Columns 2016

egbert-vd-weide

21 december

Veel Kerst…

De Duitsers hebben er een uitdrukking voor: ‘es weinachtet sehr.’ Ik vertaal dat maar met ‘veel Kerst dit jaar.’ Want het is een feit: het is Kerst als nooit tevoren. De kerstbomenboer op de Brink was half december al los. Vooruitlopend op de definitieve ondergang van Sinterklaas hing de kerstversiering al in oktober in menig dorp en stad. Iedereen is druk op pad: kerstbrood, kersthagel, kerstversiering, kerstkonijn, kersttafellopers, kerstbestek, kerstservies en kerstkristal. Een bekende, landelijk opererende grootgrutter verblijdt zijn vaste klanten met een adventskalender. Even had ik hoop: zou die ons wat dichter bij het kerstgebeuren brengen? Maar nee. Elke dag een nieuwe aanbieding. Dat had Johannes de Doper niet kunnen bedenken, toen hij uitriep ‘bereid de weg voor Hem die komt’- dat die weg door de supermarkt zou komen te lopen ooit. Een belendende drankenhandelaar heeft ook zo’n kalender. Elke dag een ander soort whisky om te proberen. Kleine flesjes, dat wel – maar als je ze allemaal nuttigt sta je wel helemaal laveloos aan de kribbe, in de kerstnacht. Misschien maar goed ook. Dan zien we niet zo scherp meer hoe verdeeld we zijn, en hoe vreselijk alleen we met onszelf overblijven aan het einde van de rit. De grote verhalen die ons mensen samenbrachten zijn afgeschaft ten faveure van onze eigen beslommernissen op de vierkante millimeter, die ondanks dat zeer breed uit worden gemeten via social media. Alsof alles wat ik doe altijd en voor iedereen Heel Erg Belangrijk is. De idealen die we ooit koesterden en nastreefden, staan bij het grof vuil. De mensen die er vroeger pal voor stonden worden al dan niet postuum belachelijk gemaakt. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Ik snap dat ik op deze manier niet veel aan de feestvreugde bijdraag. En een beetje dubbel is het ook: in huize Van der Weide staat ook een boom en eten we met Kerst net iets uitgebreider dan anders. Ik doe er zelf aan mee, ik weet het. Maar toch haakt het een beetje in m’n ziel. Veel Kerst. Weinig Christus.

ehvanderweide

 

14 december

Stoelendans

Ik heb een nieuwe stoel. Nou ja, stoel: zeg maar gerust zetel. Het is een werkelijk supersonische elektrische relaxfauteuil met allerlei kiep-, wip- en kantelfuncties. Op maat gemaakt. Cadeautje van mijn vrouw, die mij met m’n pijnlijke ledematen graag lekker ziet zitten. Haar opzet is gelukt. De ultieme zitbeleving. Ik vind ‘m er ook mooi uit zien. Helderblauw leer, stalen poten. Hij kan draaien: ik kan naar de straat kijken of naar de tuin, of halverwege het draaien stoppen om tv te kijken. Onze kinderen vonden het net een tandartsstoel. En inderdaad, helemaal achterover liggend heb ik wel een beetje de neiging Psalm 81: 12 in de oude berijming aan te heffen: ‘Opent uwen mond…’ Toch heb ik zelf bij die stoel andere associaties. Hij doet mij denken aan die 150 blauwe leren stoelen in de Tweede Kamer. Nog even, en er brandt om die stoelen weer een geweldige strijd los. Een regelrechte stoelendans: het aantal lijsten groeit de pan uit, en dat maal het aantal kandidaten per lijst maakt het behalen van zo’n stoel tot een welhaast onhaalbare zaak. Nu heb ik daar, heerlijk relaxend in mijn eigen zetel, iets op bedacht. De komende jaren vindt er een grootscheepse verbouwing plaats van het Binnenhofcomplex. Daartoe is deze zomer besloten: een verbouwing in één keer, die 475 miljoen kost. Er zullen vast mensen zijn die, niet gehinderd door enige kennis, schande roepen van dat bedrag. Maar zulk geroeptoeter is mij te goedkoop. Ik zou eigenlijk willen voorstellen de kosten nog wat op te voeren en ook de vergaderzaal van het parlement aan te pakken. Die 150 stoelen is lang niet genoeg. Afgaande op de gemiddelde standpunten van al die kieslijsten en partijen, is het tijd om ruimte te maken voor om en nabij 13.000.000 stoelen, zijnde bij benadering het aantal kiesgerechtigden op 15 maart a.s. We stemmen allemaal het liefst op onszelf. Het lijkt me de ultieme democratie: iedereen z’n eigen partij, alle 13 miljoen Nederlanders in de Kamer! Ik heb ook een naam bedacht voor al die lijsten: Stem Toch Op Mezelf. Kies STOM!

ehvdweide

 

7 december

Les extèmes se touchent

Mijn moeder hield er een elfde gebod op na. Zij had aan tien niet genoeg. Volgens haar luidde dat elfde gebod: ‘gij zult uzelf niet al te serieus nemen.’ Ik heb veel van mijn moeder gehouden, maar de eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat ze het zelf met dat extra gebod van haar erg zwaar had. Zij gebruikte het vooral om aan te geven dat een ander zichzelf niet en haar wel serieus moest nemen…  Ik breng het onder uw aandacht juist nu Sinterklaas met zijn Zwarte-/Roet- of Regenboogpieten (doorhalen wat volgens u niet deugt) weer naar Spanje terug is. Was ik Sinterklaas, dan zou ik mezelf eens ernstig afvragen of ik er nog zin aan had volgend jaar weer naar dat veel te heet gebakerde kikkerlandje af te reizen… De voor- en tegenstanders van Zwarte Piet hebben zich op dusdanige wijze geroerd dat ik tenminste mij er diep voor schaam. Neem alleen al het feit dat ze een kinderfeest omkransen met bepaald niet kinderachtig gescheld en gedreig. Maar ze maken er ook zo’n halszaak van (terwijl er toch genoeg speelt in deze wereld.) Stiekem had ik gehoopt dat de Sint zelf maatregelen zou nemen: al die mensen die zichzelf en hun eigen standpunt zo verschrikkelijk serieus nemen, hup! mee naar Spanje. Ze doen voor elkaar niet onder. Daarom dat bovenschrift boven dit stukje. Het is geen Drents maar Frans. Het betekent ‘de uitersten raken elkaar’. Meestal wordt dat gezegde gebruikt om aan te geven dat de felste voor- en tegenstanders van een en dezelfde zaak verdacht veel op elkaar lijken. Ze zijn één pot nat in hun gedachtenextremisme. Ik ben niet per se tegen Zwarte Piet – en prompt ben ik in de ogen van de ene partij een regelrechte racist. Ik ben ook niet per se voor Zwarte Piet – en dat maakt mij in de ogen van anderen een soort van landverrader. Ik word er een beetje moe van. Ik zou bijna gaan geloven in de Kerstman. Maar dan zul je zien dat ook daar een hele discussie over losbarst: die rendieren voor de slee, kan dat eigenlijk wel?

ehvanderweide

 

30 november

Kwijt…

Ik pas normaal redelijk goed op m’n spullen. Ik ben wel eens wat kwijt natuurlijk.  Dingen die iedereen wel eens verliest. Sjaals, wanten, een pet en een snoeischaar. Sommige dingen die je kwijtraakt horen bij groter worden: je onschuld bijvoorbeeld. Andere dingen raak je herhaaldelijk kwijt – waaruit blijkt dat je ze tussendoor wel weer terugvindt. De kluts bijvoorbeeld. Maar wat ik nu kwijt ben, is van een andere categorie. Dat het kwijt is, leidt tot vervelende dingen. Iedereen lijkt het verloren te hebben. Waar en waarom en hoe het is zoekgeraakt, daar ben ik nog niet achter. Maar ik mis het al een tijdje. Het ontbrak in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik mis het in de bizarre toestanden rond Zwarte Piet. Ook in discussie in de Tweede Kamer ontbreekt het meer en meer. Op twitter en facebook is er sowieso geen plek voor. De ergste dingen komen daar ongezouten voorbij. Iedereen zegt wat-ie denkt. Iedereen denkt ook dat-ie mag zeggen wat-ie wil. En  iedereen denkt dat wat hij of zij zegt, de enige waarheid is – alhoewel, nou schrik ik van mezelf. Ik ben het zelf nu ook al kwijt. Want ik heb geleerd dat woorden als ‘iedereen! overal! altijd! nooit!’ meestal worden gebruikt door mensen die zichzelf overschreeuwen. Ik zal maar vertellen wat ik mis. Ik mis het in het publieke debat, in de openbare ruimte, op social media, in de krant en de tv en de politiek, waar of wanneer mensen ook maar hun mening spuien of hun oordeel geven, daar mis ik het. Ik mis over en weer de ruimte voor de ander om naast mijn mening de hare te leggen. Ik mis het besef dat ik misschien wel gelijk heb maar het niet altijd zonder meer kan halen. Ik mis om mij heen de overtuiging dat geen mens een eiland is. Ik ben hartstochtelijk op zoek naar de wil om er samen uit te komen. We zijn het onderweg ergens kwijtgeraakt. Katholieken weten wel raad met verloren goederen. Rechtgeaarde Protestanten zeggen dat je op je spullen moet passen en dat je ze anders gewoon moet zoeken. Maar ik waag voor de zekerheid toch maar even een gebedje: Antonius beste vrind, geef dat men de nuance weer vindt…

ehvanderweide

 

23 november

Ep zappt

Omdat ik al een tijdje uit de running ben, heb ik meer tijd tot mijn beschikking. De combinatie tussen pijn, vermoeidheid en bijwerking van medicijnen maakt dat lezen me niet goed af gaat. Dus kijk ik televisie. Het liefst naar iets waar ik niet bij na hoef te denken. De laatste trends in huis-,tuin- en keukentrends trekken in een aangenaam tempo voorbij. Zonder dat er iets beklijft, gelukkig. Kookprogramma’s sla ik over. Dat is nog een hele toer: wat zijn dat er veel zeg. Iedereen staat tegenwoordig voor de camera’s te koken. Om niet achter te blijven, zal ik binnenkort een column volschrijven met recepten. Wie weet ontdekt men mij. Al zappend kwam er een programma voorbij met de omineuze titel ‘Get the f*ck out of my house.’ Het lijkt mij (na Big Brother en meer van dat soort ongein) een nieuw dieptepunt op de vaderlandse beeldbuis. Honderd mensen in één huis, een pot met geld waar van alles uit- en ingaat, en dan maar proberen elkaar de tent uit te vechten. De rest van de pot is voor de laatste die overblijft. Alle middelen  worden aangewend:  er wordt gepest, geroddeld, geïntimideerd, samengespannen en genegeerd dat het een lust heeft. Geloof mij: er is geen kunst aan om 100 mensen als in een centrifuge met middelpuntvliedende kracht uit elkaar te spelen. Dat is zo gepiept. De geschiedenis van de mensheid kan onder één noemer worden begrepen: de ene mens die tegen de andere roept ‘get the f*ck out of my world.’ De redenen om elkaar de tent uit te vechten liggen voor het oprapen. Je hoofd/neus/taal/religie/geaardheid/huiskleur/overtuiging staat mij niet aan. Wat er voor vernieuwends aan dit programma is snap ik niet. Ik heb een beter voorstel aan RTL 5. Begin het programma opnieuw. Dezelfde 100 mensen in hetzelfde huis. Maar nu heet het: ‘Stay the f*ck together.’Want ik begrijp dat zo’n titel moet blijven haken. En de opdracht is: al die 100 mensen krijgen allemaal € 10.000 wanneer ze het 100 dagen samen volhouden. Maar zodra er ook maar één iemand wordt weggepest, krijgt niemand iets. Ik zal ademloos kijken. En niet wegzappen. Dat deed ik eerlijk gezegd nu wel…

ehvanderweide

 

16 november

Daarom!

Dit keer klopt het wel, dat mijn naam bij de erediensten staat vermeld. Komende zondag hijs ik mij in mijn toga. Voor het eerst sinds 3 maanden sta ik daar weer, vóór in de Witte Kerk. Niet omdat het zo geweldig goed met me gaat. Het gaat eigenlijk helemaal niet goed. Gelukkig sta ik daar niet alleen: het wordt een ‘mis met twee heren’. Collega Ad doet de preek, en dat scheelt een hoop. Maar ik sta daar om dat andere gedeelte van de dienst. Het is de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Christus Koning, heet die dag. Het Protestantse Allerzielen. We noemen de namen van de 8 mensen uit ons midden die in het afgelopen jaar gestorven zijn. Ik heb ze alle 8 goed gekend. Hun familie en vrienden kwam ik tegen, en zij zijn uitgenodigd voor deze dienst. Anderen gedenken we, eerder gestorven, elders overleden. Hun namen klinken mee. Als op geen enkele andere zondag beseffen we hoe kwetsbaar we zijn. Veel te kleine mensen in een veel te grote wereld. Hoe doe je dat, mens-zijn in het aangezicht van de dood? Hoe kun leven met verdriet en zorg? Hoe houd je dat vol? Daar gaat het om in het geloof. Vraag aan een willekeurige voorbijganger waarover het gaat in kerk en geloof en Bijbel, en hij zal zeggen ’over God’.  Dat is bijna goed – maar niet helemaal. Het gaat God om mensen. Dat is mijn vaste overtuiging. Dat beweegt mij, in het werk dat ik jammer genoeg steeds minder kan doen. Daarom wil ik er komende zondag toch maar zijn. Zoveel mensen zijn zichzelf kwijtgeraakt. Ze leven met het gevoel dat zij er niet toe doen. Slimme politici beloven van alles en worden grif geloofd – maar u denkt toch niet dat Trump puur uit liefdadigheid president wilde worden? Zoveel mensen zullen opnieuw bedrogen uitkomen en nog cynischer worden. In die wildernis van een wereld weet ik niks beters dan dat we elkaar proberen te helpen en samen schuilen op plaatsen van geloof en hoop en liefde. Daar oefenen we barmhartigheid. Het is het enige antwoord op alle vragen van deze tijd. Afgelopen zondag kreeg ik een bloemengroet vanuit de Maartensparochie, ter gelegenheid van het afsluiten van het jaar van barmhartigheid. ‘Maar met barmhartigheid gaan we gewoon door!’, riep de bloemenbrengster. En zo is het. En dáárom ga ik zondag voor.

ehvanderweide

 

9 november

Mr. of mrs. Mud?

In menig opzicht zijn de Verenigde Staten van Amerika ons voorland. Wat daar speelt, komt met enige vertraging altijd onze kant op. Hoogbouw, 8-baanssnelwegen, pretparken, supermarkten en fastfood. Maar ook: ongebreideld kapitalisme, de invloed van geld en commercie en de verwaarlozing van de publieke ruimte. En dat alles verpakt in de droomfabriek van Hollywood. De wereld gaat al meer lijken op een Amerikaanse televisieserie. Neem nou de verkiezingen. Die in Amerika gaan, naar mijn mening, nergens over. Of ze gaan over van alles en nog wat, behalve over politiek. Meer vies dan visie. Trump en Clinton hebben zoveel emmers modder over elkaar uitgegooid dat ze steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. De Amerikanen moeten kiezen tussen weinig en haast niets. En dat in een samenleving waar de kloof tussen de superrijken en de allerarmsten onoverbrugbaar is geworden. In die kloof is, net als bij ons, de middenklasse kopje onder gegaan. Buschauffeurs, postbodes, winkelpersoneel, arbeiders, onderwijzeressen, ambtenaren, politieagenten, bankbedienden. Zij droegen de maatschappij. Met hen en met hun belangen is op een ontstellende manier blufpoker gespeeld. Dat kostte miljarden, en zij hebben de rekening betaald. Cynisme is daarvan de oogst. U weet toch wat een cynicus is? Dat is iemand die van alles de prijs weet maar van niks de waarde. Dat schreef Oscar Wilde in een van zijn toneelstukken, meer dan een eeuw geleden. Een ander citaat, uit hetzelfde stuk: ‘er zijn in de wereld maar twee tragedies. De ene is dat je niet krijgt wat je wilt. De ander is dat je het krijgt.’ De een heeft alles, de ander niets, maar ze zijn geen van beide gelukkig. En het ergste is: ze kunnen dat niet delen met elkaar. Ik beklaag de Amerikanen. Ze moeten kiezen uit 2 kwaden, die geen van beide weten te verbinden. ‘God bless America’, roepen ze allebei bezwerend. Ik waag het te betwijfelen. Tegelijk ik houd m’n hart vast: straks gaan onze politici op verkiezingstournee. God bless, zucht ik zachtjes…

ehvanderweide

 

2 november

Valt er wat te vieren?

Afgelopen zondag is het Lutherjaar begonnen. Ik weet dat daar weinig Noordwijkerhoutse harten sneller van gaan kloppen, maar toch. Er scheiden ons nu nog 363 dagen van de 500e verjaardag van de Hervorming. Op 31 oktober 1517 timmerde de monnik-theoloog Maarten Luther de bezwaren die hij had tegen de kerk van zijn dagen, verwoord in 95 stellingen, aan de deur van slotkapel in Wittenberg. Uit de maatregelen die zo’n 50 jaar later het Concilie van Trente nam, valt af te leiden dat zijn bezwaren hout sneden. Die maatregelen kwamen te laat: er was een godsdienststrijd zonder weerga ontketend waarbij de partijen niet voor elkaar onderdeden in felheid. Tegenover de protestantse martelaar Jan de Bakker, die in 1525 in Den Haag werd gewurgd, verbrand en opgeblazen, brengen Rooms-katholieken de 19 martelaren van Gorcum in het geweer. Voor je het weet ben je 500 jaar verdeeldheid verder. Ik voel er alleen niet veel voor om dat triomfantelijk te vieren. Wat valt er voor vreugde te ontlenen aan een kerkscheuring? Helemaal wanneer je bedenkt dat Luther een hervorming binnen de kerk probeerde te bewerkstelligen – hij wilde helemaal geen andere kerk stichten. Maar het verging hem als zoveel andere klokkenluiders: de curie schoot in een kramp, de paus excommuniceerde Luther en sprak de banvloek over hem uit. Daarbij was Luther zelf ook niet mals. Een scheiding die al 5 eeuwen duurt, vlak je natuurlijk niet uit door te zeggen ‘dat dat allemaal anders had gekund’. Toch kan de aanloop naar die herdenking zinnig zijn: laten we een jaarlang nadenken over die verdeeldheid. Protestanten geef ik deze vraag mee: wat houdt ons tegen op de weg naar eenheid met onze Rooms-katholieke broeders en zusters? Voor de Rooms-katholieken heb ik ook een vraag: wordt het geen tijd de banvloek over Luther (en over zijn volgelingen tot vandaag de dag aan toe) te herroepen? Officieel ziet men ons nog altijd als ketters. Gelukkig hoeven we hier in Noordwijkerhout niet op de antwoorden te wachten. We gaan gewoon verder met wat we toch al deden: elkaar zoeken, de verbondenheid vieren.

ehvdw

 

26 oktober

Geen haar op mijn hoofd

Kaalheid is voor een groot deel genetisch bepaald. Ik heb een fraaie foto van mijn overgrootouders (opa en opoe Stam, om precies te zijn), waarop mijn opa met een kaal hoofd en een nochtans glunderende blik ons aanstaart. Opoe kijkt al net zo gelukkig. Voor haar is dat kale hoofd blijkbaar ook geen dingetje. Haar 5 zoons, mijn oudooms, zijn ook allemaal kaal geworden in de loop der jaren. Haar kleinzoon, mijn oom, eveneens. En van haar achterkleinkinderen draag ik de kale erfenis verder. Blootshoofds maar blijmoedig. Ik roep dapper dat ik mijn kaalheid een plaatsje heb gegeven. Zo heet dat toch? Ik heb het verwerkt. Ik heb het aanvaard. Maar dat gelooft u natuurlijk niet. Uit het simpele feit dat mijn hoofd alweer het onderwerp is van een column kunt u dat eenvoudig afleiden, als u wilt. Het zal wel freudiaans zijn. Maar ja, Freud had makkelijk praten. Hem zien we op de foto’s die er van hem zijn altijd met een volle bos haar en een weelderige baard. Bis zum Ende. Op die baard na, ben ik jaloers. Onlangs hoorde ik, na afloop van een oecumenische viering, ik een jochie van een jaar of 10 zeggen tegen z’n vader: de pastoor heeft haar, maar zijn alle dominees kaal? Welja, trek het ook maar in kerkelijk verband. Gelukkig is onze schoondochter tegenwoordig zo kies om haar shampoo voor krullend haar niet meer in onze badkamer achter te laten, wanneer ze zich daar eens doucht. Onze dochter (ook al met van dat mooie haar gezegend) wast heur haar in haar eigen huis. Bestaat er shampoo voor kale mannen? Ik hoor een grapjas roepen: Ja, JIF: dat geeft glans en het schuurt niet. Leuk hoor… Is het dan alleen maar kommer en kwel, in huize Van der Weide? Nee, gelukkig niet. Sinds kort houd ik namelijk nog meer van mijn vrouw dan ik al deed. Wat zij van mijn haarloze hoofd vindt staat vetgedrukt op de shampoofles die zij in een oneindig liefdevol en troostend gebaar voor mij laat staan, wanneer zij zich gewassen heeft.  Noem mij voortaan niet meer kaal. Nee, mijn haar is verleidelijk kort

ehvanderweide

 

19 oktober

Ode aan de buschauffeur m/v – deel I

Ongeveer 45 minuten duurt de bustocht van de Brink (ons dorp) naar station Leiden-Centraal. In die 45 minuten passeert de bus 15 rotondes, 2 spoorwegovergangen, 2 verkeerslichten en 34 haltes. Het vergt iets meer studie uit te rekenen hoeveel mensen er gemiddeld per rit onderweg  in- en uitstappen, maar dat is bij de firma Arriva vast wel opvraagbaar. Voor mij, voor hier en voor nu zijn die statistieken alleen maar het achtergrondkoor van dit lied: een ode aan de buschauffeur! Want wat kan er wel niet allemaal gebeuren, onderweg van A naar B? En wat gebeurt er wel niet allemaal! En dan bedoel ik nog niet eens de condities van weg & verkeer. Die zijn lastig genoeg: weg-opbrekingen, omleidingsroutes, opstoppingen, gevaarlijk gedrag van medeweggebruikers, gladheid, regen en wind, slechte wegen, wat niet al. Maar de grootste lastpost is vaak de busreiziger zelf! Gelukkig is het gros van de passagiers blij met het gebodene. Zij groeten de chauffeur bij binnenkomst, laten zich geduldig over het gekozen traject vervoeren en bij het verlaten van de bus zeggen ze de chauffeur dankbaar gedag. Van hen heeft hij geen last. Maar dan! Die 5% van de passagiers die zich niet weten te gedragen! Die hun boosheid en frustratie op hem of haar afreageren! Alsof hij het helpen kan dat er in hun leven deze of gene crisis zich voordoet. Alsof hij hoogstpersoonlijk voor vertraging of voor gladheid zorgt, voor natgeregende haren bij onbeschermde bushaltes. Zonder te groeten stampen ze binnen, ze gedragen zich alsof de bus van hen is en dulden amper dat er meer mensen reizen dan zij alleen. Breeduit installeren ze zich, niet van plan hun tas op schoot te nemen voor wie óók een zitplaats zoekt. De oordopjes die ze gebruiken om hun favoriete muziek te beluisteren, werken ongevraagd als geluidsboxen voor de omzittenden. Dat de buschauffeur zijn rit geduldig uitzit mag vaak een wonder heten. Dat hij de lastige passagiers met bijna overdreven vriendelijkheid gedag zegt als zij de bus verlaten, snap ik dan ook heel goed…

ehvanderweide

 

12 oktober

Familie met een zachte g

Komende zaterdag ondergaan wij familie-uitbreiding. Of hoe zeg je dat? Op die dag trouwt mijn oudste neef. Mijn aanstaande nicht is Belgische. Dat betekent dat ik vanaf hun trouwdag ‘nonkel’ ga heten.  Dat klinkt eigenlijk veel mooier dan oom. Nonkel Egbert. En dan met een zachte g. Hoort u het voor zich? Ik vind de taal die ze daar spreken toch al zo mooi. Zo zangerig. En zoveel zachter dan wat we hier boven de grote rivieren gewend zijn. Daarbij roept het bij mij dierbare herinneringen aan Zeeuws-Vlaanderen op. De Nederlanders die daar wonen, noemen zich met enige trots ‘reserve-Belgen’. En ze praten daar ook zo mooi over-de-grens. Ik zal niet meteen zeggen dat het Vlaamse Nederlands zuiverder is dan het Nederlandse Nederlands. Dat zou je bijna denken, in het besef dat het Groot Dictee der Nederlandse Taal jaar in jaar uit door een Vlaming wordt gewonnen. (Overigens kan dat Dictee nog leuker worden met een Belgse presentator. Maar dit terzijde.) Want wat heet goed Nederlands? Wanneer je met je camion naar het stamineeke rijdt om daar de gazette te lezen, pistolets met fraisen te eten of je tijd plesant te spenderen met enkele schoon madammekes, dan is daar weinig Vlaams aan. Voor zuiver Nederlands moet je in Haajlem wezen, wordt er doorgaans gezegd. Maar fan wat ik daar hoor wor ik ook nie blai… Nee, doe mij dan maar dat Belgische Brabants, dat klinkt zo bevallig, bijna verleidelijk. En het is ontegenzeggelijk vriendelijker. Neem alleen al het feit dat ze daar gij en u zeggen zonder dat het vormelijk of archaïsch klinkt. U vinden we hier te stijf en gij is in onze oren hopeloos ouderwets. Toen ik het ter gelegenheid van de nieuwe internationale familiebetrekkingen hier thuis uitprobeerde, kregen mijn vrouw en kinderen een lachstuip. Alleen de hond nam mij serieus – toen ik zei ‘Kobus, ik neem U mee naar buiten’ liep hij zonder in lachen uit te barsten braaf met me mee naar de buitendeur. Maar daar word je u en gij genoemd en ge voelt u nochtans helemaal bij de tijd. Heerlijk land…

ehvdweide

 

5 oktober

Mamaaa!

Scène 1. Herenweg, tegen schooltijd. Een klein ventje komt hard peddelend op z’n fietsje de bocht om. Licht paniekerig roept hij z’n moeder: mama! Ruim 30 meter voor hem uit fietst de dame die hem gebaard heeft. Ze is zich daarvan op dit moment niet bewust. Ze is aan het appen. Met tante Christel of met die leuke collega. Ze hoort het ventje niet, ze wacht niet, ze fiets door. Ze is sterker en heeft een grotere wielmaat. Het lijkt het een demarrage.Scène 2. Dorpsstraat, hoek Victoriberg. Een ventje van 3 of zo, huppelt voor z’n vader uit. Naar huis, of naar de auto. Vader is niet ver, qua afstand. Maar qua aandacht wel: met z’n ene hand bestuurt hij een buggy, met z’n andere hand is hij aan het appen. Best knap, ik heb er m’n beide handen voor nodig. Hij ziet niet hoe z’n dreumes onbekommerd de zebra op wil stappen. Ik weet uit ondervinding dat de vele borden daar niet altijd helpen: menig automobilist ziet ze niet en remt ook niet. Een dame die zo te zien al achterkleinkinderen heeft, weet dat ook. Zij grijpt het ventje bij z’n capuchon. Tegen de vader die doodgemoedereerd komt aanwandelen zegt ze: u moet beter op uw kind letten! Waarop vader zegt: bemoei je met je eigen zaken mens!Scène 3. Poelslaan, hoek Langevelderweg, 8 uur ’s morgens. Moeder heeft direct na het parkeren haar smartphone ter hand genomen. Al append bevrijdt ze een meisje van amper 2 uit de auto. Terwijl zij (nog steeds aan het appen met – ja, met wie? Haar baas? Haar man?) rechtsom loopt, loopt haar dierbare kroost linksom – over het fietspad. Een tegemoetkomende fietser ontwijkt het kind handig, stapt af, zet het meisje op de stoep en stuurt haar in de gewenste richting. Achter de gsm aan…De simpelste oplossing zal wel de moeilijkste zijn: smartphone in je zak wanneer je met je kind op pad bent. Dat is teveel gevraagd, denk ik. Daarom stel ik dit voor: alle kinderen van Noordwijkerhout krijgen bij hun geboorte een smartphone, en leren al vroeg te appen: mamaaaa! wacht op mij!

ehvanderweide

 

21 september

Hoe ver?!

Op 1 van die warme dagen waar deze maand zo rijk aan is, stapten er vlak voor vertrektijd nog 4 dames in de bus. Voorbij de 60, iets te mollig voor dit weer, maar nergens door gehinderd. Vier zware koffers werden ergens tussen stoelen en banken neergezet, en de bus was nog niet in beweging of die vier zaten druk te beppen. Uit de flarden van hun gesprek maakte ik op dat het vier vriendinnen waren die als vrijwilliger mee geweest waren op een reis met zieken. Nu gingen ze een midweek uitwaaien in een park dat ik hier niet met name zal noemen, ten noorden van ons dorp. Ze hadden zich op dit laatste stukje van de reis niet echt voorbereid. Vandaar dat er iets zenuwachtigs over hen heen kwam naarmate we het vermeende reisdoel naderden. Ze wisten niet precies welke halte ze moesten hebben, en hoe ver het nog lopen was. Ik had hen de gewenste informatie kunnen verstrekken (je bent vrijwilliger bij de VVV of je bent het niet), maar dan had ik de halve bus door moeten schreeuwen, en daarvoor ben ik te netjes opgevoed. Daarbij waren ze zo verstandig om het aan de buschauffeur te vragen, toen de bus bij een halte stilstond. Uit het adres maakte hij op dat ze de halte Ruygenhoek moesten hebben. Hij wees hen erop dat de haltes door een vriendelijke dame die zich voor ons reizigers onzichtbaar ergens ophield, op tijd werden omgeroepen. Deze ook. Of het dan nog ver  lopen was, wilde de dame weten. Ik zag vanaf mijn zitplaats hoe een klein vilein lachje zich krulde om de lippen van de buschauffeur. ’t Is nog geen 6 kilometer, zei hij opgewekt. Daarmee sprak hij de waarheid – van de halte naar het park is het nog lang geen 6 kilometer. Maar de dames in kwestie begrepen de humor niet: ze kakelden opgewonden dat ze daar geen zin in hadden, en o waar waren ze aan begonnen, en ze keken daarbij ietwat bozig naar één hunner, genaamd Marie, die dit alles op internet had geregeld maar die zich niet had vergewist van de noodzakelijke loopafstand. Ik vond het vermakelijk, en de buschauffeur ook. Een beetje jammer was het daarom wel dat een andere reiziger meende de dames uit hun nachtmerrie te moeten halen en hen geruststellend verzekerde dat de buschauffeur een grapje maakte. Ik moest er eerder uit, maar had ze graag zuchtend aan die 6 kilometer willen zien beginnen…

ehvanderweide

 

14 september

Sorry seems to be…

Sinds Elton John dit lied in 1976 zong, heeft de inflatie aardig huisgehouden op het gebied van sorry-zeggen. Uit de tekst van Bernie Taupin spreekt de eerlijke aarzeling om sorry te zeggen voor wat een mens doet en zegt. Het is waarlijk niet eenvoudig oprecht terug te komen op jezelf. Geconfronteerd worden met minder mooie kanten van je eigen persoon is een hele kluif. Dat we bij wat er mis gaat geneigd zijn vooral naar anderen te wijzen en op voorhand al niks bij onszelf te zoeken, zegt genoeg.  Daar is niks aan veranderd, in die 40 jaar. Maar het woordje ‘sorry’ op zich is een geheel eigen leven gaan leiden, compleet losgezongen van die pijnlijke, oprechte zelfreflectie. Het woordje speelt zelfs een grote rol in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezing van volgend jaar. Zijn de beloften die bij de vorige verkiezingen zijn gedaan ( en waarvan iedereen die een beertje nadacht toen al op z’n klompen kon aanvoelen dat ze niet haalbaar waren) gebroken? Dan zeggen we haastig sorry. Jammer. Dom. Had ik niet moeten doen. Sorry. Maar ondertussen zitten we met de gevolgen. Normen en waarden verkwanseld in een doorgeschoten opvatting van vrijheid? Sorry. Middenveld van de maatschappij weggevaagd door schaalvergroting? Sorry. Contact met de gewone man compleet kwijtgeraakt? Sorry. Onderwijs, zorg, openbaar vervoer verkwanseld door ongehoorde bezuinigingen? Sorry.  Kaalslag op het gebied van sociale zekerheid door verregaande economisering? Sorry. Multinationals die van hun miljarden winst nauwelijks belasting afdragen? Sorry. Marktwerking die is doorgeschoten en alleen de rijken rijker maakt en de consument ervoor op laat draaien? Sorry. Kunst- en cultuursector overbodig verklaard omdat alleen gekeken wordt naar wat iets kost, en niet naar de werkelijke waarde? Sorry. Bonussen die in geen verhouding staan tot de verdiensten? Sorry. Zonder aarzeling, zonder te stotteren, zonder schaamte komt het er uit. Sorry. Helemaal niet moeilijk om te zeggen. Het floept er zo maar uit. Ik kan het ook.  Ik weet nu al dat ik op al die goedkope sorry-zeggers niet ga stemmen. Sorry.

ehvanderweide

 

7 september

Mellow

Ik zeg maar meteen dat het door de nieuwe medicijnen komt dat u mij zo af en toe met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht door het dorp ziet lopen. Ik heb nieuwe, sinds een week of twee. Ik moet een beetje uitproberen of hiermee de pijn tot een beetje aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht. Je moet natuurlijk (zeker bij zulke medicijnen) nooit de bijsluiter lezen. Daar word je alleen maar zieker van, lijkt het wel. Ik heb het toch gedaan. Behalve allerlei verontrustende mogelijkheden betreffende bijwerkingen, kwam ik daar ook deze woorden tegen: ‘heeft een kalmerend effect…’ Nou, dat merk ik. De werking laat nog wat op zich wachten, maar de bijwerking houdt zich keurig aan het boekje. Ik voel me een beetje licht, bijna high. Wanneer ik een eindje ga wandelen, met de hond of voor een boodschapje het dorp in, ben ik blij met m’n stok. M’n benen voelen namelijk ook een beetje wollig aan. Ik word een beetje mellow van deze pillen, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik waan mij ergens in de jaren ’60, flower power en peace en zo, man… Ik moet moeite doen mij ervan te weerhouden spoorslags naar de fa. Vink te gaan om aldaar het gehele oeuvre van Bob Marley aan te schaffen. Daar ben ik onbedaarlijk voor in de stemming. Het is alsof m’n hersenen heel aangenaam op een mooi zacht vuurtje liggen te pruttelen in mijn schedelpan. In m’n luie ligstoel lig ik op het gras een beetje naar de lucht te kijken, waar mooie witte wolkjes tegen een blauwe lucht voorbijdrijven. Ik heb het gevoel dat ik echt niets beters te doen heb dan dat. Het is alsof mijn hele leven zich afspeelt op een immens waterbed, dat bij elke beweging die ik maak zachtkens en lieflijk een beetje onder mij ligt te klotsen. Niet vervelend – maar het betekent wel dat ik er niet helemaal bij ben. Al ben ik nog net helder genoeg om te hopen dat ik van die pillen wie weet óók reggae-haar zal krijgen. Of een Afro kapsel. Yeah man…

ehvanderweide

 

31 augustus

Kabouters

Het kan niemand ontgaan dat er vandaag de dag nogal meewarig wordt gesproken over mensen die nog geloven. Het algehele gevoelen van de spraakmakers hier te lande is, dat gelovigen een stelletje stumpers zijn, vatbaar voor alles wat hen maar wordt wijsgemaakt. Wanneer je in een God gelooft, zeggen ze, kun je net zo goed in kabouters geloven. Of in elfjes. Eén pot nat. Gelovigen leveren een achterhoede gevecht: nog 1 of 2 generaties, dan houdt het vanzelf wel op. Ik ben wel blij met hun kritiek: ze slaat namelijk nergens op. Er is gedegener kritiek denkbaar: op de rol die de kerk heeft gespeeld, in de geschiedenis. Op de pijnlijke discrepantie tussen haar woorden en haar daden. Op het feit dat ze zo vaak meer zichzelf verkondigd heeft dan haar Heer en Heiland. Maar de spraakmakers gaan zo diep niet. Dat betekent, dat ze weinig of niets meer afweten van wat nou het christelijk geloof in wezen wil zijn. En daar ben ik wel blij om. Op die andere vragen heb ik vaak geen goed antwoord. Maar aan mensen die werkelijk niets meer weten, kan ik opnieuw (en dan beter dan de vorige keren) laten zien wat ik geloof, wat dat voor mij betekent, en wat dat voor verschil kan maken voor de wereld waarin wij wonen. Voor zulke mensen, met een blanco geest, staat ook dit jaar weer een Alpha-cursus op stapel. Trouwens, ook voor wie wél met zulke kritische vragen komt. En ook voor wie zijn of haar geloof opnieuw tegen het licht wil houden – een soort opfriscursus is het dan. En ook voor wie denkt dat christenen in kabouters geloven, kan zo’n Alpha-cursus iets betekenen. Misschien komt u antwoorden tegen. Misschien is het een plek voor uw vragen en twijfel. Hoe dan ook, iedereen is welkom: protestant of protestant geweest, Rooms-katholiek, agnost of atheïst, andersgelovig.  Tien zaterdagochtenden met zinvolle ontmoetingen en gesprekken. De eerste bijeenkomst is een vrijblijvende proefles. Zaterdag 10 september, 9.45 u in de Witte Kerk. Nieuwsgierig geworden? Welkom.

ehvanderweide

 

24 augustus

Vreemde plaats

In Noordwijkerhout is er van de secularisatie op het eerste gezicht weinig te merken. Vanaf 1916 staan er drie kerken in ons dorp, en die staan er nog steeds: de Witte Kerk, de Victor- en de Jozefkerk. Wie beter oplet, ziet wel degelijk verschil. Er zijn opmerkelijk minder diensten. De avonddienst in de Witte Kerk is allang verleden tijd. Het aantal missen in de andere kerken, op zondag en door de week, is gedecimeerd. Ergens valt het te betreuren. Ik denk dat het uiteenvallen van de samenleving met die secularisatie samenhangt. Er is minder cohesie. En de sociale controle namens de kerk had niet alleen maar nadelen: mensen werden gezien, opgezocht en gemist. Voor de rest heb ik, ook in deze kolommen, al eerder geroepen dat die secularisatie de kerk netjes terugbrengt op de plek waar ze ooit begon: in de marge. Dat is dicht bij de mensen in die marge. Die grote, invloedrijke en bijna alomtegenwoordige kerk die er ooit was, leunde wel erg op haar machtige positie. Ze was belangrijker dan wel goed voor haar was. En daardoor niet altijd in staat het evangelie van liefde en barmhartigheid helder te verkondigen. Ze had andere belangen. Dat is voorbij. Pastoors en predikanten krijgen niet zonder meer respect vanwege hun positie: dat respect moeten ze verdienen door de manier waarop ze hun ambt vervullen. Dat geldt ook voor de kerk: ze is geroepen om te dienen en daarop wordt ze afgerekend. Ondertussen is die kerk in heel wat plaatsen minder zichtbaar geworden. Talrijke kerkgebouwen hebben het loodje gelegd. Zo ook de kerk waar ik ooit begon als predikant, de Ichthuskerk in Axel. Het samengaan van Hervormden en Gereformeerden in die Zeeuws Vlaamse stad bezegelde haar lot. Ze werd verkocht en afgebroken. De nevenruimten bleven bestaan en werden verbouwd tot een gerieflijke woning. Daar huist een goede vriendin, en bij haar was ik onlangs te gast. Ik at in de zaal waar de oppasdienst werd gehouden. Ik sliep op de plek waar ik ooit vergaderde. En ik douchte me waar ik ooit catechisatie gaf. Mijn catechisanten hebben (denk ik) voor een groot deel de kerk de rug toegekeerd. Gelukkig maar, in dit geval: ik had daar lelijk te kijk gestaan, in m’n blootje…

ehvdweide

 

17 augustus

Olympische gedachten

Natuurlijk volg ik de Olympische Spelen. Ik blijf er niet extra lang voor op en ga er ’s nachts ook niet mijn bed voor uit. Maar mijn krant geeft elke ochtend een prima overzicht, en in verloren uurtjes gaat de televisie aan. Ik zie van alles: indrukwekkende prestaties, mooie wedstrijden. Ik bewonder de inzet en overgave van mannen en vrouwen die jarenlang alles opzij zetten voor dat ene moment, in de hoop op één van die drie medailles. Maar ik zie ook het circus er omheen. De bierbrouwer die met z’n geelkleurig drankje al die sport overgiet, met ongetwijfeld dollartekens in de ogen. Of dacht u dat dat liefdadigheid was? Ik zie een kinderachtige Egyptische judoka die na zijn verlies z’n Israëlische tegenstander geen hand wil geven. Flauw. Ik hoor hoe de wereldpolitiek een beetje teveel doorsijpelt in de onderlinge verhoudingen tussen landengroepen en individuele deelnemers. Ook hangt er een waas van dopingmisbruik om aardig wat prestaties heen. En natuurlijk het onhandige gestuntel van het IOC dat werkelijk alles wilde sparen: kippen, kolen en geiten. Ten koste van de eigen geloofwaardigheid. En natuurlijk de tragedie rond de Lord of the Rings, een treurspel van klassieke allure met alleen maar verliezers. Ik lees reportages over de favela’s, waar van al het geld dat er omgaat in dit spelencircus zo goed als niets terechtkomt. Ik zie foto’s van vorige Olympische dorpen: stadions die staan te verkommeren, accommodaties door onkruid overwoekerd. En ik kan me door al die dingen niet aan de indruk onttrekken dat de Olympische gedachte ergens zonder dat we het hebben gemerkt, een stille dood is gestorven. Ze heeft het afgelegd tegen al die menselijke, al te menselijke factoren die ons leven ook bepalen. Die met sport nauwelijks meer iets te maken hebben, maar alles met geld en invloed en belangen en prestige. En mijn bewondering stijgt, voor al die sporters die hun rondjes draaien en hun dingen doen, of ze nou op plaats 4 of op plaats allerlaatst eindigen: ze blijven doorgaan. En in stilte applaudisseer ik voor hen…

ehvdweide

 

10 augustus

Herfst

‘Staat de deckchair er nog, dominee?’ riep iemand mij dit weekend in het voorbijgaan toe. Jazeker, hij staat er nog – vanachter het glas kan ik hem zien. Maar het kussen is er uitgehaald, het ligt droog achter de bank. Mijn thee drink ik binnen. Want het wil niet meer zo goed zomeren.
M’n tuin ademt de eerste sporen van de herfst. Een menigte aan spinnen weeft van alles tussen de uitgebloeide kogeldistels. De sedum wil gaan bloeien, en de chrysanten ook. De krentenboom laat z’n blad al vallen. De zoete appels hangen te rijpen aan de boom, de vruchten zijn dikker dan vorig jaar.
De laatste Japanse wijnbessen zijn geplukt. Geen vruchten meer in het vooruitzicht. Vorig jaar had ik nog kilo’s pruimen aan de boom rond deze tijd, maar er hangt er nu geen één. Op de hint van mijn buurman dat hij behalve van kersen óók wel van pruimen houdt, kan ik niet ingaan, jammer genoeg.
Trouwens, buren die vragen worden overgeslagen. Ondertussen schakel ik in alles over op de herfst. Wie weet komt er nog wat nazomer, en in de kermisweek zal de deckchair nog wel van pas komen. Maar voor de rest vind ik het prima.
Ik houd wel van dat najaar: de eerste ochtend dat het echt naar herfst ruikt, de eerste mist, de eerste speculaasjes en de eerste pepernoten. ’s Avonds wat eerder het licht aan, op gure zondagen brandt de open haard, en uit de kerk, bij de koffie, een hartverwarmend drankje. Als de zomer dan toch voorbij is, laat die herfst dan maar komen!

ehvanderweide

 

3 augustus

Kersen eten

Met hoge heren is het slecht kersen eten, luidt het spreekwoord. Soms hoor je ook het vervolg op die woorden: ‘ zij tasten naar de rijpste en gooien met de stenen’. Dat betekent zoiets als: denk niet dat je voordeel hebt aan vertrouwelijke omgang met hooggeplaatsten. Ze trekken toch wel aan het langste eind. In z’n algemeenheid is dat waar. Maar als het er op aan komt, klopt er helemaal niets van. Neem nou onze overbuurman. Die heeft, met het oog op dit spreekwoord, zijn achternaam tegen. Hij houdt ook van kersen. Dat weet ik, want dat heeft-ie me zelf gezegd. Hij weet dat het met mijn gezondheid niet goed gaat: hij ziet me vaak genoeg met stok en al voorbijgaan. Dat ik al een tijdje medicijnen gebruik in de hoop dat de pijn ermee wordt onderdrukt, weet hij ook. Ik heb het hem zelf verteld. Met de soort medicijnen die ik krijg is hij vanwege de aard van z’n vroegere beroep vertrouwd. Ze worden namelijk ook gebruikt bij allerlei psychische stoornissen.  Nu is hij met pensioen, en een paar jaar geleden is hij met zijn vrouw verhuisd van de rand van het dorp naar hartje centrum. Hij geniet van dat prachtige plekje. Hij woont eerlijk gezegd haast nog mooier dan wij: hij ziet iedereen langskomen die het dorp in- of uitgaat. En voor iedereen is er een praatje of een vrolijke groet. Of een handjevol kersen: tenminste, dat overkwam mij een week of wat geleden. Toen ik later die dag bij de groenteboer mooie zwarte Hollandse kersen zag liggen, besloot ik een half pondje voor de buurman te kopen. Hij keek ervan op toen ik ze hem gaf. Ik vertelde waarom ik ze had gekocht:  doe het zakje maar open, zei ik, dan hoor je ze roepen ‘breng ons naar Theo! Breng ons naar Theo!’ Waarop hij mij meewarig aankeek en vroeg: ‘doen je medicijnen dat?

ehvanderweide

 

27 juli

Zalig nietsdoen

Dit stukje gaat nou werkelijk nergens over. Er is ergens een Bijbeltekst die daar wat van zegt. Iets over ‘tijd die je mag laten verloren gaan’. De calvinist in mij heeft blijkbaar nodig dat het nietsdoen gelegitimeerd wordt. Maar ik heb geen zin nu om die tekst op te zoeken. Ik lig hier lui te wezen op een heuse deckchair. Die hoeft niet noodzakelijkerwijs op een scheepsdek te staan. De onze staat gewoon op het terras.  Er ligt een dik groen kussen in dat lekker zacht is. Onder handbereik een kop thee en een stroopkoek. De hond ligt een meter bij me vandaan. Hij heeft al eens begerig naar die koek gekeken, maar is blijkbaar te lui om dichterbij te komen. Hij moet het ook niet wagen. Ik heb denk ik nog net puf genoeg om die koek te redden. Maar verder doe ik niks. Ik lees een boek, maar het beklijft niet. Dit hoofdstuk moet ik nog eens lezen als het regent, vrees ik. Geeft niks. Ik ben voldaan genoeg, want het werk dat ik vandaag gedaan heb vroeg dubbele concentratie en al mijn aandacht. Het ging goed, dus nu mag ik ontspannen. De lucht is blauw, de zon schijnt, het is zo’n 25 graden. Ik hoef ook niks. Ik hoef geen Pokemons te vangen,  ik hoef even niks te regelen, er wachten geen afspraken meer. Hooguit moet vroeg of laat dit stukje nog ergens vandaan komen. Ik besluit dat vandaag maar eens uit m’n tenen moet komen. Het is dan ook een stukje van niks. Het gaat werkelijk nergens over. Heerlijk…

ehvanderweide

 

20 juli

Voor en tegen

Mw. G. te H. schreef mij: ‘Van uw vorige column werd ik erg verdrietig. Als verwoed spinster voelde ik mij door het Doornroosje verhaal gediscrimineerd. Alsof spinnen gevaarlijk is. Het is een gevaarlijke stereotypering die een tweespalt in onze samenleving brengt. Tevens ben ik stiefmoeder die zich niet herkent in de vooroordelen daaromtrent, dus u bent gewaarschuwd: verwijzingen naar  Sneeuwwitje en Assepoester zullen u duur komen te staan!’ In een gezamenlijke brief stellen de Belangenvereniging Nederlandse Geiten en de Bond van Weerloze Wolven dat ook sprookjes als ‘De Wolf en de zeven geitjes’ en ‘Roodkapje‘ vandaag de dag niet met droge ogen kunnen worden doorverteld, laat staan aangehoord. Altijd maar die domme geiten die zich in de luren laten leggen en hongerige wolven die grootmoeder- en kleinkindverslindend door het leven gaan, men is het zat als zodanig te worden weggezet. Ik begrijp dat Moeder de Gans en de Gebroeders Grimm in hetzelfde verdomhoekje van dezelfde vergeetkast horen waar ook jodenkoeken en negerzoenen wachten tot niemand ze meer kent. U snapt het al: dit stukje gaat over discriminatie. Laat ik duidelijk zijn: er wordt nog altijd gediscrimineerd, om ras, huidskleur, geloof, geaardheid. En het is hard nodig dat we daar stelling tegen nemen. Van kleins af aan moeten ook onze kinderen weten dat het niet uitmaakt hoe je er uitziet – het gaat om wat je doet en wie je bent als mens. Maar ik vrees dat alle ophef over soms de kleinste dingen ons alleen maar verder in het moeras helpt. Het is symboolpolitiek. Met het schrappen van het woordje ‘neger’ zal de discriminatie echt niet stoppen. Wel met een eerlijke behandeling en een open blik. Laten we tevoorschijn komen achter alles waar we ons in verschansen. De zaak is niet: vóór of tegen Zwarte Piet, maar: voor of tegen elkaar. Misschien heb ik wel makkelijk praten. Ik heb met vooroordelen niet zo vaak te maken. Maar als iemand nu zegt: ‘jij bent een blanke man, jij mag er niet over meepraten’  zullen we helemaal vastlopen in de tegenstellingen…

ehvanderweide

 

 

13 juli

Sprookje

Ze had er de leeftijd voor, de dreumes die voortgeduwd door haar oma het Bavo-terrein opgereden werd. Oma, vroeg ze, is dat nou het kasteel van Doornroosje? En inderdaad, met de ogen van een kind heeft het wel iets van een kasteel: hoge muren, torens, een beeld boven de deur. Maar ik dacht, in mijn onnozelheid, dat ze iets anders bedoelde. Want rond dat oude, eerbiedwaardige gebouw dat wacht op betere tijden, begint de begroeiing Doornroosje-achtige vormen aan te nemen. De eertijds zo netjes bijgehouden voortuin, met rozen, lavendel en een fraai grasperk, is enkele jaren geleden aan de randen deerlijk gehavend toen er een kabel van het een of ander moest worden aangelegd. Dat gebeurde niet echt met zorg en aandacht voor wat er stond, en hersteld werd er niks. Nog even werd er onderhoud gepleegd, maar sinds de afgelopen winter heeft alles vrij baan gekregen. Het ziet er niet uit, eerlijk gezegd. Het gras wordt niet meer gemaaid, de rozen niet gesnoeid, het onkruid niet gewied. Her en der hebben zich zaailingen van esdoorn en vlinderstruik boven het maaiveld verheven. Nog even, en ze zullen het zicht op het Bavo-gebouw ontnemen. De rozen zullen verwilderen, er schieten braamstruiken op en voor je het weet, is er rond het gebouw een ondoordringbare haag opgeschoten en weet niemand meer wat daarachter is. Dat er met de nieuwe bestemming van het terrein niet erg opschiet is jammer, maar dat is niet anders. Kwestie van politiek en geld, schat ik zomaar. Dat er ondertussen van alles gebeurt en andere dingen achterwege blijven, kan een kind begrijpen. De mooie berg puin op de plek van de sporthal leent zich er goed voor om er stiekem je eigen puin bij te gooien, in de schemering. De stortplaats aan de Schippersvaartweg is blijkbaar niet voor iedereen te vinden. Dat  het hoofdgebouw nog even leegstaat en deels tijdelijk bewoond wordt, alla. Maar dat die voortuin er zo deplorabel bij ligt snap ik niet goed. En hoe zat dat ook weer met het kasteel van Doornroosje? Het kwam geloof ik pas na 100 jaar weer tot leven…

ehvanderweide

 

6 juli

smaken verschillen

Over smaak valt niet te twisten. Dat weet iedereen. Gelukkig is er in de wereld voor elck wat wils. Wat je mooi vindt zoek je op en wat je niet aanstaat, daar blijf je bij weg. Als je je daaraan houdt kom je een eind. Bega nooit de fout met anderen daarover in discussie te gaan. De wereldvrede komt in zicht wanneer meer mensen zich daaraan hielden, ook in de hogere echelons. Maar het wordt natuurlijk wel lastig wanneer er twee compleet verschillende dingen gaande zijn op dezelfde plaats en dezelfde tijd. Als de wereld van de countrymuziek botst op het optreden van een harmonievereniging, om maar iets te noemen. De jarige Jeanne zou in het hart van het dorp een traktatie op noten verzorgen. Tegelijk was er country-muziek en line dance georganiseerd. Dat kon natuurlijk niet. Gelukkig kwam men er op tijd achter en kon er geschoven worden. Daarom speelde alleen de 95-jarige Jeanne bij de Witte Kerk. En dat deed ze met verve! Dat vond ook die dame op leeftijd, die zichtbaar zat te genieten op haar rollator terwijl ze een beetje meedeinde op de muziek. Haar lievelingsmuziek, vertelde ze me. Dat hoorde ze veel liever dan die flauwe country. En of ik dat line dancen wel eens gezien had? Dat vond ze helemaal idioot. Ik hield me op de vlakte. In mijn ambt moet je een beetje uitkijken met zeggen wat je mooi en lekker vindt. Ik zoek geen ruzie met Tammy Wynette. Dus vertelde ik haar ook maar niet van die Limburgers die ik eerder die dag had gesproken. Zij waren nou net vanwege het country-festival naar 2211 gekomen. In hun eigen dorp waren ze ’s ochtends veel te vroeg verrast door de harmonie, vanwege de Special Olympics. Ze waren helemaal van slag en hadden van alles vergeten mee te nemen, en dat kwam door die muziek. Niet hun smaak. Maar gelukkig, in Noordwijkerhout wenkte de country. Niet dus: de teleurstelling droop eraf. Eén geluk: ze komen in september terug. Goed voor de plaatselijke economie, nietwaar. Toen ze wegliepen, hield ik mijn hart vast: als ze nou die Jeanne-fan maar niet tegenkwamen. Maar gelukkig: ze liepen de andere kant op. Ook dat helpt, in het kader van de wereldvrede…

ehvanderweide

 

28 juni

uitnodiging

Dit is een uitnodiging aan de regeringsleiders van Europa – of wat daar nog van over is. Ik hoop maar dat ze het lezen. Wie weet staat één van de vaste lezers van deze rubriek dichter bij onze premier dan ik, en kunt u hem deze uitnodiging onder ogen brengen. Enige urgentie is er wel. Het uit elkaar vallen van de samenleving wordt met de dag erger. De meest pietluttige onderwerpen verdelen ons tot op het bot, en er wordt in louter zwart-wit gedacht. Heilloos. Nu de Britten het wel zonder de rest van Europa denken te kunnen stellen (zonder zich af te vragen of de rest van Europa wel zonder hen kan), lijkt er een storm op te steken die heel de idee van een verenigd Europa uit elkaar blaast. Er is van alles aan te merken op de spilzucht en de bedilzucht van de Europese Gemeenschap en haar instituties. Maar dan nog: we weten te goed wat er gebeurt, wanneer het nationalisme weer heel ons werelddeel verdeelt. Daar komt niets goeds van. Ja, voor even lijken we weer baas in eigen huis. Gezellig onder ons. Alhoewel, gezellig: ook binnenshuis smeult er van alles. Daarom deze uitnodiging. Laat de leiders van Europa een week of wat in Noordwijkerhout rondlopen. Dan kunnen ze zien hoe je het hoofd biedt aan de desintegratie. Laat ze maar komen, dan kunnen ze aan den lijve ondervinden dat dit kleine dorp groot is in verbinding. Verbondenheid is het enige antwoord op het stukbreken van de samenleving.  Ik zie het tenminste om me heen gebeuren, allerwegen: dat mensen elkaar vinden, over allerlei grenzen heen. Dat ze elkaar vinden in het grootse afscheid dat we namen van Frans Janssen. Of dat ze elkaar vinden aan de tafel van de dominee, waar Rooms-katholiek en Protestant  samen eten zonder dat er ruzie van komt. Niet dat Noordwijkerhouters volmaakt zijn. Zeker niet: van muurtjes die scheiding brengen weten we alles af. Maar we zoeken naar verbinding. Laat ze maar komen, in het kielzog van Rutte. Ze mogen bij ons eten. Heeft er iemand een slaapplek voor ze? Dan kunnen  we ze laten zien hoe wij dat hier doen. En dat muurtje? Daar komen we ook wel uit…

Ehvanderweide  

 

21 juni

De dominee gaat voorbij…

Dat gezegde is, op verjaardagen bijvoorbeeld, een vaste dooddoener geworden. Wanneer daar het gesprek even stil valt, is er steevast iemand die dat zegt ‘wat is het stil: er gaat zeker een dominee voorbij…’ Want soms vallen er stiltes. Dat hoeft niet erg te zijn. Stilte kan zeer aangenaam zijn, een verademing: je laat wat gezegd is even neerdalen tot op de bodem van je gedachten. Maar soms is het allemaal wat pijnlijk. Dan heeft oom Henk weer een hatelijke opmerking heeft gemaakt, of de gastvrouw breekt plompverloren het gesprek open door op luide toon te vragen wie er nog sherry wil. In zo’n stilte is er altijd iemand die de voorbijgaande dominee ten tonele voert. En als er dan ook nog eens een heuse dominee in het gezelschap is, komt het gesprek wel weer op gang: ‘nee, dat kan niet want die zit hier…’ Ik moet in zulke gevallen meestal even uitleggen waar die uitdrukking vandaan komt. Misschien wist u het al – dan maar ten overvloede: het was in vissersdorpen (maar daar niet alleen) de gewoonte dat na een ramp of een dodelijk ongeval de dominee in vol ornaat erop uit trok om de nabestaanden het droevige nieuws aan te zeggen. Waar hij kwam, viel alles stil: hij zal toch niet hier aanbellen? Neem van mij aan dat een beetje dominee in alle andere gevallen geen stilte laat vallen. Mijn beroepsgroep zit doorgaans niet om woorden verlegen. Al viel er laatst een merkwaardige stilte, toen mijn gesprekspartner ontdekte dat ik de dominee was. Het was bij een middenstander, alwaar ik inkopen had gedaan. Of ik een spaarkaart had? Jawel, maar niet bij mij. Gelukkig kon ik volstaan met het noemen van postcode en huisnummer. Op de display verscheen nu adres èn naam: ‘Van der Weide? Van die stukjes?’ Dat beaamde ik, en ik zei er achteraan: dus kijk uit wat u zegt, ik kan het zo gaan gebruiken. ‘Ik zeg niks’, zei de dame in kwestie. Maar ook dat helpt niet, zoals u ziet…

ehvanderweide

 

14 juni

Het woord vakantie heeft te maken een woord uit het Latijn, dat zoiets betekent als ‘vrij zijn van leeg zijn’. Vakantie, dat is een lege agenda. Een leeg huis, roept het dievengilde. Een leeg hoofd, denken de locals wanneer ze zien hoe al die buitenlanders in hun midden uit hun dak gaan. Een lege portemonnee, denkt de vakantieganger bij terugkomst. Bij al die leegheid valt het direct op, hoe vol de wereld waarin de vakantieganger zich begeeft eigenlijk is. Volle luchthavens met lange rijen mensen die ook vol zijn van de komende leegte; volle vliegtuigen, volle wegen, volle hotels en campings, volle musea en parken, volle terrassen. Je kunt dan wel klagen dat het daar zo vol is – maar ja, die mensen doen precies wat jij ook graag wil doen: die ene kerk zien, dat mooie kasteel. Mij hoor je niet klagen over dat alles. Dat hoort er nu eenmaal bij. We hebben in deze vakantie van die nood (een volle wereld, daar in Zuid-Spanje) daarom maar een deugd gemaakt. Bekenden spotten. Nou ja, geen echte bekenden natuurlijk, maar hun look-a-likes. Er wordt wel beweerd dat elk mens een dubbelganger heeft rondlopen ergens. Wij hebben die van heel wat familie en bekenden gezien. Eerst was het een beetje toeval: hé, die man lijkt sprekend op ome A. En als zoiets dan nog eens gebeurt (kijk, da’s B.v.d.T) en nog eens (daar loopt J.P.!), dan ga je er op letten. En op den duur werd het bijna een sport. Tientallen en nog eens tientallen mensen die ooit onze wegen hebben gekruist of dat nog geregeld doen, hebben we zien lopen. Ze waren met ons in het Alhambra, in de Mezquita, op de Giralda en de Puente Nuevo, en zelfs op het terras van El Rincon de Anna. De gelijkenis was niet altijd loepzuiver, en hier en daar zagen we kruisingen (die mevrouw daar lijkt wel een zusje van A.G. en B.H.!). Maar het was verbazingwekkend en bijzonder genoeg. Helemaal toen op het eind van onze vakantie, op een terras in Nerja, opeens C.v.d.S, W.J.v.d.S., R.K. en M.vM. leken te zitten. Wat zeg ik: ze bleken er te zitten!

ehvdweide

 

7 juni

Uit en thuis – 1

In lang vervlogen tijden was er ergens aan de Veluwezoom een hotel dat adverteerde met de kreet ‘het hotel waar meneer zich thuis en mevrouw zich uit voelt.’ Een uiterst oubollige slogan. Gespeend van elk emancipatorisch besef. Want de portee van die kreet was dat meneer net als thuis elke dag op tijd z’n krant en z’n  pantoffels aangereikt moest krijgen, stipt om 12 uur aan de warme maaltijd moest kunnen, die er dan ook nog eens net zo uitzag als thuis: draadjesvlees met een rilletje vet, aardappels met jus, en bloemkool die zo gaar gekookt was dat ze in staat van ontbinding verkeerde. En pudding toe uiteraard. En mevrouw d’r dagtaak bestond door het jaar heen blijkbaar uit 24/7 zorg voor haar man. Maar nu was ze er even uit, waarbij de voornaamste zaak lijkt te zijn dat manlief toch vooral niets mocht merken van de verandering en gewoon z’n gebruikelijke leventje kon blijven leiden. Haar winst was, dat ze even niet hoefde af te wassen…  Het hotel is inmiddels in andere handen overgegaan en probeert het nu met modernere reclame. Ik vrees dat het te laat is, de naam van het hotel is met die kreet belast en zal ongetwijfeld in allerlei feministische zwartboeken staan. Niet meer te redden. Het gekke is dat er op een of andere manier toch wel een kern van waarheid in zit: vakantie is weg-van-huis zijn, maar toch zoeken we bewust of onbewust naar dingen van thuis. Op z’n minst vergelijken we: dit is duurder dan thuis, en kijk, dat is echt veel goedkoper. Vrouwlief en ik liepen in het paleis dat voor Karel V is gebouwd in het Alhambra door zalen vol schilderkunst. Zoiets hing bij ons niet aan de muur. Maar toen we in één der zalen exact hetzelfde marmer op de vloer zagen als bij ons thuis in de hal, stootten we elkaar blij verrast aan:’ kijk, net als bij ons!’ Waarbij het natuurlijk in zekere zin wel eervol was dat Karel over een zelfde soort stenen liep als wij, wanneer we binnen komen of naar buiten gaan – of ons spoeden naar een zekere plaats…

ehvanderweide

 

31 mei

Stok en toeverlaat

Sinds kort heb ik een stok. Ik loop wat moeilijk en onvast nu mijn ledematen het beginnen te begeven. De stok voorkomt dat ik val en dat u mij moet oprapen. Een beetje moeite kostte het mij wel, die stok zo openlijk in het dorp te gebruiken. Hoogmoed, denk ik. Maar die komt vóór de val, heb ik geleerd. En omdat ik echt meteen merkte dat die stok mij steunt, ben ik dat drempeltje maar overgegaan. Het ding bewijst z’n nut. Bijkomend voordeel is dat ik nu mijn looptempo moet aanpassen. De stok zelf is mooi zwart gelakt, dat staat wel stemmig. In combinatie met het statig voortschrijden ziet nu elkeen direct wat voor vlees hij in de kuip heeft. Kijk, daar gaat een dominee voorbij. Misschien wordt het tijd dat ik mij ook passend kleed: een zwart pak. Kunt u helemaal lachen. Wees gerust: ik hoop mezelf te blijven. Alleen in een aangepast tempo. Die stok roept overigens wel van alles los. Dat mag, daar kan ik wel tegen. Iemand suggereerde dat ik ook een echte herdersstaf had kunnen aanschaffen. Pastoor Goumans heeft er zo een, maar die is alleen voor binnenkerkelijk gebruik. Ik heb hem met die bedoeling ook wel eens mogen lenen. U weet wat zo’n herdersstaf heeft: een schepje, om dwalende schapen met een kluitje te gooien. En aan het andere uiteinde een haak, om tegenstribbelde  beesten bij hun poten te grijpen: hier blijven.  Het lijken mij handige hulpmiddelen. Ik weet wel schapen in mijn kudde die ik graag met haak of kluit tot de orde zou willen roepen…  En er waren meer mensen, die zoiets dachten toen ze mij met stok zagen. Neem die plaatselijke cafébaas, wiens etablissement in de Zeestraat ik juist passeerde toen hij op het terras bediende. Hij opperde dat ik een strafstok bij me had, waarmee ik eventuele zondaars direct terecht kon wijzen. Hij haastte zich te zeggen dat hijzelf zich van geen kwaad bewust was. Daarbij is hij van een andere kudde. Niet dat ik mij daardoor zou laten weerhouden: u kent mijn oecumenische inborst. Als het moet, straf ik over kerkgrenzen heen. U bent gewaarschuwd: ik hoef geen stok te zoeken om iemand te slaan…

ehvanderweide

 

24 mei

Protoliek

De kleine Lukas is protoliek. Hij is het sinds hij Pinksterzondag in een oecumenische dienst in de Victorkerk gedoopt. Niet in de openlucht. Daarvoor was het die dag echt te koud. Zeker voor baby’s van nog maar negen maanden oud. Maar binnen of buiten, dat maakte niet uit. Hij werd gedoopt en is sindsdien protoliek. Het woord bestaat niet, protoliek. Mijn pc geeft er, als ik het typ, een rood golfje onder. Dat zegt overigens niks. Ik heb ooit een tekstverwerker gehad die bij het woordje ‘God’ de melding gaf:‘unknown…’  En dat was in zekere zin ook niet bezijden de waarheid. Maar goed, protoliek is in geen woordenboek te vinden. Terwijl we het wel zouden willen zijn. Dat werd bewezen door al die mensen die op Pinksterzondag bijeen waren in de Victorkerk. Daar hadden katholieken en protestanten uit dit dorp (samen met niet- en anderskerkelijken en eventuele Pinkstergasten) zich verzameld om het Pinksterfeest te vieren. De kerk zit, landelijk gezien, niet echt in de lift. En de oecumene is daar een beetje het slachtoffer van geworden. De meeste kerkgemeenschappen steken veel tijd in overleven – en voor samenleven is dan geen puf meer. Maar in Noordwijkerhout leeft de kerk nog, en de oecumene bloeit. Dat hoeft geen verbazing te wekken: verbinding is één van de sterke punten van ons dorp. Dus wanneer, van Rooms-katholieke en Protestantse zijde, aan die verbinding wordt gewerkt, slaat dat aan. Vast niet bij iedereen. Oecumene wil ook niet zeggen dat we het allemaal overal altijd eens over zijn. Integendeel: het betekent dat je juist ook de verschillen naast elkaar durft te leggen, als dingen waarin je elkaar aanvult en bevraagt. En het zal wel even duren voor de beide kerken één zijn, als het al zover komt. Maar ook zonder een formele eenheid kun je in Geest en liefde één zijn. Die eenheid zochten en vonden we, op die koude Pinksterochtend. En daardoor werd ze toch hartverwarmend. Oké, de kleine Lukas wordt administratief in één van beide kerkgemeenschappen ingedeeld. Maar voor ons, die erbij waren, is hij gewoon protoliek…
ehvanderweide

 

17 mei

Klein leed

Het is wat mij betreft het mooiste plekje van het dorp: de kruising Schoolstraat-Kleine Schoolstraat- Schoollaantje. Omdat de Nieuwe Duinstraat daar ook begint, is het een soort van vijfsprong, en daardoor lijkt het wel een klein pleintje. Zo zou het ingericht kunnen worden, met een beetje fantasie. Maar dat is weer een ander verhaal. Zoals het nu is, is het ook mooi: er staan wat oude bomen en huizen die aan vroeger doen denken. En wat er nieuw is (de fraaie B&B van de familie M.) is in gepaste stijl en schaal gebouwd. Het is er ook betrekkelijk rustig. Misschien dat daarom wel in het struikgewas ergens midden op dat mooie punt een merelpaar was gaan nestelen. Een vreemde bak met wat groen. Maar voor deze vogels voldeed het. Ook in voorgaande jaren had ik daar merels af en aan zien vliegen. Misschien was dit merelpaar 2016 wel hetzelfde. Een linke plek: katten kunnen er zo maar bij, en het is vanwege die oude bomen vergeven van de kauwen. En die mogen dan wel slim en schrander zijn – vredelievend naar andere vogels toe zijn ze niet. Maar dat alles mocht pa en ma Merel niet deren. Ze hadden er hun nest gebouwd en werkten aan de toekomst van de familie en de soort. Misschien dachten ze wel: zo dichtbij het gemeentehuis, pal onder het raam van de burgemeester kan ons niks gebeuren! Dat lijkt me een terechte veronderstelling – voor zover merels überhaupt iets kunnen veronderstellen, natuurlijk. Maar het bleek ijdele hoop. Want dat mini-plantsoentje moest op de schop, en dat moest in het broedseizoen. Weg struiken. Weg nest. Waarschijnlijk belemmerde dat struikgewas de automobilisten die vanuit de Kleine Schoolstraat kwamen. Zoiets zal de reden geweest zijn. Vast wel legitiem. Er zijn geloof ik meer auto’s dan merels in ons dorp. En met zulke acties zal dat ook niet veranderen, vrees ik. Er is ook een Flora- en faunawet, die iets zegt over broedseizoen en niet verstoren. Maar weet een merel waar-d-ie moet klagen? Ach, ik weet wel: op de schaal van het grote wereldgebeuren is dit klein leed. Maar dan nog is het leed…

ehvanderweide

 

10 mei

Gepassioneerd!

Opnieuw is gebleken waar een klein dorp groot in kan zijn. Noordwijkerhout onderscheidt zich op allerlei manieren van de andere Bollendorpen. Het meest nog wel als het gaat om verbinding en betrokkenheid. Dat bleek maar eens weer in De Passie II, afgelopen vrijdag  op het Bavo-terrein. Het historische hoofdgebouw was het decor van een spectaculaire voorstelling, waarin de grote lijnen van het oorlogsgebeuren en de impact daarvan op dorpsniveau, samenkwamen. Sperrzeit, verzet, tulpenbollensoep, dwangarbeid, collaboratie en de verscheurdheid binnen één gezin: het kwam allemaal voorbij. De barse bevelen van de Ortskommandant, het systematisch wegduwen van  Joodse Nederlanders. En ook: de dappere dominee Den Hertog, die op de kansel van de Witte Kerk geen blad voor de mond nam. Het kostte hem drie jaar in Dachau… Er is veel talent voorhanden in Noordwijkerhout, en de crew van De Passie maakte daar goed gebruik van. Muziek, zang, licht en geluid waren prima. De paar kleine microfoonstoringen deden daar niets aan af. Er was ontroering, schrik en ook de nodige humor – en dat laatste voorkwam dat het een loodzware avond werd. Al was het bizar genoeg, opeens twee hakenkruisvlaggen te zien hangen… Toen die aan het eind van de voorstelling werden vervangen door de Hollandse driekleur, ging er dan ook een spontaan applaus op. Van opluchting. Het gaf aan hoe er meegeleefd werd door de duizenden bezoekers. Die hebben een prima avond beleefd. Helemaal los daarvan, heb ik wel een kritische kanttekening. In de aanloop naar de Passie en op de avond zelf werd de naam van de NSB-familie herhaaldelijk genoemd. Daar is vast wel over nagedacht. Maar is het nodig na 71 jaar de familie die het betreft (en waarvan nog nazaten in onze streek wonen) daarop vast te pinnen? Daarbij: de streep tussen held en lafaard is maar flinterdun: welke rol van die twee zouden wij spelen, als we voor de keuze kwamen te staan? Nu konden we veilig denken: zij waren fout. Zonder die naam hadden we iets meer een lastige spiegel voorgehouden gekregen. Niettemin: lof aan alle medewerkers van de Passie! We zien uit naar De Passie III.

ehvanderweide

 

3 mei

Verhuiskoorts

Er waart een virus rond in de familie Van der Weide. De verhuiskoorts heeft toegeslagen. Drie van onze vier kinderen veranderen van woonstee, dit voorjaar. Dat is goed voor de economie. Er moet van alles worden aangeschaft: vloeren, gordijnen, verf, meubels, witgoed. De middenstand vaart er wel bij en onze premier wordt er gelukkig van. Ik haast me om te zeggen dat ikzelf vooralsnog geen plannen koester in die richting. Ik moet er niet aan denken: ik ben te vaak verhuisd om het leuk te vinden. Dominees verhuizen nogal eens, uit de aard van hun beroep. Daar ligt deels een roeping aan ten grondslag, en deels heeft het te maken met zakelijke overwegingen. Fameus is dit verhaal: ooit werd er aangebeld bij een dominee. Het zoontje deed open, en op de vraag of z’n ouders thuis waren antwoordde hij: m’n vader heeft een beroep, hij is aan het bidden of hij wel of niet moet gaan. Mijn moeder is boven, de koffers aan het inpakken… De eerste keer dat ik verhuisde, was dat in m’n eentje. Toen twee keer met z’n tweeën, één keer met z’n bijna-drieën, één keer met z’n nog-maar-net-zessen, vervolgens nog een keer met z’n zessen, en de laatste keer met z’n vijven. Het lijken de 10 kleine negertjes wel. Want als we nog eens verhuizen, zal dat weer met z’n tweeën zijn. Ach, het is de natuurlijke loop der dingen. Maar plannen hebben we niet. M’n hoofd ziet op tegen al dat geregel, en m’n lijf verdraagt al dat gesjouw en geploeter niet meer zo goed. Dus volsta ik in deze verhuisgolf met wat gepaste hulp. En dan nog zal ik blij zijn als straks iedereen op zijn of haar plek zit. Want er kan van alles misgaan bij zo’n verhuizing, hebben we gemerkt. Geen toilet bijvoorbeeld, en drie weken lang naar het gemeentehuis moeten bij hoge nood.  Of neem die mensen die naar Noordwijk verhuisden. Alles ingeladen, zij alvast naar het nieuwe huis. De verhuiswagen kwam maar niet opdagen. Uit ellende een nacht in een hotel geslapen.  De volgende morgen maar eens naar het verhuisbedrijf gebeld. Wat bleek: het Noordwijk waar de verhuizers heen waren gereden, lag in Groningen…

ehvanderweide

 

27 april

Staat je goed…

Iets te driftig roerde hij in zijn koffie. De man naast hem keek verstoord op. Hij probeerde verontschuldigend te lachen, maar het lukte niet. Hij zuchtte. De koffie was gratis, dat hadden ze goed voor elkaar in deze sjieke klerenwinkel. De bank zat best lekker, en behalve de Story lag er ook een stapeltje Voetbal Internationals. Maar toch stond het hem niet aan dat-ie hier zat. Hij was er met open ogen ingestonken. Hij had een nieuwe broek nodig, vooruit, daar had Annie gelijk aan. Ooit had ze er eentje per post besteld, maar daar moest zoveel aan veranderd worden dat ze toen had gezegd: voor de volgende broek moet je mee naar de winkel. Dat klonk niet alleen als een straf – hij voelde het ook zo. Want aan winkelen had hij nu eenmaal een bloedhekel. Altijd al gehad. Vroeger deed je dat niet: z’n moeder naaide z’n kleren. Gebreide broeken had-ie als kind gedragen, die altijd zo zwaar werden om je lijf en tussen je billen gingen zitten. Maar wat kon hem dat schelen? Als-t-ie maar niet hoefde te winkelen… Z’n vrouw deed het graag. Gezellig shoppen noemde ze dat. Poeh, ’t mocht wat. Als ze voor zichzelf ging, hoefde hij al niet meer mee. Dat was toch zinloos: wanneer hij zei ‘dat staat je niet’ kocht ze het tòch, omdat de verkoopsters het zo bééldig vonden staan. De liegbeesten. En als hij zei ‘staat je goed’ dan werd ze boos: ‘dat zeg je alleen maar om snel naar huis te kunnen!’ Ze nam d’r zus wel mee voortaan. Prima. Moet je doen. En voor hem was het internet een uitkomst. Maar nu moest-ie mee. Dat was het probleem niet: binnen 5 minuten de juiste broek! Hij had er meteen 3 gekocht. Maar pas toen ze zei ‘ik kijk ook even voor mezelf’ had-ie eindelijk gezien dat ze in deze tent ook dameskleding verkochten. Dat was 3 koppen koffie en 5 kwartier geleden. Er lag al een hele stapel kleren naast hem. Hij had de prijskaartjes maar omgedraaid. Het geld was het probleem niet, hij gunde het haar best. Maar ze keek nog veel te stralend om al gauw naar huis te kunnen. Hij zuchtte nog eens. Zouden ze hier eigenlijk een borrel schenken?

ehvdweide

 

20 april

Oranje boven

Nee, dit is geen aanhankelijkheidsverklaring aan ons koninklijk Huis. Het is wel waar dat die zo heten en dat die kleur ons tot van alles inspireert, maar daar gaat het nu niet over. Ook niet over voetballend Oranje, want die doen het tot dusver bijzonder slecht, onder de nieuwe bondscoach. We doen niet mee aan het Europees kampioenschap dit jaar. Dat valt op zich te betreuren. Bijkomend voordeel is wel, dat we deze zomer tenminste niet overspoeld zullen raken met oranje parafernalia:  shirts, vlaggetjes, pruiken (al dan niet met vlechten), klompen,  hoedjes, toeters, pennen, stiften, sjaals, petjes, schmink, jurkjes, ondergoed, slapon whistles, zonnekleppen, armbanden en wat dies meer zij. Om nog maar te zwijgen van allerlei snoep en koek in oranje uitvoering of dito verpakking. Nee, dit keer is bovenstaande kreet een huldebetoon aan de fietsenverhuurders uit Noordwijkerhout. Hun huurfietsen vinden gretig aftrek. Duizenden buitenlanders willen er een tochtje mee maken om hun dagje Holland helemaal in stijl af te ronden. Of mee te beginnen. Ik heb niets tegen buitenlanders. Ze mogen om mij ook allemaal fietsen. Maar ze hebben het niet allemaal onder de knie. Ze doen me denken aan dat jochie, dat voor z’n vierde verjaardag een fietsje van opa kreeg en dacht dat-ie nu ook direct kon fietsen. Dat je zulks met vallen en opstaan moet leren, viel hem bitter tegen. Meer dan een jaar roerde hij die fiets niet aan, tot-ie er achter kwam dat hij de laatste in z’n klas was die kon fietsen. Die buitenlanders kunnen natuurlijk geen anderhalf jaar wachten. Ze zijn nu in Holland, ze zien nu die fietsen en ze willen er nu op. Maar ze kunnen het niet. Van verre zie je ze komen. Slingerend, hortend en stotend, en zeer plotseling remmend om alweer een fraaie bolbloem onverwijld op de foto te zetten. Fiets midden op het pad parkerend… Maar gelukkig zijn we zijn al van verre gewaarschuwd. Kijk uit! Stap af! Fiets om! Hulde aan de firma Van Dam en het lumineuze idee om die fietsen oranje te maken…

ehvanderweide

 

13 april

Bollen en bloemen

De streek is één groot feest van bloemen en kleuren, deze weken. En mijn tuin, al zeg ik het zelf, is een feestje in het klein. De sneeuwklokjes en de krokussen zijn uitgebloeid, de vroege tulpen ook. Er bloeien nu sneeuwroem en hyacinten. En vooral: veel narcissen. Totdat ik ruim 8 jaar geleden naar Noordwijkerhout verhuisde, legde ik de klemtóón verkeerd: nàrcis zei ik. Dat werd me hier snel afgeleerd: het moet narcìs zijn. Zo is mij hier wel meer duidelijk geworden wat daarvoor in nevelen van onkunde gehuld ging. Dat een krokus uit een knol komt, en niet uit een bolletje. Tot mijn verontschuldiging kan ik aanvoeren dat een gemiddelde heikneuter dat allemaal niet kan weten natuurlijk. Maar nu weet ik het wel. En daarom zal ik Lied 982 uit het nieuwe Protestantse Liedboek ook nooit laten zingen. ‘In de bloembol is de krokus’, heet dat lied. Waaruit meteen duidelijk wordt dat de dichter niet uit de bollenstreek afkomstig is. Het Engelse origineel klopt weer wel: ‘In the bulb there is a flower’, en dat is in zijn algemeenheid natuurlijk weer wel waar. Dat van die narcìs had ik eigenlijk moeten weten, met een klassieke opleiding. Narcissus was de ijdele jongeman die letterlijk verdronk in zijn eigen spiegelbeeld. Naar hem is dat bloempje genoemd. In Zeeland zeggen ze: paaslelies, en in Groningen: poaskeblomm’n. Ook mooi, die namen: in hun serene schoonheid lijken ze het goede nieuws van Pasen er lustig op los te trompetteren. Ook nu nog, twee weken na Pasen,  staat mijn tuin er helemaal geel en wit mee te stralen. Ere wie ere toekomt: mijn vriend Ton heeft me wel heel erg geholpen, dit najaar. Hij is zeer ter zake kundig en bedreven. Het is in zekere zin net zo goed zijn tuin. Daarnaast heb ik van links en rechts heel wat mooie soorten gekregen. En ik mag ermee te pronken. Zo’n grote tuin, pront aan de straat op een druk punt in het dorp, verplicht natuurlijk ergens toe. Ik doe m’n best – met een beetje hulp dus. En iedereen mag gratis kijken!

ehvanderweide

 

6 april

Tegenpartij
Ik ga stemmen morgen. Ik heb nog nooit een gelegenheid voorbij laten gaan om mijn stem uit te brengen. Dus ga ik morgen ook, bij het referendum over het verdrag met Oekraïne. Ik zal u uitleggen waarom. En ik stem vóór. En ik zal ook zeggen waarom dat is. Allereerst het stemmen zelf: alleen al om het feit dat miljoenen mensen níet mogen stemmen, ga ik. Er is van alles mis in Oekraïne. Maar daar gaat dit referendum niet over. Ik ben niet echt voor een referendum. Maar het is er nu eenmaal, en dan moet je meedoen. En ik heb ook niet altijd een even groot vertrouwen in de politiek. Maar ik heb wel vertrouwen in de democratie. Het is nog altijd de minst slechte staatsvorm, om met Churchill te spreken. Wat wil je dan? Een sterke man of vrouw? Dat  loopt altijd slecht af. En het is goedkoop om aan de kant te staan mopperen en zeggen dat het toch allemaal niks is. En dat brengt mij op het andere punt. Daarom juist ga ik vóór stemmen. Omdat in dit geval tegen stemmen een louter negatief geluid is. Ik geloof niet in negatieve geluiden. Je schiet er niks mee op, overal tegen te zijn. Vertel me liever waar je vóór bent, waar je voor staat en wat je wil, met je denken, met je handelen. Let maar eens op: veel negatiefgeluid-makers zijn overal tegen maar nergens voor. Nou ja, ze zijn voor zichzelf. Ook in dit referendum betekent tegen stemmen: voor jezelf stemmen. ‘Tegen Europa’, is de veelgehoorde leus. Maar dat kun je in werkelijkheid niet menen! Zeker, ik ben tegen de schaamteloze verspilling die Europa met zich meebrengt. De trage ambtenarij, de tijdrovende regelingen en de verschrikkelijke papierwinkel. En dan zwijg ik nog over het kostbare maandelijkse retourtje Brussel – Straatsburg. Er valt aan dat verenigd Europa nog heel wat te sleutelen. Maar het alternatief is: een verdeeld Europa. Ieder land voor zich. En dat heeft al vele malen verwoestend huisgehouden in ons werelddeel. Stemmen doe je met je hoofd, met je hart en uiteraard ook: met je hand. Maar niet met je onderbuik…
ehvanderweide

 

30 maart

Paasbest

Het is zo’n beetje uit de mode: op je Paasbest gaan. Ooit kreeg je met Pasen je nieuwe kleren. Zomerkleren. Veel te koud vaak nog voor de tijd van het jaar. Eerst waren ze voor netjes, voor de zondag. Later mocht je ze ook door de week aan. Maar dan was je als kind ondertussen zo gegroeid dat mouwen en broekspijpen te kort waren. Toch liep je niet voor gek: je vriendjes liepen er net zo bij. Degenen die niet zo hard groeiden als jij hadden een soort uitstel van executie. Pasen: dat was ook het moment om de kachel niet langer te branden. Bij vriendjes waar ze thuis later dan wij overgingen op gas, kon het nog akelig koud zijn. Ze kwamen liever bij ons spelen. Op de avond van die Tweede Paasdag werden overal in Drente de Paasvuren ontstoken. Grote bulten waren dat, wekenlang zorgvuldig opgebouwd. Kerstbomen, snoeihout, takkenbossen, oude pallets. Er was competitie tussen buurten en dorpen: wie had de hoogste Paasbult? En het was zaak je bult te bewaken, in de laatste weken. Menige bult werd te vroeg ontstoken, door concurrerende bultenbouwers, of door kwajongens. Al dat werk voor niets. Pasen. ’s Zondags naar de kerk, twee keer uiteraard. Van nieuwigheden als Paaswake had nog geen oprechte Protestant ooit gehoord – laat staan dat-ie er aan meedeed. Op Tweede Paasdag ging je wéér naar de kerk. Heel voorzichtig werd er dan bij ons aan oecumene gedaan: de Hervormde en Gereformeerde dominees wisselden van kansel. De kerken zaten onverminderd vol. Kom daar nu eens om. Het Paasfeest is geseculariseerd. We boeken een Paasbrunch, en op weg daarheen horen we wel klokken luiden maar geen idee waar de klepel hangt. Grootgrutters houden op Tweede Paasdag een Boerenlentefeest. Of doet u mee aan het SBS-6 Paasfeest? U kunt altijd nog naar de Meubelboulevard of IKEA. Toch is er wel iets doorgesijpeld bij de jongste generatie. Het kleinzoontje van gemeenteleden van mij wist het wel, toen opa hem vroeg wat dat nou was, Pasen. ‘Ze hebben Jezus weer opgewonden!’, antwoordde hij enthousiast. Ik reken dat goed. Er is nog hoop.

ehvanderweide

 

23 maart

Dieper

Het gaat deze week dieper dan paars-geel. Dieper dan een stukje in het plat. In deze week voor Pasen gaat het meer dan anders  over de vragen rond leven en dood. Daar waren we toch al mee bezig: neem de discussie over de NIPT, de zwangerschapstest die aan het licht brengt of een kind bijvoorbeeld met het Down-syndroom geboren wordt. Of de documentaire onlangs over de Levenseindekliniek. Dood op verzoek – hoe gewoon mag dat zijn? Denk niet dat ik hier een definitief oordeel ga vellen. Die tijd is –wat mij betreft-  voorgoed voorbij. Het gaat niet om een vaststaand oordeel, maar om de goede vragen. Zoals: wat betekent het krijgen van een kindje met Down voor ouders, broertjes en zusjes? Denkvoer voor tegenstanders van de test. Maar tegelijk is het de vraag, welk gezag de test krijgt. Wordt straks tegen ouders die kiezen voor een Down-kind gezegd dat dat niet had gehoeven en dat ze daarom voor geen enkele voorziening in aanmerking komen? Vergis je niet in de macht van verzekeringsmaatschappijen. Wat euthanasie betreft: rekken van leven is mooi, maar rekken van sterven moet je niet willen. Je kunt iemand helpen te sterven – of kun je hem nog helpen te leven? Je mag niemand verplichten ondraaglijk en uitzichtloos te lijden. Maar wat, als je op welke grond dan ook daar toch voor kiest? Gaat dan iemand anders bepalen dat je de gemeenschap nu wel genoeg hebt gekost? U zegt: zo’n vaart zal het niet lopen. Maar daar ben ik niet gerust op. We worden door rekenmeesters geregeerd, die bij de waarde van het leven alleen maar denken aan wat het kost. Dit is de week, om dat allemaal eens te bedenken. Ik geloof niet in: alles mag. Maar ik geloof evenmin, dat alles verboden is. Ik geloof in  verantwoordelijkheid. Want de betekenis van Pasen ligt niet in de vraag, of iedereen kan geloven wat daar en toen gebeurd is. De betekenis van Pasen hangt samen met de vraag of we, hoe en wanneer dan ook, het leven op waarde weten te schatten. Vaak is het Paasgeloof een uitroepteken. Maar vaak is het ook: de juiste vragen stellen, om alles in het juiste licht te zien.

ehvdweide

 

16 maart

Bloemechies buut’n

Zölf vun ik ’t wel weer ies tied wörden  veur een stukkie in ’t Drèènts. Vergangen weke vreug me’j iene hoe of ’t er in de tuune be’j stun, ik skreef d’r jao nooit meer oaver? Ien en ien is twei: dit is ’n stukkie oaver de tuune, in ’t plat. ’t Is ’t er ok wal weer veur. Vandage heb ik ’t grös d’r of reed’n. Of beter: oonze jongste zeune hef dat edaone. We’j hebt sinds veurig jaor de mijmesjiene van mien schoonva. ‘t Ding löp merakel best. ’t Giet allènnig wat zwaor. Umdat mij d’aarms zeer doet en de haand’n niet meer wilt, is ’t me’j liever dat ’n aander zukke zwaore karweichies döt. ’t Is een flinken kèrel, die jongste, en de haand’n staot  um niet verkeerd. He’j wol wal wat doon veur zien va. In drei kwetier har e ’t grös d’r of. Ik huu’m allènt de raandties nog be’j te knipp’n. D’r stun ok nog aordig wat roet, dat hè’k ’t er ok maor uuttrökk’n. ’t Lig ‘r weer netties be’j, zo veur de zundag. D’r bluit van alles, en d’iemn vleug’n of en an op de paorse crocussies. Twei gieteling’n waren drok met heur nessie, ze vleug’n gedurig met stukkies draod en mos hin en weer. ’t Achterste stuk tuune kön ik nog niet doon, daor mut nog ’t ien en aander gebeur’n. He’j de neie mure al zeen? ’t Zal wel, ie bint er neischierig genog veur… Mooi op de zunne, d’r kömp een straotie veur te ligg’n waor a’j könt zitten broen wörd’n. A’j daor de tied en ’t wèèr veur hebt. An stoeplegg’n waog ik me’j niet, we’j hebt een besten tuunman veur zök soort wark. He’j hef me’j veurig jaor ’t grös opeknapt en dit jaor mag e achter raozen. As dat klaor is, kan ik zölf weer wieder: slaot zei’n, de bessestruuk’n knipp’m  (ik heb zwarte bess’n, rooie, kruusdoorns en eimerties), de karseboom en de zuute-appel boom sneuien. En de hanepoot’n uuttrekk’n. Daor köj seins een dagtaak an hebb’n. ’t Holt me’j van de straote, mu’j maor dènk’n. Al met al heb ik de bloemechies aordig buut’n staon. En dan is ’t nog maor meert!

ehvdweide

 

9 maart

Afterparty

Toen vorige week woensdagavond rond 20.45 u in het Utrechtse Galgenwaardstadion het fluitsignaal klink voor de aftrap van De Wedstrijd, was het daar ook de hoogste tijd voor. De gekte in en om ons dorp was tot angstwekkende hoogte gestegen. Mensen verdrongen zich bij de plaatselijke middenstand voor de laatste sjaals, petjes en mutsen. De tompoucen waren niet aan te slepen en van arren mode drukte de bakker in elk gebak dat zich daar maar voor leende een plastic voetbalslof – en het werd allemaal grif verkocht. Filmploegen, journalisten en fotografen van overal vandaag filmden iedereen die ook maar iets geels of paars aan had – het liefst de mensen die gekleed gingen in beide. De VVV-chef ging er zowat van naast haar schoenen lopen: ze haalde breed lachend de voorpagina en de televisie. Dat we verloren hebben deed er eigenlijk niet toe. De dag erna stond er in onze koelkast nog een stuk improvisatie-voetbalgebak. Onze jongste was mee naar Utrecht en bleef bij ons slapen. Het was blijkbaar laat geworden, want toen ik tegen tienen wegging sliep hij nog. Ik had een briefje klaargelegd waarin ik hem zei dat er nog troostgebak stond. Toen ik later die dag thuiskwam, had hij het woordje troost weggestreept: niet nodig,  het was één groot feest. Overigens had hij wel van het gebak genomen… Maar het volle licht viel natuurlijk op onze bekerhelden. Ze hebben Noordwijkerhout op de kaart gezet. Ze hebben de eer van ons dorp meer dan gered door ruim 70 minuten de nul vast te houden. Over 40 jaar staan ze opnieuw in het voetlicht, als bij Andere Tijden Sport herdacht wordt dat in 2016… enzovoort enzovoort. Maar voorlopig ligt er over hen en over ons nog steeds een paars-gele gloed. Niets is meer hetzelfde, na woensdag. Ik houd in de kerk nog een zondag of wat mijn paarse stola om. De krokussen lijken paarser dan ooit, en de narcissen geler. Noordwijkerhout, de bloem van het land. Hoe schoon zijn de (voetbal-)velden, dat maakt ons zo blij – dat is hier op aarde de hemel voor mij…

ehvanderweide

 

2 maart

UITSLAG

Ik heb uitslag. Eerst dacht ik dat het wel meeviel. Onder mijn ruime toga kon ik het lange tijd verbergen. Maar sinds een paar weken kan ik het niet meer ontkennen. Ik ben besmet met de vvsbacil. Dat kon ook niet anders, het is een besmettelijke aandoening. Het hele dorp heeft er last van heeft. Het RIVM spreekt van een epidemie. Mijn woordenboek zegt daar van: “Een epidemie is een gelijktijdige aanwezigheid van een ziekte gedurende een beperkte periode bij een groot aantal mensen in hetzelfde geografische gebied.” Om mij heen zie ik overal de verschijnselen ervan. De symptomen zijn makkelijk te herkennen: de lijders hebben last van een lichte verhoging, sommigen hebben koorts. Pijn doet deze uitslag (nog) niet. Wel ziet men de typische uitslagkleuren bij iedereen verschijnen. In meer of mindere mate hebben alle mensen die getroffen zijn door deze uitbraak gele en paarse vlekken. Sommigen hebben het daarnaast ook duidelijk koud: zij hullen zich louter in paars-gele sjaals en een paarse muts. In de tuinen van veel patiënten verschijnen op onverklaarbare wijze paarse en gele krokussen. Biologen bestuderen momenteel dit aspect van de epidemie. Er is weinig tegen de uitslag te doen, volgens deskundigen. Voor hen die mild tot matig zijn aangetast, is er bij de plaatselijke middenstand een keur aan middelen verkrijgbaar: uitslaggebakjes, paars-gele taarten en boeketten, handdoeken, petjes en wat dies meer zij. Ernstige lijders (men spreekt van 2000 personen) zullen ter revalidatie a.s. woensdag met bussen naar een speciale instelling te Utrecht worden gebracht. Hoe lang deze uitbraak zal duren, is niet duidelijk. De medicijnmannen en –vrouwen die ik heb geraadpleegd, waren daar onzeker over. Er zijn twee opties: of de uitslag is komende woensdag rond een uur of half 11 ’s avonds abrupt voorbij, of er volgt een nog zwaardere uitbraak die dan zeker duurt tot zondag 24 april, 20.00 u en wie weet tot lang daarna. Nagenoeg alle lijders aan deze merkwaardige aandoening kiezen voor optie B…  Wordt (hopelijk) vervolgd.

ehvvsbanderweide

 

24 februari

Freud c.s.

De enige droom die ik bij het ontwaken nog weet, is een werkgerelateerde droom. Ik droom wel vaker, maar weet daar zodra ik de slaap uit mijn ogen wrijf niets meer van. Alleen nog dat ik droomde. Deze droom droom ik herhaaldelijk, en zo langzamerhand kan ik ‘m wel dromen. Eigenlijk is het geen droom maar een nachtmerrie. Ik heb Freud en Jung niet nodig om te begrijpen wat die droom betekent. Ik droom dat ik op zondag voor moet gaan. Tot zover vrij normaal. Maar er is een probleem: ik heb geen preek. Nu eens heb ik er geen gemaakt, dan weer is het zondag voordat ik het weet, soms kan ik hem nergens vinden. Maar de tijd dringt, tergend langzaam schuiven de wijzers van de klok die ik aan elke muur zie hangen richting 10 uur. Het kerkgebouw in die droom is een compilatie van allerlei kerken die ik maken. Soms sta ik in de kleine consistorie van de Witte Kerk, dan weer sta ik midden in de kerk waar ik als kind met mijn ouders naar toe ging. Altijd kan ik in de kerk zelf kijken. Die zit steevast vol. Dat is dus het probleem niet. Maar ja, wat is een predikant zonder preek? En ik begin in mijn droom uit te stellen. Ik pas een heel scala aan vertragingstechnieken toe. Ik vraag de koster om koffie (doe ik nooit, maar nu kan ik er wat tijd mee winnen). Of ik wil per se de kerk in en iedereen een hand geven. Met de 110 kerkgangers in de Witte Kerk ben ik gauw klaar, maar in de kerk van mijn jeugd zaten 1100 mensen. Maar ook daarmee ben je eens klaar. Ik kan nog naar de wc gaan, ik drink nog een kop koffie, of wil nog iemand spreken, alle varianten van dit uitstelgedrag komen voorbij. Ondertussen gaat die klok door, en ik ben me er steeds meer van bewust dat ik geen preek heb. Ik zweet, heb buikpijn, vraag een paracetamolletje voor een voorgewende hoofdpijn. Maar altijd eindigt de droom met een onverbiddelijk ‘het is tijd’ door de ouderling van dienst . De deur naar de kerk gaat open – en dan word ik wakker, badend in het zweet en met kloppend hart. Maar wel in de gelukzalige constatering dat het dinsdagochtend is, half 8…

ehvanderweide

 

17 februari

Valentijn

Deze column schrijf ik aan de vooravond van Valentijnsdag. Die dag en die datum worden aangegrepen om een (liefst anoniem) blijk van liefde, adoratie of welke andere amoureuze gevoelens dan ook te uiten. Een dag met een historische achtergrond:  14 februari is vanouds de feestdag van twee heiligen die beide Valentinus heetten. Daaronder ligt een oudere laag, van een Romeins feest op 15 februari dat in het teken stond van de liefde. Valentijnsdag is dan de gekerstende versie van een heidens feest. Vanuit Amerika is de laatste jaren een gecommercialiseerde variant van dat feest aan komen waaien. Goed voor de handel in bloemen en kaarten. Ik aarzel sterk of ik daaraan mee moet doen. Ik bedoel: ik word ook die dag gewoon wakker naast mijn eigen Valentina, en ik weet dat ik haar Valentijn ben. Op onze trouwdag  gedenk ik onze liefde elk jaar weer met een bloemetje. Alhoewel: laat dat verkleinwoord maar weg. Die bos wordt elk jaar groter en is na bijna 35 jaar niet meer door de bloembindster met één hand beet te pakken. Ze doen het de laatste jaren met z’n tweeën. Daarnaast weet ik haar verjaardag óók uit m’n hoofd, en zij de mijne. Moederdag laat ik voorbijgaan: ze is m’n vrouw nietwaar, en niet m’n moeder. Daarnaast kom ik geregeld met een bosje bloemen thuis, ook als ik niets heb goed te maken. Moet ik haar dan nu ook nog een kaartje sturen? Ze ziet meteen dat het van mij is. Daarbij is het de vraag of je nog wel geloofwaardig overkomt wanneer je maar blijft zeggen dat je van elkaar houdt.  Toch kan niets doen ook verkeerd uitpakken. Als dat bijvoorbeeld uit zuinigheid is. Mijn vader nam wel eens bloemen mee en zei dan, om zich voor die uitspatting te verontschuldigen (want zo breed hadden ze het niet): ze waren heel voordelig…  Zo zag romantiek er uit in de jaren ’60. Maar nou weet ik nog niet wat te doen. Ik ga er nog een nachtje over slapen.  Na dezen zult u het verstaan: het is, wanneer u dit leest, van tweeën één. Valentijnskaart – of Valentijnskater in huize Van der Weide…

ehvanderweide

 

10 februari

Kleuren

Ze zijn historisch, de kleuren van ons dorp. Blauw en geel. Je vindt ze terug in het wapen van de gemeente Noordwijkerhout. Zo werd het ooit bij Koninklijk Besluit beschreven: “in azuur een klimmende leeuw van goud. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.” Want geel is nooit geel en blauw geen gewoon blauw, in de heraldiek. Die kleuren heeft ook de vlag, al is die van later datum. Ik vermoed dat de kleuren van de Voetbal Vereniging Sint Bavo van die kleuren zijn afgeleid. Het blauw is paars geworden, het geel werd wat aangezet en ziedaar: het clubtenue van onze voetbaltrots. De eerste aanblik daarvan ontlokte aan een vroeger vriendinnetje van een van onze voetballende zoons, toen ze haar vriendje zag verpakt in zulke kleren en kleuren, de spontane kreet ‘het lijken wel paaseieren!’ Zij had oog voor zulk soort dingen. Maar wat zou dat? Paaskleuren of niet, het doet aan de trots op die kleuren niets af! Het blauw-geel van ons durrepie en het paars-geel van de voetbal zijn kleuren waar we ons dezer dagen niet voor hoeven te schamen. Eerlijk gezegd had ik de moed laten zakken, toen ze 2 – 0 achter stonden. Toen ik bij een volgende afspraak die avond hoorde dat we gewonnen hadden, kostte het mij wel wat moeite om dat te geloven. Maar het was waar. Ook mijn importbloed begon sneller te stromen. Zoonlief kwam helemaal schorgeschreeuwd uit Den Bosch terug. Ikzelf heb dat vervolgens op bescheiden wijze gevierd. Ter gelegenheid van het seniorencarnaval in de Schelft verkleed ik mij telkenjare als predikant uit de 17e eeuw: pruikentijdpruik, goudgegespte schoenen, zwart jasje, dito kniebroek en lange kousen. Maar nu had de sportsokkendoos van onze zoons een paar heuse VVSB-kousen opgediept. Geel met paars. Zo gesokt begaf ik me Schelftwaarts. Of het fraai stond weet ik niet, maar ik had wel bekijks onderweg. En succes, eenmaal daar. Ik ga die sokken uiteraard goed bewaren. Ik hoop dat ik ze zeer binnenkort nog eens nodig heb!

ehvanderweide

 

3 februari

Carnaval in de Witte Kerk?

Protestanten gelden als saaie mensen. Ontegenzeggelijk zijn er saaie protestanten. Kreukvrije calvinisten, heten ze bij ons thuis. De meeste dingen (zo niet: alle) worden netjes afgemeten, er wordt altijd binnen de lijntjes gekleurd en nooit out of the box gedacht. Onder ‘doe eens gek’ verstaan ze niet één, maar twee Mariakaakjes bij de thee. Maar ik ken ook veel protestanten die uitstekend weten te genieten van het goede dat het leven biedt: ze hebben verstand van wijn, kunnen goed dansen en lekker koken, en hebben een vrolijk geloof. Vroom en vrolijk is een Bijbelse combinatie. Ik ken heel wat Rooms-katholieken, andersdenkenden en nietsgelovigen die afgepast en bekrompen leven. En dan is er nog een hele groep die er gewoon niks mee heeft.  Daarbij denk ik dat een zekere soberheid ons niet misstaat. Je kunt ook doorslaan. Ik kom veel mensen tegen die alleen voor de lol leven en verder dan dat kijken ze niet. En er zijn carnavalsvierders die denken dat carnaval betekent: domweg dronken worden. Maar ik woon onderhand lang genoeg in Kokkerhout om te weten dat het daar niet om gaat. Ik zie er in, dat je je grenzen leert kennen door ze op te zoeken. Dat je leven leert kennen, door even aan de zijlijn te gaan staan, één been er jolig buiten gestoken. Dat je jezelf leert kennen door jezelf binnenstebuiten te keren: vermomd en achter dat carnavalsmasker even echt jezelf zijn. Nee, er zal niet meteen een carnavalsviering zijn op zondagmorgen in de Witte Kerk. Daar zijn onze diensten te sober voor, onze manier van geloven te ernstig. Toch geloof ik dat we er wel wat van kunnen leren. Daarom is als thema voor de dienst van komende zondag in de Witte Kerk gekozen: ‘Maskers’.  Sommige maskers moet je afdoen om jezelf te worden. Andere maskers, al is het maar dat je ze voor even opdoet, kunnen je helpen jezelf te vinden. Wilt u zien wat protestanten ervan maken? Zondag 7 februari, 10.00 u (als dat niet te vroeg is voor u…)

ehvanderweide

 

27 januari

Goede voornemens

Mag ik u vragen hoe het met uw goede voornemens is gesteld? Dit lijkt me namelijk een goed moment. Het jaar is nog maar net begonnen, en die eerste drie à vier weken houden ze doorgaans wel stand. Nu is die vraag naar het  voortbestaan van uw voornemens anno 2016 nog niet zo confronterend. Blue Monday (dit jaar op 25 januari) is doorgaans een cruciale datum, niet alleen voor onze gemoedsgesteldheid, maar ook voor de instandhouding van onze voornemens voor het nieuwe jaar. Op die dag schijnen we ons er opeens bewust van te zijn hoeveel zwaarder de feestdagen ons hebben gemaakt. Maar ook hoeveel lichter we ervan geworden zijn: want ze hebben  ons een fortuin gekost… Daarnaast staat die dag bekend om z’n grijze verschijningen, veelal met regen. Geen wonder dat juist dan de meeste goede voornemens een roemloos einde hebben. Wat heeft het allemaal voor zin, nietwaar? De Sinterklaas-, Kerst- en Oud & Nieuwkilo’s die je er nu met een hoop moeite en gedoe aftraint, zitten er over een jaar toch weer aan. En met je noodgedwongen zuinigheid in deze eerste maand weet straks de regering wel raad. Met of zonder blauwe envelop wordt ons te verstaan gegeven dat we betalen moeten. Hallo? Bent u daar nog? Of levert deze column u een Blue Tuesday op en ligt u nu snikkend in de armen van uw man/vrouw/partner/collega? Ik heb er  eerlijk gezegd voor de zekerheid nooit zo bewust aan gedaan, aan goede voornemens; als ik die al bedacht of  verzon rond de jaarwisseling, hield ik die wijselijk voor mezelf. Het is doorgaans al erg genoeg wanneer je jezelf tegenvalt, nietwaar? Daar hoeft een ander niet óók nog eens aan te lijden. En daarbij: ik hoef er geen kilo’s af te hebben, en nog minder roken dan ik nu al doe gaat echt niet. Ik zou wat meer kunnen drinken, dat geef ik toe. Wel heb ik me voorgenomen voor de zekerheid een dagje vrij te nemen op Blue Monday. Ik ga wat leuke mensen opzoeken uit vorige levens elders in het land. Daarbij zijn in het kader van mijn synesthesie  maandagen helemaal niet blauw, maar groen…

ehvdweide

 

20 januari

Doelloos

Meer dan ooit is in onze tijd nuttigheid het uitgangspunt. Iets moet ergens goed voor zijn, en het is nog mooier wanneer we er ook beter van worden. We leven doelgericht met het profijtbeginsel als onze grondslag. En we doen er allemaal aan mee. Ik ook. Nu ik vanwege mijn gezondheid minder kan werken moeten de uren die ik wel werk, zeer efficiënt zijn ingericht. Dwars daar tegenin ben ik in mijn januarivakantietje doelloos op reis geweest. Ik maak al jaren de eerste volle week van januari helemaal vrij. Omdat we (om allerlei redenen) dit jaar niet weg gingen, noest ik me op een andere manier zien te vermaken. Dat is uitstekend gelukt. Lunchen met vrouw en vrienden, dagje uit en meteen naar de bioscoop, museumbezoek met dochter. Maar midden in die week had ik de beste dag. Die dag hoefde ik niks, niet van mezelf en niet van anderen. Een landelijke keten van winkels in huishoudelijke artikelen die een zeer kwijnend bestaan leidt en te onzent het filiaal zal gaan opdoeken, kon mij nochtans op een zeer voordelige manier voorzien van een dagkaartje 2e klas voor de spoorwegen. Daarmee gewapend stond ik die dag op het dichtstbijzijnde station op het eerste daarvoor in aanmerking komende tijdstip te wachten op de trein. Vervolgens ben ik met een willekeur aan treinen heel Zuid-Nederland doorgereisd (in het noorden leek het me te koud en te glad, die dag). Ik had een tweetal boeken bij, een reep koek en een flesje water. In één trein kwam iemand langs met een rugzak koffie, en prompt heb ik haar last wat lichter gemaakt. Voor andere versnaperingen stapte ik uit, om na het genotene ad random weer een trein ergens anders heen te nemen. Ik had geen bestemming, geen vooropgesteld reisschema, ik stapte in, ging zitten en liet mij her- en derwaarts vervoeren. Er is een veel gezongen kerklied dat gewaagt van ‘niet doelloos en onvindbaar willen zijn’. Voor de eeuwigheid moeten we dat zien te voorkomen. Maar ik kan u verzekeren: zo af en toe doelloos te zijn is zeer verkwikkend en ontstressend!

ehvanderweide

 

13 januari

Uitzicht

De laatste jaren lijkt het alsof de jaren onderling gewisseld kunnen worden. 2016 is in zekere zin een andere naam voor 2015 en 2014. De lijst met overleden Bekende Nederlanders zal er anders uit zien. De gemiddelde temperatuur zal hier en daar een tiende graad of meer afwijken van die van vorig jaar. En dit jaar heeft een dag extra. Maar voor de rest? De onlusten in Keulen zijn een sombere voorbode van wat ons te wachten staat. Nu ben ik geen zwartkijker. Daar wordt het allemaal ook niet lichter van, toch? In een preek zei ooit de kerkvader Augustinus: “Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.”  Wie moppert over de tijd, moppert vooral op zichzelf. Wie zegt dat vroeger alles beter was, moet zijn huiswerk voor het vak geschiedenis nog maar eens grondig overdoen. Wie het nieuwe jaar onder ogen wil zien, hoeft alleen maar stevig te gaan staan en goed te kijken. Aan overdreven pessimisme en blind optimisme heb je niks. Gevoel voor realiteit is voldoende. En de bereidheid om niet aan de kant te blijven staan. Daar staan de beste stuurlui doorgaans al twitterend de toestand in de wereld van commentaar te voorzien. Maar er is al zoveel commentaar. En ik heb er doorgaans zo weinig aan. Ik hou het op een koel hoofd en een warm hart. Een portie gezond verstand en een open blik. Eerst kijken, dan denken, en pas daarna spreken. Ooit kwam ik op bezoek bij een ouder gemeentelid. Een vriendelijke, zelfverzekerde dame van in de 90. Ze kon alleen door een aangeboren oogafwijking steeds minder zien. Als ze moeite deed zag ze wat duidelijker. Voor de rest waren het vage schimmen, contouren van de dingen, meer niet. Ik vroeg haar of ze mijn gezicht kon ontwaren. Ze keek me aan met pretoogjes, en zei toen: ‘is het de moeite waard?’ Zal 2016 de moeite waard zijn? Iemand zegt: bekijk het maar. Ik zeg: we zullen het laten zien!

ehvdweide

 

6 januari

Principe

Ik las het een week of wat geleden in de krant. Het was een klein, onooglijk berichtje waarin van het feit bijna terloops melding werd gemaakt. Op 18 december stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu om de regels voor kustbebouwing aan te passen. Als de veiligheid van de waterkering niet in het geding is en er geen belemmeringen ontstaan voor het onderhoud van de kust, komt er meer ruimte voor (bouw)activiteiten. In principe wordt de kust dus vrijgegeven. Of moet ik zeggen: uit principe? Want in tegenstelling tot wat de critici van deze regering beweren, houdt ze er wel degelijk principes op na. Of eigenlijk maar één, allesomvattend principe: zoek het maar uit. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Dat principe leidt tot rare situaties: in Parijs wordt vroom mee besloten aan de terugdringing van de CO2-uitstoot, terwijl op steeds meer stukken Nederlandse snelweg de maximumsnelheid omhoog gaat. Hoe geloofwaardig is dat? Ondertussen heeft het onwankelbaar geloof in de h. Vrije Markt al tot vele zegeningen geleid. In de zorg en het onderwijs en in het openbaar vervoer plukken we er de vruchten van. Dat er miljarden verdwijnen als sneeuw door de zon, door eigengereide bestuurders en een slecht en slordig toezicht van hogerhand, mag blijkbaar de pret niet drukken. En nu mag de kust van de vrijheid profiteren. Dat wil zeggen: vastgoedmanagers en projectontwikkelaars wrijven zich in de handen. Ik heb namelijk sterk het gevoel dat de burger er een beetje verloren bij loopt, op die onafzienbare vrije markt. Wie een beetje handig is redt zich wel. Maar ook die handigerds zitten als het allemaal doorgaat straks met een kust waar je niet tegen aan wil kijken. De grote badplaatsen blinken nu al niet uit vanwege architectonische schoonheid. Of vindt u Zandvoort, Noordwijk en Scheveningen wel mooi, van zee af gezien? Laten we hopen dat dit besluit eindigt waar het hoort: in de prullenbak. Gescheiden ingezameld, dat wel.

ehvanderweide