik precies hoeveel preken ik gemaakt en gehouden heb. Dat getal vertegenwoordigt dan de trotse vrucht van 33 jaar noeste arbeid. Maar nu komt het: hoelang kan ik die mappen nog bewaren? Is er plaats voor, in een eventuele nieuwe woonstee? Over wat er uiteindelijk mee gebeuren gaat koester ik geen enkele illusie. Ik was ooit druk doende een stapeltje in te binden, toen onze oudste zoon binnenkwam. Hij vroeg wat ik deed en ik liet hem trots zien hoe ingenieus mijn prekenbewaarsysteem was. Hij keek me meewarig aan en vroeg omineus: wat denk je dat wij met die preken gaan doen als jij er niet meer bent?

ehvanderweide

 

4 januari

Voornemens

Zo’n eerste column in het nieuwe jaar lijkt bij uitstek geschikt voor openbaar maken van de goede voornemens die een mens koestert voor wat betreft dit pas begonnen jaar. Maar ik aarzel. Want wanneer ik hier kond doe van slechts een enkel niet al te ingrijpend goed voorneminkje, zult u al gauw denken dat ik al te zeer met mezelf ingenomen ben.
En wanneer ik alle verbeter punten inzake mijn karakter en gedrag vertaal in goede voornemens, voel ik mezelf hier meer te kijk staan dan wel goed voor mij is. Ook eerlijkheid kent een grens, publicitair gezien dan. Goede voornemens houden het midden tussen een biecht en een al te heilig plan. Op beide kunt u mij ongenadig afrekenen.
Maar ik ben niet bang uitgevallen dus waag ik het er op. Laat me dan eerst zeggen dat ik niet in ongenade geloof, maar in genade. Ik geloof niet dat we aan elkaar zijn uitgeleverd, maar aan elkaar toevertrouwd. Ik wil me niet laten leiden door angst. Ik wil de ander niet als bedreiging zien, maar als naaste. Ondanks van alles blijf ik uitgaan van het goede in de mens.
Niet omdat ik naïef ben, maar omdat ik wil leven in goed vertrouwen. Ik geloof niet in het recht van de sterkste. Ik geloof ook niet dat alles altijd maar moet worden gezegd alleen ‘omdat het kan.’
Ik geloof dat het kan: mensen van allerlei slag en kleur en overtuiging samen. Scheld mij maar uit voor gutmensch. Ik zal niet ontkennen dat te zijn. Sterker nog: het is mijn vaste voornemen dat te blijven.

ehvanderweide